Hoofdstuk 5 ziekteleerboek huid en huidderivaten
5.1
Dermatosen: huidaandoeningen
5.2 niet-infecteuze huidaandoeningen
5.2.1 aangeboren vacht en huidaandoeningen
Collageendysplasie (hyperelastosis cutss dermatosparaxis)
Een zeldzame aandoening die zowel een recessieve als een dominante
overervingsvorm kent. Alleen de heterozygote dieren overleven, de homozygoten
sterven al in de embryonale fase. Bij de kat is er een raspredisposite voor de heilige
birmaan maar we zien de aandoening bij allerlei typen huisdieren.
Verschijnselen: Door verschillende redenen zijn de collagene vezels van patinten
met deze aandoening niet uniform en in bundels gerangschikt
maar vertonen structuurafwijkingen. Hierdoor wordt de huid
zeer elastsch en los en scheurt gemakkelijk, klein trauma kan
dan al grote scheuren veroorzaken. Kenmerkend zijn
stervormige litekens. Let dus op bij krabben ivm jeuk!
Diagnose: op basis van de klinische verschijnselen.
Therapie en prognose: Geen therapie behalve vrijhouden van
parasieten ivm jeuk. De prognose is gereserveerd tot slecht
doordat er vaak veel wonden ontstaan die moeten worden
gehecht.
Epitheliogenesis imperfecta neonatorum (aplasia cuts)
De overerfaarheid van deze aandoening is waarschijnlijk recessief maar niet in alle
gevallen kan dit worden aangetoond.
Verschijnselen: op een of meerdere plekken ontbreekt de gehele epidermis en ligt de
dermis dus aan de oppervlakte (kan ook in mondholte en oesophagus!)
Prognose en therapie: behandeling van infectes, prognose is slecht.
Congenitale alopecia
We zien dit in verschillende uitngsvormen het meest bij de hond maar moeten ons
realiseren dat dit soms ook de rasstandaard is zoals bij naakthonden en katen. We
kennen verschillende vormen:
1) Kleurmutant alopecia
Komt voor bij hondenrassen met een bruine of zwarte vacht, de melanine
producte en opslag verloopt afwijkend.
Verschijnselen: de dieren worden met een normale huidkleur geboren
maar worden steeds kaler naar de leefijd van een jaar toe. Dit komt door
de producte van afwijkende melaninekorrels die de haarschacht en
matrix vernietgen. Er is geen pruritus (jeuk), wel zien we vaak een
secundaire infecte.
Diagnose: op basis van ras, klinisch beeld en microscopisch onderzoek van
oa de haren (megamelanosomen). Diferenteel diagnostsch kennen we:
zwarthaar follikeldysplasie, demodicose, dermatofytose en folliculits.
Prognose en therapie: Therapie is vooral toedienen van Ab ter bestrijding
van secundaire infectes en evt shampoo tegen seborroe. Prognose is
slecht sommige dieren worden geheel kaal anderen blijven altjd een
dunne vacht houden.
, 2) Patern baldness
Ook hier worden de dieren geboren met een normale vacht en
manifesteert de kaalheid zich pas later mede afankelijk van het ras (p6).
Verschijnselen: beneden de leefijd van een jaar steeds kaler wordende
plekken (vooral oorrand is kenmerkende plek (let op ook sarcoptes zit dar
graag!)). Geen pruritus.
Diagnose: klinisch beeld en ras evt huidbiopten die verkleining van de
haarfollikels laten zien.
Therapie en prognose: geen therapie (soms melanine maar onzeker) en
slechte prognose de dieren blijven kaal maar hebben daar geen last van!
3) Zwarthaar follikeldysplasie
Door een verstoring in het melaninetransport verliezen deze dieren op
jonge leefijd al hun zwarte haren.
Verschijnselen: al op zeer jonge leefijd dun behaarde
plekken (de zwarte!) en voor de leefijd van een jaar
kaal op die plekken.
Diagnose: op basis van de jonge leefijd en het klinisch
beeld, histopathologisch kan men afwijkende
haarschachten vinden met macromelanosomen in
zowel de schachten als de haren.
Therapie en prognose: geen en slecht, behandeling van secundaire
infectes maar de hond blijf kaal.
5.2.2 keratnisatestoornissen en hypertrofsche huidaandoeningen
Hyperkeratosis
Verbreding van het stratum corneum door een verhoogde aanmaak of een
verminderde afschilfering ervan.
Orthokeratose: het afwezig zijn van celkernen in het stratum corneum
(normaalbeeld).
Parakeratose: wanneer er i.t.t. orthokeratose wel kernen in het stratum corneum
aanwezig zijn. (abnormaal beeld)
Een hyperkeratose kan zowel een orthokeratotsche als een parakeratotsche zijn.
Zowel zink als vitamine A defciinte kan een rol spelen bij hyperkeratose. Ook zien
we vooral bij runderen nog wel eens een vergifiging met hooggechloreerde
nafalenen, deze verhinderen de omzetng van caroteen naar Vit A en laten dus
eenzelfde beeld zien.
Lokale omschreven hyperkeratose duiden we ook wel aan met eelt (callus), dit zien
we wel bij zwaardere hondenrassen (ellebogen) of paarden (zadeldrukplekken).
Dyskeratosis
Onevenwichtge verhoorning (meer/ minder aanmaak dan
afschilfering). Dit is het beeld bij seborroe en gaat soms gepaard met
hyperkeratose.
Pachydermie
Verdikking van de dermis; bindweefselhypertrofe, meestal veroorzaakt
door bloed of lymfestuwing bij een chronische ontsteking. We zien dit
soms aan de klauwen van koeien (tyloom), bij het paard
, (olifantsbenen), aan het scrotum van de hond en de oren van een varken (als gevolg
van actnomycose zie h4 bloed).
Zink responsieve dermatose
Zink is van belang voor de normale keratnisate en een tekort aan zink
kan dan ook leiden tot parakeratotsche hyperkeratose. Bij honden
zien we dit vooral bij de dog, malamut en husky. Bij varkens kennen
we ook een zinkdefciinte die we ‘parakeratosis dietetcaa noemen en
bij runderen bestaat een erfelijke afwijking met een verhoogde
zinkbehoefe.
Verschijnselen: haaruitval aan poten, snuit en oren. Verdikte huid met
vooral aan lichaamsuiteinden schilferig en korstg. In ernstge gevallen
zien we een achterblijving in groei en gestoorde wondgenezing.
Diagnostek: klinische verschijnselen in combinate met huidbiopten
die parakeratose laten zien.
Therapie en prognose: evt normalisate van de voeding of intraveneus
zink toedienen. De prognose is goed maar de behandeling wel
levenslang.
Seborroe
Een chronische huidaandoening op basis van een gestoorde keratnisate en
talgproducte. Bij patinten met seborroe is de normale turn-over van de huid sterk
verkort (4 ipv 22 dagen) waardoor een ophoping van hoorn op het huidoppervlak
ontstaat. Ook de talgproducte is verstoord en toont een andere samenstelling van
zeer vet tot droog wat geen goede afweer meer geef tegen bacteriin.
We maken de volgende indeling aan de hand van de etologie (ontstaanswijze):
1) Primaire metabole seborroe: endocriene oorzaken (hypothyreoïdie,
hyperadrenocortcisme), storingen in de vetstofwisseling etc.
2) Secundaire seborroe: sec verschijnsel bij andere huidaandoeningen.
3) Idiopathische seborroe: geen duidelijke oorzaak.
We zien het vooral bij de hond (cocker spaniil) en zelden bij de kat.
Verschijnselen: Droge seborroe geef een schilferige huid en vacht terwijl vetge
seborroe voor een vetge en stnkende vacht zorgt. Voorkeursplaatsen zijn de
ellebogen, hakken en oren maar seborroe komt over het hele lichaam voor. De
patinten hebben sowieso een kenmerkende hondenlucht en de pruritus is
afankelijk van de soort.
Diagnose: Lastg, eerst alle vormen van secundaire seborroe uitluiten alvorens te
kijken naar primaire of zelfs idiopathische seborroe.
Therapie en prognose: Bij secundaire seborroe dienen we de oorzaak weg te nemen,
als de seborroe aanhoud zijn er allerlei shampoos waarmee de dieren behandeld
kunnen worden. De prognose is matg, het succes van behandeling is wisselend.
Staartklierhyperplasie bij de hond en kat
De staartklier vinden we enkele cm van de staartbasis op het dorsale
deel van de staart. Bij de kat spreken we ook wel van het supracaudaal
orgaan. Hyperplasie vinden we vooral bij de hond en in mindere mate
bij de kat, de oorzaak is onbekend.
Verschijnselen: toename van de staartklier resulterend in alopecia en
bacteriile infecte. Bij de kat zijn mest opvallend een bruinachtge was
en vetge klevende haren.
, Diagnose: op basis van het beeld en evt histologisch onderzoek (biopt).
Therapie en prognose; in eerste instante symptomatsch, bij recidiverende
problemen soms chirurgische verwijdering van de staartklier.
Bij de hond zijn ook gunstge bijwerkingen gemeld van
castrate en progestatva. Bij de kat is er een gunstg efect
van veel buitenkomen maar verwijderen we de klier niet.
5.2.3 immuungemedieerde huidaandoeningen
Auto-immune huidaandoeningen
Pemphiguscomplex bij honds kat en paard
Bij deze groep huidaandoeningen (type II
overgevoeligheidsreactes) verminderen circulerende
antlichamen tegen desmosomen de cohesie tussen
keratnocyten zodanig dat de normale huidstructuur verloren gaat. We zien blaren en
acantholytsche cellen. Oorzaak is onduidelijk maar vaak medicijngebruik of infectes.
De meest voorkomende soort is pemphigus foliaceus:
Verschijnselen: seriele pustels of blaren gevolgd door korstvorming en kaalheid. We
zien de verschijnselen over de hele romp inclusief de voeten en nagels die kunnen
loslaten. Algemene ziekteverschijnselen zijn ook veel voorkomend.
Diagnose: klinisch beeld, cytologisch onderzoek, histopathologisch onderzoek.
Therapie en prognose: onderdrukken van de ontsteking met prednisolon, prognose is
gunstg bij hond en kat en matg bij het paard.
Lupus
Pathogenese berust op type III overgevoeligheidsreactes door
rondcirculerende immuuncomplexen. Als ontstekingen in de
organen voorkomen spreken we van systemische lupus
erythematosus (SLE) en bij alleen in de huid van discoïde lupus
erythematosus (DLE). We zien het zowel bij hond als kat en
sporadisch bij het paard.
Verschijnselen: depigmentate van de huid, schilfering, erosies,
ulcerate en korstvorming.
Diagnose: op basis van de klinische verschijnselen en het
histopathologisch onderzoek van huidbiopten.
Therapie en prognose: Behandeling bestaat uit immunosuppresieve middelen zoals
cortcoas (prednisolon, dexamethason). Vanwege de hardnekkige recidieven slechte
prognose bij hond en kat en vaak helemaal slecht bij het paard.
Allergische huidaandoeningen
Voedselovergevoeligheid bij hond en kat
Hieronder verstaan we zowel immuungemedieerd (type I, III, IV) maar ook een
voedselintolerante die niet immuungemedieerd is. Bij de hond zien we dit vaak op
jonge leefijd al terwijl bij de kat geen leefijdsvoorkeur bestaat,
Verschijnselen: ernstge pruritus (jeuk), bij de hond vaak papulae op de buik en in de
oksels en liezen (maar ook op kop en poten;
werkcollege). Ook zien we folliculits en otts externa
(oorsmeer) en soms maag-darmstoornissen. Beelden
lijken sterk op atopische dermatts.
Bij de kat zien we: crustuleuze ulcerateve dermatts
op de hals en kop, miliaire dermatts, pruritus zonder
5.1
Dermatosen: huidaandoeningen
5.2 niet-infecteuze huidaandoeningen
5.2.1 aangeboren vacht en huidaandoeningen
Collageendysplasie (hyperelastosis cutss dermatosparaxis)
Een zeldzame aandoening die zowel een recessieve als een dominante
overervingsvorm kent. Alleen de heterozygote dieren overleven, de homozygoten
sterven al in de embryonale fase. Bij de kat is er een raspredisposite voor de heilige
birmaan maar we zien de aandoening bij allerlei typen huisdieren.
Verschijnselen: Door verschillende redenen zijn de collagene vezels van patinten
met deze aandoening niet uniform en in bundels gerangschikt
maar vertonen structuurafwijkingen. Hierdoor wordt de huid
zeer elastsch en los en scheurt gemakkelijk, klein trauma kan
dan al grote scheuren veroorzaken. Kenmerkend zijn
stervormige litekens. Let dus op bij krabben ivm jeuk!
Diagnose: op basis van de klinische verschijnselen.
Therapie en prognose: Geen therapie behalve vrijhouden van
parasieten ivm jeuk. De prognose is gereserveerd tot slecht
doordat er vaak veel wonden ontstaan die moeten worden
gehecht.
Epitheliogenesis imperfecta neonatorum (aplasia cuts)
De overerfaarheid van deze aandoening is waarschijnlijk recessief maar niet in alle
gevallen kan dit worden aangetoond.
Verschijnselen: op een of meerdere plekken ontbreekt de gehele epidermis en ligt de
dermis dus aan de oppervlakte (kan ook in mondholte en oesophagus!)
Prognose en therapie: behandeling van infectes, prognose is slecht.
Congenitale alopecia
We zien dit in verschillende uitngsvormen het meest bij de hond maar moeten ons
realiseren dat dit soms ook de rasstandaard is zoals bij naakthonden en katen. We
kennen verschillende vormen:
1) Kleurmutant alopecia
Komt voor bij hondenrassen met een bruine of zwarte vacht, de melanine
producte en opslag verloopt afwijkend.
Verschijnselen: de dieren worden met een normale huidkleur geboren
maar worden steeds kaler naar de leefijd van een jaar toe. Dit komt door
de producte van afwijkende melaninekorrels die de haarschacht en
matrix vernietgen. Er is geen pruritus (jeuk), wel zien we vaak een
secundaire infecte.
Diagnose: op basis van ras, klinisch beeld en microscopisch onderzoek van
oa de haren (megamelanosomen). Diferenteel diagnostsch kennen we:
zwarthaar follikeldysplasie, demodicose, dermatofytose en folliculits.
Prognose en therapie: Therapie is vooral toedienen van Ab ter bestrijding
van secundaire infectes en evt shampoo tegen seborroe. Prognose is
slecht sommige dieren worden geheel kaal anderen blijven altjd een
dunne vacht houden.
, 2) Patern baldness
Ook hier worden de dieren geboren met een normale vacht en
manifesteert de kaalheid zich pas later mede afankelijk van het ras (p6).
Verschijnselen: beneden de leefijd van een jaar steeds kaler wordende
plekken (vooral oorrand is kenmerkende plek (let op ook sarcoptes zit dar
graag!)). Geen pruritus.
Diagnose: klinisch beeld en ras evt huidbiopten die verkleining van de
haarfollikels laten zien.
Therapie en prognose: geen therapie (soms melanine maar onzeker) en
slechte prognose de dieren blijven kaal maar hebben daar geen last van!
3) Zwarthaar follikeldysplasie
Door een verstoring in het melaninetransport verliezen deze dieren op
jonge leefijd al hun zwarte haren.
Verschijnselen: al op zeer jonge leefijd dun behaarde
plekken (de zwarte!) en voor de leefijd van een jaar
kaal op die plekken.
Diagnose: op basis van de jonge leefijd en het klinisch
beeld, histopathologisch kan men afwijkende
haarschachten vinden met macromelanosomen in
zowel de schachten als de haren.
Therapie en prognose: geen en slecht, behandeling van secundaire
infectes maar de hond blijf kaal.
5.2.2 keratnisatestoornissen en hypertrofsche huidaandoeningen
Hyperkeratosis
Verbreding van het stratum corneum door een verhoogde aanmaak of een
verminderde afschilfering ervan.
Orthokeratose: het afwezig zijn van celkernen in het stratum corneum
(normaalbeeld).
Parakeratose: wanneer er i.t.t. orthokeratose wel kernen in het stratum corneum
aanwezig zijn. (abnormaal beeld)
Een hyperkeratose kan zowel een orthokeratotsche als een parakeratotsche zijn.
Zowel zink als vitamine A defciinte kan een rol spelen bij hyperkeratose. Ook zien
we vooral bij runderen nog wel eens een vergifiging met hooggechloreerde
nafalenen, deze verhinderen de omzetng van caroteen naar Vit A en laten dus
eenzelfde beeld zien.
Lokale omschreven hyperkeratose duiden we ook wel aan met eelt (callus), dit zien
we wel bij zwaardere hondenrassen (ellebogen) of paarden (zadeldrukplekken).
Dyskeratosis
Onevenwichtge verhoorning (meer/ minder aanmaak dan
afschilfering). Dit is het beeld bij seborroe en gaat soms gepaard met
hyperkeratose.
Pachydermie
Verdikking van de dermis; bindweefselhypertrofe, meestal veroorzaakt
door bloed of lymfestuwing bij een chronische ontsteking. We zien dit
soms aan de klauwen van koeien (tyloom), bij het paard
, (olifantsbenen), aan het scrotum van de hond en de oren van een varken (als gevolg
van actnomycose zie h4 bloed).
Zink responsieve dermatose
Zink is van belang voor de normale keratnisate en een tekort aan zink
kan dan ook leiden tot parakeratotsche hyperkeratose. Bij honden
zien we dit vooral bij de dog, malamut en husky. Bij varkens kennen
we ook een zinkdefciinte die we ‘parakeratosis dietetcaa noemen en
bij runderen bestaat een erfelijke afwijking met een verhoogde
zinkbehoefe.
Verschijnselen: haaruitval aan poten, snuit en oren. Verdikte huid met
vooral aan lichaamsuiteinden schilferig en korstg. In ernstge gevallen
zien we een achterblijving in groei en gestoorde wondgenezing.
Diagnostek: klinische verschijnselen in combinate met huidbiopten
die parakeratose laten zien.
Therapie en prognose: evt normalisate van de voeding of intraveneus
zink toedienen. De prognose is goed maar de behandeling wel
levenslang.
Seborroe
Een chronische huidaandoening op basis van een gestoorde keratnisate en
talgproducte. Bij patinten met seborroe is de normale turn-over van de huid sterk
verkort (4 ipv 22 dagen) waardoor een ophoping van hoorn op het huidoppervlak
ontstaat. Ook de talgproducte is verstoord en toont een andere samenstelling van
zeer vet tot droog wat geen goede afweer meer geef tegen bacteriin.
We maken de volgende indeling aan de hand van de etologie (ontstaanswijze):
1) Primaire metabole seborroe: endocriene oorzaken (hypothyreoïdie,
hyperadrenocortcisme), storingen in de vetstofwisseling etc.
2) Secundaire seborroe: sec verschijnsel bij andere huidaandoeningen.
3) Idiopathische seborroe: geen duidelijke oorzaak.
We zien het vooral bij de hond (cocker spaniil) en zelden bij de kat.
Verschijnselen: Droge seborroe geef een schilferige huid en vacht terwijl vetge
seborroe voor een vetge en stnkende vacht zorgt. Voorkeursplaatsen zijn de
ellebogen, hakken en oren maar seborroe komt over het hele lichaam voor. De
patinten hebben sowieso een kenmerkende hondenlucht en de pruritus is
afankelijk van de soort.
Diagnose: Lastg, eerst alle vormen van secundaire seborroe uitluiten alvorens te
kijken naar primaire of zelfs idiopathische seborroe.
Therapie en prognose: Bij secundaire seborroe dienen we de oorzaak weg te nemen,
als de seborroe aanhoud zijn er allerlei shampoos waarmee de dieren behandeld
kunnen worden. De prognose is matg, het succes van behandeling is wisselend.
Staartklierhyperplasie bij de hond en kat
De staartklier vinden we enkele cm van de staartbasis op het dorsale
deel van de staart. Bij de kat spreken we ook wel van het supracaudaal
orgaan. Hyperplasie vinden we vooral bij de hond en in mindere mate
bij de kat, de oorzaak is onbekend.
Verschijnselen: toename van de staartklier resulterend in alopecia en
bacteriile infecte. Bij de kat zijn mest opvallend een bruinachtge was
en vetge klevende haren.
, Diagnose: op basis van het beeld en evt histologisch onderzoek (biopt).
Therapie en prognose; in eerste instante symptomatsch, bij recidiverende
problemen soms chirurgische verwijdering van de staartklier.
Bij de hond zijn ook gunstge bijwerkingen gemeld van
castrate en progestatva. Bij de kat is er een gunstg efect
van veel buitenkomen maar verwijderen we de klier niet.
5.2.3 immuungemedieerde huidaandoeningen
Auto-immune huidaandoeningen
Pemphiguscomplex bij honds kat en paard
Bij deze groep huidaandoeningen (type II
overgevoeligheidsreactes) verminderen circulerende
antlichamen tegen desmosomen de cohesie tussen
keratnocyten zodanig dat de normale huidstructuur verloren gaat. We zien blaren en
acantholytsche cellen. Oorzaak is onduidelijk maar vaak medicijngebruik of infectes.
De meest voorkomende soort is pemphigus foliaceus:
Verschijnselen: seriele pustels of blaren gevolgd door korstvorming en kaalheid. We
zien de verschijnselen over de hele romp inclusief de voeten en nagels die kunnen
loslaten. Algemene ziekteverschijnselen zijn ook veel voorkomend.
Diagnose: klinisch beeld, cytologisch onderzoek, histopathologisch onderzoek.
Therapie en prognose: onderdrukken van de ontsteking met prednisolon, prognose is
gunstg bij hond en kat en matg bij het paard.
Lupus
Pathogenese berust op type III overgevoeligheidsreactes door
rondcirculerende immuuncomplexen. Als ontstekingen in de
organen voorkomen spreken we van systemische lupus
erythematosus (SLE) en bij alleen in de huid van discoïde lupus
erythematosus (DLE). We zien het zowel bij hond als kat en
sporadisch bij het paard.
Verschijnselen: depigmentate van de huid, schilfering, erosies,
ulcerate en korstvorming.
Diagnose: op basis van de klinische verschijnselen en het
histopathologisch onderzoek van huidbiopten.
Therapie en prognose: Behandeling bestaat uit immunosuppresieve middelen zoals
cortcoas (prednisolon, dexamethason). Vanwege de hardnekkige recidieven slechte
prognose bij hond en kat en vaak helemaal slecht bij het paard.
Allergische huidaandoeningen
Voedselovergevoeligheid bij hond en kat
Hieronder verstaan we zowel immuungemedieerd (type I, III, IV) maar ook een
voedselintolerante die niet immuungemedieerd is. Bij de hond zien we dit vaak op
jonge leefijd al terwijl bij de kat geen leefijdsvoorkeur bestaat,
Verschijnselen: ernstge pruritus (jeuk), bij de hond vaak papulae op de buik en in de
oksels en liezen (maar ook op kop en poten;
werkcollege). Ook zien we folliculits en otts externa
(oorsmeer) en soms maag-darmstoornissen. Beelden
lijken sterk op atopische dermatts.
Bij de kat zien we: crustuleuze ulcerateve dermatts
op de hals en kop, miliaire dermatts, pruritus zonder