geschiedenis hoofdstuk 7 pruiken en revoluties en hoofdstuk 8
burgers en stoommachines
7.1
KA: rationeel optimisme en verlicht denken op gebied van geloof, politiek,sociale
verhoudingen en economie
- 5 kenmerken verlicht denken:
1. godsdienst: er bestaat geen ware godsdienst, je moet andere geloven
tolereren, en er kwamen mensen die helemaal niet in god geloofden.
2. sociale verhoudingen: ieder mens is gelijkwaardig en heeft gelijke rechten
3. politiek: het volk heeft inspraak en mag machtsmisbruik tegen gaan. Er is
een verdeling van de macht (Trias politica) waardoor de macht niet bij 1
iemand ligt.
4. kennis: Je leest veel over verschillende thema’s in o.a. de encyclopedie en je
denkt op rationele wijze; met je verstand en kennis de wereld beter maken.
5. economie: Men streeft eigen voordeel na; mensen moeten ruimte krijgen
welvaart te verkrijgen o.a. via wet van vraag en aanbod en vrije markt.
- verlichte denkers
wie? kenmerken verlichting standpunten
Jean Jacques Rousseau mensenrechten/politiek ieder mens is van nature
gelijk, soevereiniteit van
bestuur ligt bij het volk;
bestuur moet altijd in
naam zijn van het volk.
Denis Diderot & Jean kennis bestrijden van
D’Alembert onwetendheid door
middel van kennis en
met het verstand
denken
Nicolas Voltaire godsdienst gelijkheid van religie;
deïsme; god heeft de
wereld geschapen maar
grijpt niet in.
John Locke mensenrechten/politiek regeringen krijgen
macht van het volk en
niet van god; rechten en
, plichten van burgers en
leiders liggen vast in
grondwet.
Charles Montesquieu politiek Trias politica;
controleren van de
macht door verdeling in
drie elementen.
Adam Smith economie vrijheid van het individu
om op economisch vlak
succes na te streven.
onvrede europa: hoge belasting,rijke vorsten,ongelijkheid
gevolg= opkomst verlichting, stroming van geleerden in West- Europa-> veranderen
samenleving
- rationalisme: met verstand nadenken-> niet naar geloof of vorst
gevolg= opkomst verlichting, groep mensen (verlichters) die met nieuwe inzichten
kwamen
7.2
KA: voortbestaan ancien régime en verlicht absolutisme
- vertrekpunt: verlichtingsidealen in europa-> macht koning, recht volk
2 soorten vorsten + 2 soorten reacties:
- verlichte vorsten: ruimte geven voor verlichting maar behoud macht
- ancien regime vorsten: koningen die bij oude situatie blijven
wat?: bestuur dat niet mee wil met verlichting
wie?: Frankrijk, Lodewijk 15 en 16
kenmerken:
1. burgerrechten: geen geloofsvrijheid, censuur
2. bestuur: absolute macht
3. sociale verhouding: sociale ongelijkheid+privilege
verlicht absolutisme:
wat?: vorsten die wel verlichte ideeën overnemen maar absolute macht houden
wie?: Frederik de Grote, Pruisen
kenmerken:
1. bestuur= vorst dient staat, behoud absolute macht
2. burgerrechten=geloofsvrijheid, geen censuur
3. sociale verhouding= ongelijkheid, adel (juncker
4. houdt privileges, horigheid
burgers en stoommachines
7.1
KA: rationeel optimisme en verlicht denken op gebied van geloof, politiek,sociale
verhoudingen en economie
- 5 kenmerken verlicht denken:
1. godsdienst: er bestaat geen ware godsdienst, je moet andere geloven
tolereren, en er kwamen mensen die helemaal niet in god geloofden.
2. sociale verhoudingen: ieder mens is gelijkwaardig en heeft gelijke rechten
3. politiek: het volk heeft inspraak en mag machtsmisbruik tegen gaan. Er is
een verdeling van de macht (Trias politica) waardoor de macht niet bij 1
iemand ligt.
4. kennis: Je leest veel over verschillende thema’s in o.a. de encyclopedie en je
denkt op rationele wijze; met je verstand en kennis de wereld beter maken.
5. economie: Men streeft eigen voordeel na; mensen moeten ruimte krijgen
welvaart te verkrijgen o.a. via wet van vraag en aanbod en vrije markt.
- verlichte denkers
wie? kenmerken verlichting standpunten
Jean Jacques Rousseau mensenrechten/politiek ieder mens is van nature
gelijk, soevereiniteit van
bestuur ligt bij het volk;
bestuur moet altijd in
naam zijn van het volk.
Denis Diderot & Jean kennis bestrijden van
D’Alembert onwetendheid door
middel van kennis en
met het verstand
denken
Nicolas Voltaire godsdienst gelijkheid van religie;
deïsme; god heeft de
wereld geschapen maar
grijpt niet in.
John Locke mensenrechten/politiek regeringen krijgen
macht van het volk en
niet van god; rechten en
, plichten van burgers en
leiders liggen vast in
grondwet.
Charles Montesquieu politiek Trias politica;
controleren van de
macht door verdeling in
drie elementen.
Adam Smith economie vrijheid van het individu
om op economisch vlak
succes na te streven.
onvrede europa: hoge belasting,rijke vorsten,ongelijkheid
gevolg= opkomst verlichting, stroming van geleerden in West- Europa-> veranderen
samenleving
- rationalisme: met verstand nadenken-> niet naar geloof of vorst
gevolg= opkomst verlichting, groep mensen (verlichters) die met nieuwe inzichten
kwamen
7.2
KA: voortbestaan ancien régime en verlicht absolutisme
- vertrekpunt: verlichtingsidealen in europa-> macht koning, recht volk
2 soorten vorsten + 2 soorten reacties:
- verlichte vorsten: ruimte geven voor verlichting maar behoud macht
- ancien regime vorsten: koningen die bij oude situatie blijven
wat?: bestuur dat niet mee wil met verlichting
wie?: Frankrijk, Lodewijk 15 en 16
kenmerken:
1. burgerrechten: geen geloofsvrijheid, censuur
2. bestuur: absolute macht
3. sociale verhouding: sociale ongelijkheid+privilege
verlicht absolutisme:
wat?: vorsten die wel verlichte ideeën overnemen maar absolute macht houden
wie?: Frederik de Grote, Pruisen
kenmerken:
1. bestuur= vorst dient staat, behoud absolute macht
2. burgerrechten=geloofsvrijheid, geen censuur
3. sociale verhouding= ongelijkheid, adel (juncker
4. houdt privileges, horigheid