Leerdoelen zenuwweefsel
1. met betrekking tot het centrale zenuwstelsel
- De 4 typen neuroglia (gliacellen) benoemen en structuur en functie beschrijven.
- In lichtmicroscopische (LM) preparaten van zenuwweefsel (hersenen en ruggenmerg)
- cellichamen van neuronen onderscheiden van gliacellen en bloedvaten met omringend
bindweefsel.
2. met betrekking tot het perifere zenuwstelsel
- De 2 typen neuroglia (gliacellen) benoemen en structuur en functie beschrijven.
- Mergloze en merghoudende axonen vergelijken in structuur en functie.
- De opbouw van zenuwen en van ganglia beschrijven op microscopisch-anatomisch niveau,
en deze kennis toepassen bij interpretatie van LM-afbeeldingen.
3. uitleggen hoe axonen na beschadiging kunnen regenereren.
4. uitleggen hoe de rustmembraanpotentiaal tot stand komt en hoe deze gehandhaafd blijft.
5. uitleggen hoe een actiepotentiaal ontstaat en hoe deze wordt voort geleid over het axon.
6. het belang van actiepotentialen uitleggen.
7. het verschil uitleggen tussen elektrische en chemische synaptische transmissie.
8. verschillende soorten synaptische potentialen benoemen en de onderliggende ion-
stromen.
9. het begrip neuronale integratie uitleggen.
10. een beschrijving geven van een mono- en disynaptische reflexkring.
Versatest zenuwweefsel
Het ruggenmerg
Motorische zenuwcellen vervoeren informatie van het CZS via hun axonen naar het PZS.
Deze axonen lopen door de ventrale wortel die verderop samen komt met de dorsale
wortel die celuitlopers van de sensorische neuronen bevat (deze celuitlopers worden ook
wel 'sensorische zenuwvezels' genoemd).
De kleine celkernen in de grijze stof behoren tot de gliacellen.
De axonen bevatten zeer veel myeline.
De piramidebaan bevat de axonen van de pyramide neuronen in de cortex die lopen naar de
motorneuronen in het voorhoorn van het ruggenmerg al ligt hun cellichaam nog steeds wel
in het CZS.
De type neuronen in het voorhoorn gelegen zenuwcellen zijn multipolaire
Functie van de neuronen in het voorhoorn: Activeren van de skeletspieren
Macroscopisch-anatomische term die van toepassing is op het voorhoorn: nucleus
,Neuron in ruggenmerg: axon versus dendriet
Het belangrijkste histologische verschil tussen een axon en een dendriet is dat een axon
geen Nissl substantie bevat. Vesikels met in het perikaryon gesynthetiseerde
neurotransmitters worden via cytoskeletelementen naar het axon uiteinde getransporteerd,
waar ze een rol spelen bij de chemische signaaloverdracht.
Axon
Dendriet
De type neuronen in het ganglion gelegen zenuwcellen zijn pseudo-unipolaire.
Functie van de neuronen in het ganglion: Geleiden van signalen van perifere sensoren naar
het CZS,
de lamina basalis ligt ter hoogte van het cellichaam tussen endoneurium en mantelcel, en de
cellen van Schwann liggen ter hoogte van de axonen.
Olygodendrocyten hebben in het CZS een vergelijkbare functie als de cellen van Schwann.
Ganglia liggen buiten het CZS
Opbouw van een zenuw
Een zenuw is een bundel uitlopers van een flink aantal zenuwcellen (een bundel axonen),
verpakt in een laagje bindweefsel. De meeste zenuwen van het PZS bevatten mergloze en
merghoudende vezels. De myelineschede van de merghoudende vezels maakt de zenuw wit
van kleur.
Van buiten naar binnen zijn er in totaal drie lagen bindweefsel in een zenuw aanwezig:
• De buitenste bindweefsellaag die meerdere vezelbundels bij elkaar houdt en de
zenuw vormt geeft: het epineurium.
• Een groep axonen wordt bij elkaar gehouden door het perineurium
• Om de myeline laag van elk gemyeliniseerd axon zit het binnenste laagje
bindweefsel, het endoneurium tussen de ongemyeliniseerde axonen.
, De bindweefselomhulsels in en om
een zenuw zorgen ervoor dat er
bundels gevormd worden, dit dient
voor stevigheid en isoleert tegen
zenuwimpulsen van naburige
zenuwen/vezelbundels/axonen.
Autonoom ganglion in darmwand
Naast de sensorische ganglia die zich
net buiten het ruggenmerg
bevinden, bevat het perifere
zenuwstelsel ook autonome ganglia.
In een ganglion zijn de cellichamen duidelijk te onderscheiden van de celuitlopers van de
neuronen en gliacellen.
De cellichamen in autonome ganglia zijn kleiner dan de cellichamen van de sensorische
neuronen in de ruggenmerg ganglia. De neuronen van deze plexus van Auerbach krijgen
zowel parasympathische als sympathische input, en zorgen voor motorische innervatie van
de gladde spierlagen in de darmwand.
Bij kinderen met de ziekte van Hirschsprung zijn de plexussen afwezig in een deel van de
endel- en dikke darm. Hierdoor kan er bij deze patiënten geen darmperistaltiek
plaatsvinden, met ernstige chronische obstipatie tot gevolg.
De darmwand bevat ook sensorische zenuwvezels die sensorische informatie richting het
CZS sturen.
Marieb
Hoofdstuk 11
Zenuwstelsel
Het zenuwstelstel heeft 3 functies:
• Sensorische input
o Gebruikt de miljoenen sensorische
receptoren om veranderingen in en
buiten het lichaam te monitoren
• Integratie
o Verwerkt en interpreteert sensorische
input en beslist wat er op welk moment moet worden gedaan
• Motorische output
o Activeert effector-organen, de spieren en klieren, om een reactie te
veroorzaken
Centraal zenuwstelsel (CZS): herenen en ruggenmerg. Integratie en controle centrum van
het zenuwstelsel
, Perifeer zenuwstelsel (PZS): buiten het CZS.
Voornamelijk zenuwen (bundels van axonen) die
zich uitstrekken van de hersenen, het ruggenmerg
en ganglia (verzameling van neuron cellichamen)
Spinale zenuwen: Dragen impulsen van en naar
het ruggenmerg
Hersenzenuwen: Dragen impulsen van en naar de
hersenen. Communicatie lijnen.
Sensorische afferente divisie:
• Somatisch sensorische vezels: Brengen
impulsen over van de huid, skeletspieren
en gewrichten.
• Visceraal sensorische vezels: Zenden
impulsen uit de viscerale organen
(organen in de ventrale lichaamsholte)