Anatomie spijsverteringskanaal
Leerdoelen De student(e) kan:
1. een beschrijving geven van de belangrijkste anatomische regionen van de hals, borst en
buik
2. een beschrijving geven van de anatomie van de bovenbuikorganen met betrekking tot
slokdarm, maag, dunne darm, lever en galblaas, de alvleesklier en de dikke darm, inclusief de
autonome innervatie van deze organen.
3. een beschrijving geven van de globale anatomie van het halsgebied met betrekking tot de
larynx, pharynx en slokdarm
4. een beschrijving geven van de benige, viscerale en musculaire anatomische structuren die
van belang zijn voor het slikken
,Anatomie mondholte
Leerdoelen De student(e) kan:
1. een beschrijving geven van de anatomische structuren in de mondholte te weten:
boven- en onderlippen, wangen, vestibulum, de elementen van boven- en onderkaak, tong,
mondbodem, harde en zachte gehemelte, voorste en achterste keelbogen, keelamandelen,
mimische spieren, de regio sublingualis en naso- en oropharynx.
Marieb
Hoofdstuk 23
De mond
• Is de orale holte
• De wanden van de mond zijn bedekt met dik gelaagd squameus epitheel → is
bestand tegen grote wrijving.
• Het epitheel op het tandvlees, harde palatum en dorsum van de tong is licht
gekeraniseerd voor extra bescherming tegen abrasie tijdens het eten.
Lippen en wangen
• Helpen het voedsel tussen de tanden de houden tijdens het kauwen
• Samengesteld uit skeletspieren
• Orbicularis oris muscle vormt de lippen
• De wangen worden gevormd door buccinators
• Oral vestibule: inham extern bij de loppen en de wangen en intern bij het tandvlees
en de tanden.
• Oral cavity proper: het gebied dat ligt bij de tanden en het tandvlees
• Labial frenulum: een mediane vouw, samenkomst van het interne aspect van de lip
en het tandvlees.
Het palatum
• ‘dak’ van de mond
• Harde palatum anterior, wordt gevormd door:
o Palatine botten
o Palatine processes
o Maxilla
o Vormt een stijf oppervlak waartegen de tong kan aanduwen tijdens het
kauwen van voedsel.
o De raphe is de overgang en helpt het creëren van wrijving.
• Zachte palatum posterior
o Skeletspieren
o Palatoglossa arches
o Palatopharyngeal arches
o Fauces
o Uvula
,De tong
• ‘grond’ van de mond
• Dooreen gestrengelde bundels van skeletspiervezels
• Tijdens kauwen, houdt het het voedsel tussen de tanden
• Mixt voedsel met speeksel → vormend een bolus
• Intrinsic muscle
o Zijn beperkt in de tong
o Zijn niet bevestigd aan bot
o Staat de tong vormverandering toe (maar niet positie), wordt dikker/dunner,
langer/korter als nodig is voor spreken en slikken.
• Extrinsic muscle
o Verlengd de tong van het punt van origio op botten van het schedel of het
zachte palatum.
o Veranderd de tongpositie
o Uitsteken, terugtrekken en beweegt het van kant naar kant
• Heeft een medium septum van bindweefsel, en
elke helft bevat identieke spuergroepen.
• Vouw van slijmvlies = lingual frenulum. Beveiligt
de tong aan de bodem van de mond en beperkt
de posteriore bewegingen.
• Filiform papillae maakt het tongoppervlak ruw.
Liggen in parallele rijen op het tong dorsum.
Bevordert wrijving bij kauwen en likken van
bijvoorbeeld ijsjes. Bevat keratine, wat hem stijf
maakt en de witachtige verschijning
veroorzaakt op de tong.
• Fungiform papillae: champignon vorm. Wijd
verspreid over het tongoppervlak. Elke heeft
een vasculaire kern dat de roodachtige tint
geeft.
, • Vallate papillae: 8 tot 12 grote papillen zijn gelokaliseerd in een V-vorm aan de
achterkant van de tond. Lijken op de fungiform papillae maar hebben geen
additionele omringende groef.
• Foliate papillae: zitten op de laterale aspecten van de posteriore tong
De pharynx
• Vanuit de mond gaat het voedsel achterwaarts naar de orofarynx en vervolgens naar
de laryngopharynx.
o Beide gemeenschappelijke doorgangen voor voedsel, vloeistoffen en lucht.
o De nasofarynx heeft geen spijsvertering.
• Histologie van de faryngeale wand lijkt op die van de mondholte.
• Het slijmvlies bevat een wrijvingsbestendig gestratificeerd squameus epitheel, goed
voorzien van slijm-producerende klieren.
• Externe spierlaag bestaat uit 2 skeletspierlagen
o Binnenste laag
▪ Lopen longitudinaal
o Buitenste laag, de faryngeale constrictorspieren
▪ Omcirkelen de wand als 3 gestapelde vuisten
• Contractie van deze spieren drijven voedsel in de slokdarm naar beneden.