10 voor biologie
Hoofdstuk 4 – van de wieg naar het graf
Wanneer een baby geboren wordt moet de ademhaling via het bloed overschakelen op ademhaling
via de longen d.m.v. impulsen van het zenuwstelsel naar de tussenribspieren die de borstkas
verruimen, waardoor bloed door de longen wordt aangezogen, waardoor bloed via de longaders naar
de linkerboezem stroomt. De foramen ovale is een doorgang tussen beide boezems, waardoor een
groot deel van het bloed meteen naar de linkerboezem ging, die na geboorte dicht wordt gedrukt
door drukverschil in beide boezems en later dichtgroeit. Als dit niet gebeurt is er sprake van een
hartafwijking.
De ductus Botalli/ductus arteriosus – voor-geboorte verbinding tussen de longslagader en de aorta:
bij de geboorte trekt de ductus Botalli samen en groeit dicht, zodat het bloed wel naar de longen
moet.
Navelstrengslagaders – aftakkingen van de twee beenslagaders: via dezen pompte het hartje het
bloed naar de navelstreng en placenta.
Placenta – waar het bloed van het kind zuurstof en voedingsstoffen opneemt van de moeder.
Via de navelstrengader gaat het bloed via de poortader naar de longen of vooral via een andere tak
rechtstreeks naar de holle ader. Bij de geboorte wordt de navelstreng afgeknipt. De bloedvaten in de
buik krimpen en vergroeien tot bindweefselstrengen. Voor geboorte werken de maag en de longen
nog niet, maar de lever en het hart wel.
D.m.v. de Apgar-score wordt de conditie van de baby bepaald. De cijfer 0, 1 of 2 worden gegeven aan
de hartslagfrequentie, de ademhaling, de spierspanning, reactie op prikkels en de doorbloeding aan
de hand van de kleur van de huid. Alles bij elkaar opgeteld is de Apgar-score, die voor een gezonde
baby minstens 7 en daarna 10 is.
In het begin van de zwangerschap worden de organen gevormd, daarna gaat het vooral om groei.
Het gewicht van de moeder neemt gemiddeld met 12,5 kg toe, door 3400 gram: baby; 800 gram:
vruchtwater; 1000 gram: baarmoeder; 650 gram: placenta en vruchtvliezen; 400 gram: borsten; 1250
gram: extra bloed; 3500 gram: vetopslag en 1500 gram: vastgehouden vocht. Na de geboorte wordt
de baby iets minder zwaar door vochtverlies. Na 6 maanden van groei (behalve het hoofd) is het
geboortegewicht verdubbeld.
Zwezerik - een orgaan dat tegen de luchtpijp aan ligt in de borstkas en een uitermate belangrijke
functie heeft bij de ontwikkeling van het immuunsysteem.
De groei wordt bepaald door drie factoren:
- erfelijke aanleg;
- hormonale regeling;
- voeding
Mensen worden steeds groter, omdat alles beter wordt. De hormonen die een belangrijke rol spelen
in de groei zijn het schildklierhormoon en het groeihormoon.
Mogelijke vraag: Waarom verliezen baby’s meer warmte? Aangezien gedurende de groei van het
lichaam de lichaamsinhoud meer toeneemt dan het lichaamsoppervlak, zal het warmteverlies per kg
lichaamsgewicht bij afkoeling afnemen. Een baby koelt per kg lichaamsgewicht meer af dan een
volwassene.
Hoofdstuk 4 – van de wieg naar het graf
Wanneer een baby geboren wordt moet de ademhaling via het bloed overschakelen op ademhaling
via de longen d.m.v. impulsen van het zenuwstelsel naar de tussenribspieren die de borstkas
verruimen, waardoor bloed door de longen wordt aangezogen, waardoor bloed via de longaders naar
de linkerboezem stroomt. De foramen ovale is een doorgang tussen beide boezems, waardoor een
groot deel van het bloed meteen naar de linkerboezem ging, die na geboorte dicht wordt gedrukt
door drukverschil in beide boezems en later dichtgroeit. Als dit niet gebeurt is er sprake van een
hartafwijking.
De ductus Botalli/ductus arteriosus – voor-geboorte verbinding tussen de longslagader en de aorta:
bij de geboorte trekt de ductus Botalli samen en groeit dicht, zodat het bloed wel naar de longen
moet.
Navelstrengslagaders – aftakkingen van de twee beenslagaders: via dezen pompte het hartje het
bloed naar de navelstreng en placenta.
Placenta – waar het bloed van het kind zuurstof en voedingsstoffen opneemt van de moeder.
Via de navelstrengader gaat het bloed via de poortader naar de longen of vooral via een andere tak
rechtstreeks naar de holle ader. Bij de geboorte wordt de navelstreng afgeknipt. De bloedvaten in de
buik krimpen en vergroeien tot bindweefselstrengen. Voor geboorte werken de maag en de longen
nog niet, maar de lever en het hart wel.
D.m.v. de Apgar-score wordt de conditie van de baby bepaald. De cijfer 0, 1 of 2 worden gegeven aan
de hartslagfrequentie, de ademhaling, de spierspanning, reactie op prikkels en de doorbloeding aan
de hand van de kleur van de huid. Alles bij elkaar opgeteld is de Apgar-score, die voor een gezonde
baby minstens 7 en daarna 10 is.
In het begin van de zwangerschap worden de organen gevormd, daarna gaat het vooral om groei.
Het gewicht van de moeder neemt gemiddeld met 12,5 kg toe, door 3400 gram: baby; 800 gram:
vruchtwater; 1000 gram: baarmoeder; 650 gram: placenta en vruchtvliezen; 400 gram: borsten; 1250
gram: extra bloed; 3500 gram: vetopslag en 1500 gram: vastgehouden vocht. Na de geboorte wordt
de baby iets minder zwaar door vochtverlies. Na 6 maanden van groei (behalve het hoofd) is het
geboortegewicht verdubbeld.
Zwezerik - een orgaan dat tegen de luchtpijp aan ligt in de borstkas en een uitermate belangrijke
functie heeft bij de ontwikkeling van het immuunsysteem.
De groei wordt bepaald door drie factoren:
- erfelijke aanleg;
- hormonale regeling;
- voeding
Mensen worden steeds groter, omdat alles beter wordt. De hormonen die een belangrijke rol spelen
in de groei zijn het schildklierhormoon en het groeihormoon.
Mogelijke vraag: Waarom verliezen baby’s meer warmte? Aangezien gedurende de groei van het
lichaam de lichaamsinhoud meer toeneemt dan het lichaamsoppervlak, zal het warmteverlies per kg
lichaamsgewicht bij afkoeling afnemen. Een baby koelt per kg lichaamsgewicht meer af dan een
volwassene.