Hoofdstuk 9
Kijk op ’t gezin, kijken naar de samenleving
Staatsrecht bestaat uit:
o Constitutionele recht: de inrichting van de staat
o Grondrechten: grondwet bestaat uit 142 artikelen
Eenheidstaat: dit wil zeggen dat de nadruk ligt op de eenheid van de straat en op
het belang van een sterk centraal gezag in de staat. Dit is Nederland.
Belangrijke actoren:
o Regering
o Kabinet
o Parlement
Regering: wordt gevormd door de koning en ministers.
Belangrijke taken van de Regering:
o Het voorbereiden van beleid
o Het voorbereiden van medewetgeving
o Het uitvoeren van beleid
Kabinet: het kabinet bestaat uit ministers en staatssecretarissen. Bij zaken waarvoor
de minister het nodig acht, en met in achtneming van diens aanwijzingen, kan de
staatssecretarissen optreden alsof hij minister is. Staatssecretarissen is dus
afhankelijk van de ruimte die een minister hem laat.
Parlement: bestaat uit de eerste en tweede kamer. Alleen als de eerste en de
tweede kamer gezamenlijk vergaderen, vormen deze twee kamers gezamenlijk de
Staten-Generaal, anders niet.
Dualisme: binnen het politieke besluitvormingsproces behoort het parlement de
tegenhanger van de regering zijn.
Democratische rechtsstaat:
o Rechtsstaat: in echtsstaat wordt de macht van de overheid gereguleerd en
beperkt door het recht. Burgers worden beschermd tegen de macht van de
staat door wetten
o Democratie: het volk heeft invloed op het gezag
, In een democratie behoort het volk dus het laatste woord te hebben.
Dit kan op 2 manieren:
1. Het volk beslist over allerlei zaken. Deze vorm noemen we directe democratie.
In Nederland zien we de directe democratie terug in het referendum. Er is
geen land ter wereld dat wordt bestuurd volgens de principes over het bestuur
van het land. Dat is onmogelijk: Het grondgebied en de bevolking van landen
zijn veel te groot om iedereen voortdurend bij elkaar te roepen voor het nemen
van een belangrijke politieke beslissing. Daarom hebben de meeste landen
een representatieve (vertegenwoordigende) of indirecte democratie. Het volk
kiest een aantal vertegenwoordigers, die namens het volk besluiten nemen
over het bestuur van het land.
2. In Nederland is de indirecte democratie het meest toegepast. Dat wil zeggen
dat de bevolking zich laat vertegenwoordigen.
In Nederland worden de volgende organen rechtstreeks door het volk gekozen:
o Tweede Kamer
o Provinciale Staten
o Gemeenteraad
Kenmerken van democratie: naast het kiezen van vertegenwoordigers kan er
slechts sprake zijn van een democratie als er ook inhoud van deze democratie wordt
gegeven. Daarom moet de democratie zich aan een aantal kenmerken voldoen.
1. Er is een volksvertegenwoordiging.
2. Er zijn vrije, eerlijke en geheime verkiezingen: iedere burger moet vrij zijn
keuze kunnen bepalen. Stemmen gaat in geheim want als dat niet zo zou zijn
zou de kiezer op zijn stemgedrag aangesproken kunnen worden wat dan weer
zijn keuze zou kunnen beïnvloeden.
3. Er is sprake van machtenscheidingen: dat betekent dat er een scheiding is
tussen de wetgevende, de uitvoerende en rechtelijke macht.
4. Er wordt gestreefd naar politieke gelijkheid voor iedereen.
5. Er is een grondwet.
6. Er is een maatschappelijk middenveld.
7. Er zijn vrije media.
Kijk op ’t gezin, kijken naar de samenleving
Staatsrecht bestaat uit:
o Constitutionele recht: de inrichting van de staat
o Grondrechten: grondwet bestaat uit 142 artikelen
Eenheidstaat: dit wil zeggen dat de nadruk ligt op de eenheid van de straat en op
het belang van een sterk centraal gezag in de staat. Dit is Nederland.
Belangrijke actoren:
o Regering
o Kabinet
o Parlement
Regering: wordt gevormd door de koning en ministers.
Belangrijke taken van de Regering:
o Het voorbereiden van beleid
o Het voorbereiden van medewetgeving
o Het uitvoeren van beleid
Kabinet: het kabinet bestaat uit ministers en staatssecretarissen. Bij zaken waarvoor
de minister het nodig acht, en met in achtneming van diens aanwijzingen, kan de
staatssecretarissen optreden alsof hij minister is. Staatssecretarissen is dus
afhankelijk van de ruimte die een minister hem laat.
Parlement: bestaat uit de eerste en tweede kamer. Alleen als de eerste en de
tweede kamer gezamenlijk vergaderen, vormen deze twee kamers gezamenlijk de
Staten-Generaal, anders niet.
Dualisme: binnen het politieke besluitvormingsproces behoort het parlement de
tegenhanger van de regering zijn.
Democratische rechtsstaat:
o Rechtsstaat: in echtsstaat wordt de macht van de overheid gereguleerd en
beperkt door het recht. Burgers worden beschermd tegen de macht van de
staat door wetten
o Democratie: het volk heeft invloed op het gezag
, In een democratie behoort het volk dus het laatste woord te hebben.
Dit kan op 2 manieren:
1. Het volk beslist over allerlei zaken. Deze vorm noemen we directe democratie.
In Nederland zien we de directe democratie terug in het referendum. Er is
geen land ter wereld dat wordt bestuurd volgens de principes over het bestuur
van het land. Dat is onmogelijk: Het grondgebied en de bevolking van landen
zijn veel te groot om iedereen voortdurend bij elkaar te roepen voor het nemen
van een belangrijke politieke beslissing. Daarom hebben de meeste landen
een representatieve (vertegenwoordigende) of indirecte democratie. Het volk
kiest een aantal vertegenwoordigers, die namens het volk besluiten nemen
over het bestuur van het land.
2. In Nederland is de indirecte democratie het meest toegepast. Dat wil zeggen
dat de bevolking zich laat vertegenwoordigen.
In Nederland worden de volgende organen rechtstreeks door het volk gekozen:
o Tweede Kamer
o Provinciale Staten
o Gemeenteraad
Kenmerken van democratie: naast het kiezen van vertegenwoordigers kan er
slechts sprake zijn van een democratie als er ook inhoud van deze democratie wordt
gegeven. Daarom moet de democratie zich aan een aantal kenmerken voldoen.
1. Er is een volksvertegenwoordiging.
2. Er zijn vrije, eerlijke en geheime verkiezingen: iedere burger moet vrij zijn
keuze kunnen bepalen. Stemmen gaat in geheim want als dat niet zo zou zijn
zou de kiezer op zijn stemgedrag aangesproken kunnen worden wat dan weer
zijn keuze zou kunnen beïnvloeden.
3. Er is sprake van machtenscheidingen: dat betekent dat er een scheiding is
tussen de wetgevende, de uitvoerende en rechtelijke macht.
4. Er wordt gestreefd naar politieke gelijkheid voor iedereen.
5. Er is een grondwet.
6. Er is een maatschappelijk middenveld.
7. Er zijn vrije media.