Weekn6
Intelliiente
6.1 De student kan toelichten wat intelligente is en kan verschillende manieren om naar
intelligente te kijken benoemen
Intelligentie:nde mentale capaciteiten om kennis te verwerven, te redeneren en efeccef problemen
op te lossen.
‘Intelliienteniisndatnwatneennintelliienteteistnmeetn‘–nBorinin1923
‘Intelliienteniisnhetnvermoiennomndoelierichtntenhandelen,nratoneelntendenkennenn
effectefnmetndenomievininomnteniaan n–nWechislern1944
1. Psychometrische theorieën:nkijkt meer naar psychologische testen en meet hoeveelheden
Metennvannmentalenvaardiiheden
IQ,nperisoonlijkheid,nischoolvorderini,nintereisiseteistis
Spearman (1927): algemene factor/aangeboren eigenschap —> General-factor
G-factor;nalisnjen1nopdrachtnioedndoetndoenjendenanderenopdrachtennooknioed,niisn
aanieborennfactorndienervoornzoritndatnjendiniennioednofnfoutndoet
Cattell (19e63)9:nwe kunnen intelligence verdelen in 2 onafankelijke componenten, zijn
beide essenceel voor een adapceve levenshouding
Gekristalliseerde intelligentie:nverworvennkenniis,nvaardiihedennopntenislaannenn
teruinhalen.nKenniisndienjenkanntoepaisisen.n(Woordenischat,naliemenen
ontwikkelini,nwiiskundiienkenniis)
BV: wat is de defnice van koppig
Vloeibare kennis: probleemoploisisennennabistractnredeneren,nantwoordnliitnnietn
vaistninnjenieheuiennmaarnjenmoetnerovernnadenken.nJenprobleemoploisisendn
vermoien,nruimtelijkninzicht.nComplexenrelateisnziennennisnappen
BV: geef een plaatje van een soort puzzel en los het op
2. Cognitieve theorieën: : kijkt breed naar hoe succesvol zijn ze op school, op werk, in het leven
en hoe goed ben je daarin. Stellen de vraag “wat maakt je slim?”
Sternberg (19eee)9: Triarchiischentheorien
3nonafankelijkenintelliienteis,njenkanninnden1nbeternzijnndanndenander
1. Praktische intelligentie;niezondnveristandnennalledaaiisenproblemen
—>nHoenhandelnjeninnisituateis
2. Logisch redeneren;nischooltakennennopdrachten,ntoetisen
3. Experimentele intelligentie;nhoencreatefnjenbent/inzicht
Gardner:nernbeistaannmeerndann8nintelliienteis
Liniuiistische
Loiiisch-mathematischen(wiiskundii)
Ruimtelijken(vormen/contexten)
Muzikale
Lichamelijke-kineistheistische
Interperisoonlijken(tuisisennanderenperisonen)
Intraperisoonlijken(metnjezelfnennkennjezelf)
Natuurierichte
3n.nCulturele defnities intelligentie:
Crossculturele benadering: intelliienteniisnprobleemoploisisennvermoien
Verischillendenisoortennproblemennperncultuur