Week 3:
HC: mammacarcinomen
Literatuur:
Van Spil, van Muilekom en van de Walle, Oncologie handboek voor verpleegkundigen en
ander hulpverleners. 2013 Hoofdstuk 20: Mammacarcinoom
Oncoline richtlijn mammacarcinoom
htps://borstkanker.nl
htps://brca.nl/nl/oncogen
Tijdens de les
Middels een hoorcollege wordt het zorgpad van de patint met een mammacarcinoom besproken. Je
krijgt een verdieping op het ziektebeeld middels :
- epidemiologie en etologie (risicofactoren)
- symptomatologie
- diagnostek
- diagnose: classifcate en stadiering (TNM)
- therapie
- prognose en follow up
- Specifeke aandachtspunten:
o erfelijkheid
o fertliteit
o overgangsklachten
o kinderen van ouders met kanker
Leerdoelen:
1. De student toont kennis van de epidemiologie van borstkanker.
In Nederland krijgt 1 op de 7 vrouwen borstkanker. In 2017 waren er ruim 17.500 diagnoses. De
overlevingskansen zijn goed maar toch overlijden er jaarlijks meer dan 3.000 mensen aan de
gevolgen van borstkanker.
Cijfers over borstkanker:
1 op de 7 vrouwen krijgt borstkanker. In 2017 werd er bij 17.559 mensen borstkanker
vastgesteld (incl. in situ tumoren). Bij 17.423 vrouwen en bij 136 mannen. Het aantal
borstkanker diagnoses zal de komende jaren stjgen, naar schatng tot ruim 20.000 in 2020.
In Nederland zijn er meer dan 150.000 mensen die borstkanker hebben (gehad). 20% van de
borstkankerpatinten is jonger dan 50 jaar. 80% is 50 jaar of ouder. Bijna 30% van de
patinten is 70 jaar of ouder. 88% van de vrouwelijke patinten is 5 jaar na de diagnose nog
in leven. Na 10 jaar is 79% van de vrouwelijke patinten nog in leven.
De overlevingskans van borstkanker is de afgelopen jaren gestegen met 1% per jaar. Er
overlijden jaarlijks ruim 3.000 mensen aan de gevolgen van borstkanker, 9 p/dag. Bij 20% van
alle borstkankerpatinten komt borstkanker in de familie voor. Bij 5 tot 10% van de
borstkankerpatinten is er sprake van erfelijke aanleg voor borstkanker
De mortaliteit daalt door:
• Vroege detecte bevolkingsonderzoek om de 2 jaar een mammogram
• Adjuvante systemische therapie
• Chemotherapie
, • Anti-hormonale therapie
• Targeted therapie.
• Systemische therapie in de palliateve fase
2. De student toont kennis van de diagnostiek en stadiëring van
borstkanker.
Diagnostek door bijv. bevolkingsonderzoek bij vrouwen < 50 jaar. Om de 2 jaar een mammogram
zelfonderzoek, door ‘’te voelen’’ leidt niet tot eerdere detecte, omdat je het niet kan
Voelen
Erfelijkheidonderzoek bij:
• Borstkanker voor het 40ste jaar of eierstokkanker voor het 50ste jaar
• Borsti- en eierstokkanker bij drie of meer eerstei- of tweedegraads familieleden in
verschillende generates
• In beide borsten borstkanker voor het 50ste jaar
• Een man met borstkanker
Diagnose: ‘’triple diagnostek’’:
1. Lichamelijk onderzoek
2. Beeldvormend onderzoek: mammografe echografe (eventueel MRI)
3. Weefselonderzoek: puncte of biopsie
Aanvullend onderzoek: CT of MRI
Na mammogram, wat een verdachte afwijking aanwijst, ga je een puncte doen.
3. De student toont kennis van de behandelingen van borstkanker.
Multdisciplinaire oncologiebespreking
Aanwezige disciplines:
o Chirurg
o Internisti-oncoloog
o Patholoog
o Radioloog
o Radiotherapeut
o Andere relevante disciplines
Chirurgie (oncologischi-chirurg)
Radiotherapie (radiotherapeut)
Chemotherapie, doelgerichte therapie, anthormonale therapie en immunotherapie
(internisti-oncoloog)
Interventei-radiologie (interventei-radioloog)
4. De student toont kennis van de korte en lange termijn bijwerkingen van
chemotherapie, radiotherapie, doelgerichte therapie en
immunotherapie.
5. De student kan minimaal drie risicofactoren van borstkanker noemen.
Etologie / risicofactoren:
Erfelijke aanleg (BRCA1, BRCA2):
o Genafwijking aanwezig die is overgeirfd van een van de ouders: BRCA1 en BRCA2
(BReast CAncer)
o Bij 5 i-10 % van de borstkankerpatenten
, o Sterke verhoging op de kans op borstkanker tot 80% (en verhoogde kans op
eierstokkanker)
o NB: niet verwarren met familiaire bortskanker. Gen dat defect veroorzaakt nog niet
ontdekt
Hormonale factoren: Hoe langer je blootgesteld wordt aan hormonen als oestrogeen is van
belang:
o Late eerste zwangerschap
o Kinderloosheid
o Vroege eerste menstruate
o Late menopauze
o Hormoon substtute therapie
Eerdere goedaardige borstafwijkingen
Overgewicht
Alcohol
Omgevingsfactoren (bijvoorbeeld straling na behandeling van ziekte van Hodgkin)
6. De student kan de rol van erfelijkheid bij borstkanker benoemen.
Zie leerdoel 5.
7. De student kan de indeling van de stadia van borstkanker uitleggen.
Diagnose: gradering
Kwaadaardige tumoren worden meestal in 3 graderingen ingedeeld:
• graad I (laaggradig): de kankercellen zijn goed gediferenteerd. Dat betekent dat de
tumorcellen voor een groot deel lijken op gezonde cellen. De kankercellen groeien meestal
langzaam.
• graad II (intermediair): de kankercellen zijn matg gediferenteerd, Ze lijken steeds minder
goed op gezonde cellen. De kankercellen groeien meestal sneller dan normale cellen en
plakken snel aan elkaar.
• graad III (hooggradig): de kankercellen zijn slecht gediferenteerd. Ze lijken vrijwel niet meer
op gezond weefsel. Deze kankercellen groeien bijna altjd veel sneller dan normale cellen.
• graad IV: dit zijn ongediferenteerde cellen. Deze lijken helemaal niet meer op de gezonde
cellen.
Dus in TNM:
Stadium I: tumor is kleiner dan 2 centmeter en beperkt tot de borst (T1N0M0)
Stadium II: tumor is groter dan 2 centmeter en/of zijn enkele axillaire lymfeklieren
aangedaan (T1i-2, N0i-1, M0)
Stadium III: lokaal gevorderde tumoren. Naast axillaire zijn ook supraclaviculaire en interne
lymfeklieren aangedaan (T1i-4, N1i-3, M0)
Stadium IV: de tumor is uitgezaaid spreken we over stadium 4 tumoren (T1i-4, N0i-3, M1).
Deze tumoren worden per defnite palliatef behandeld
80% van vrouwen heef stadium 1 of 2