Anamnese
Personalia van de patiënt:
Naam, adres e.d.. Is de patiënt doorverwezen, dan heb je de gegevens al gekregen.
Gezondheidsproblemen en toestand:
Waar heeft u pijn? Wat voor soort pijn is het (stekende pijn, zeurende pijn)? Hoe voelt de pijn (VAS-
score)?
Hoe ziet het er uit (rood, zwelling, warm, functieverlies)?
Historie en beloop:
Hoe lang heeft u al last van deze klacht? Is de klacht erger geworden in de loop van de
dagen/maanden/jaren? Hoe verloopt de klacht op de dag? Zijn er momenten op de dag dat de
klachten erger worden? Zo ja, is dit bij een bepaalde beweging/inspanning? Kunt u ’s nachts nog
goed slapen met deze klacht?
Invloeden op het probleem:
Heeft uw woon-/werksituatie invloed op uw klacht? Als de klacht erger wordt wat doet u dan
(ontlasten, andere kant gebruiken)? Gebruikt u pijnstillers tegen de pijn?
Relatie met vroegere en andere problemen:
Heeft u eerder dit soort klachten gehad? Bent u er eens aan geopereerd?
Behandelingen en resultaten:
Toen u eerder klachten had, wat is er toen aan gedaan (oefeningen: heeft u deze al eens weer
geprobeerd?, massage)? Bij doorverwijzing: heeft de arts u iets gegeven tegen de pijn?
Individuele omstandigheden:
Hoe gaat het verder met u (gezin, woonsituatie)? Hoe gaat het op het werk?
Hulpvraag:
Waarvoor komt u hier? Wat kan ik voor u betekenen? (Hulpvraag kan zijn een pijnvrije ADL, weer
sporten op niveau voor de klacht.)
Verwachtingen:
Wat verwacht u dat ik voor u kan doen?
Lekenoordeel:
Wat denkt u zelf dat u heeft?
Oplossing van de patiënt:
Wat zou u er zelf aan willen doen (oefeningen of liever massage)?
, Observatie
1. Totale observatie (normale houding)
• Somatische typologie
o Mesomorf / Atletisch
o Ectomorf / Leptosoom
o Endomorf / Picnisch
• Spiertonus
• Huid
• Houding
• Gewrichten
• Luchtfiguren
• Vorm
• Lijnen
o Koplood-basislood: occiput, moet in het midden van het steunvlak uitkomen
o Lijn van Matthias: Gehoorgang, door schouderkop, voor knie, voor de enkel
▪ Anteropositie hoofd, protractie schouders
o Lijn van Appleton: occiput raakt thoracaal kyfose, os sacrum en hiel
2. Totale observatie (gecorrigeerde houding)
Plaats je eigen voet tussen die van de patiënt en vraag om helemaal uit te strekken
• Alle opvallende/afwijkende dingen nakijken
• Luchtfiguren controleren
• Lijnen controleren
3. Lokale observatie
• Zwelling
• Botstructuur
• Huid
• Haar
• Wonden
• Trofie/atrofie
• Temperatuur
• Vaten
• Stand van de gewrichten
• Sensomotorische activiteiten
• Roodheid
• Littekens
• Transpiratie
, Ganganalyse
1. Algemeen
• Inspectie:
o Voeten
o Wondjes
o Schoenen
• Kwalitatieve aspecten:
o Gehaast of rustig
o Houterig of soepel of ritmisch
o Onzeker of doelbewust
o Blij of boos
o Bang of verdrietig
o Afwachten of initiatief nemend
o Trots of nuchter
• Waar is de mobiliteit
• Waar is de stabiliteit
• Is de ROM voldoende
• Is de stabiliteit voldoende
• Welke spieren zijn daarbij op welke manier actief
• Hoe worden deze geïnitieerd
• Standfase
• Huid
• Lijnen
• Luchtfiguren
• Kwantitatieve aspecten:
o Voetafwikkeling
o Paslengte
o Spoorbreedte
o Bekkenspel/romprotaties
o Armzwaai
o Tempo
o Ritme
o Frequentie
• Specifiek
o Stand schouders, hoofd
o Romprotaties (flexie-extensie/lateroflexie-extensie)
o Bekken (voor- en achteroverkanteling)
o Heup (flexie, extensie, rotatie en circumductie)
o Knie (flexie-extensie)
o Enkel (dorsaalflexie en plantairflexie)
, 2. Rancho los amigos
Stand fase
• Initial Contact (IC) heel strike
• Loading response (LR) foot flat
• Mid stance (MSt)
• Terminal Stance heel off
• Pre-Swing (PSw) toe off
Swing fase
• Initial Swing (ISw) acceleratie fase
• Mid-Swing (MSw)
• Terminal Swing (TSw) Deceleratie fase
Initial contact
• Het eerste contact met de grond
• Let op de activiteit van de pretibiale musculatuur
• Positioneer rocker
• Heup: 25° flexie
• Knie: 0°
• Enkel: 0°
Loading Respons
• Het eerste contact met de grond
• Let op de activiteit van de pre tibiale musculatuur
• Positioneer de voet correct voor ‘heel rocker’
• Heup: 25° flexie
• Knie: 15° flexie
• Enkel: 10° plantairflexie
Mid-stance
• Co-activiteit ter stabilisatie
• Romp en bekken bewegen over het stand been
• Gecontroleerde mobiliteit
• ‘ankle rocker’
• Heup: 0°
• Knie: 0°
• Enkel: 0° dorsaalflexie
Terminal Stance
• Co-activiteit ter stabilisatie
• Romp en bekken bewegen over het stand been
• Gecontroleerde mobiliteit
• ‘ankle rocker’
• Heup: 20° flexie
• Knie: 0°
• Enkel: 10° dorsaalflexie