100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Hoofdstuk 16: Metabolisme en inspanning

Beoordeling
-
Verkocht
6
Pagina's
25
Geüpload op
08-01-2019
Geschreven in
2018/2019

Volledige samenvatting van hoofdstuk 16 over Metabolisme en inspanning uit het boek van Vander's











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H16
Geüpload op
8 januari 2019
Aantal pagina's
25
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 16: Metabolisme & Inspanning
Sectie A: Controle en integratie van koolhydraten, eiwitten en vet metabolisme




16.1: Gebeurtenissen van de absorptieve en postabsorptieve staten


Absorptieve staat = een staat waarin ingenomen voedingstoffen het bloed ingaan vanuit het
spijsverteringskanaal.

Postabsorptieve staat = een staat waarin het spijsverteringskanaal leeg is van
voedingstoffen en het lichaam uit eigen opslag energie moet halen.

Absorptieve staat:
Deel van de voedingstoffen die we inkrijgen gaat wordt gelijk gebruikt voor energie en een
ander deel wordt gebruikt voor opslag

Een mens kan weken in de postabsorptieve staat (als water maar wel aanwezig is).

De drie belangrijkste energie leveraars zijn: koolhydraten, vet en eiwitten (koolhydraten het
belangrijkst).




Samenvattend plaatje van het absorptieve staat!! Belangrijk!!

,Geabsorbeerde koolhydraten → Glucose

Geabsorbeerd koolhydraat zijn meestal galactose en fructose. Deze worden door de lever
omgezet in glucose

Glucose is de belangrijkste energiebron tijdens absorptieve staat. In de cel wordt deze
gekataboliseerd tot koolstofdioxide en water. De energie die bij dit proces vrijkomt, wordt
gebruikt om ATP te maken.

Skeletspieren zijn de meest gebruikers van glucose. Naast het gelijk gebruiken, zetten de
skeletspieren glucose om in de polysacharide glycogeen. Deze wordt vervolgens opgeslagen
in de spiercel voor gebruik in de toekomst.

Vetweefsel cellen (adipocyten) kataboliseren ook glucose voor energie. Daarnaast zetten
vetweefselcellen glucose om in vet (triglyceriden = vetzuren + glycerol 3-fosfaat)

In de lever gebeuren het volgende met glucose.
1. Het wordt omgezet in glycogeen
2. Het wordt omgezet in vetzuren en glycerol 3-fosfaat om er vervolgens triglyceriden
van te maken. Deze worden vervolgens verpakt met specifieke eiwitten en worden
lipoproteïne genoemd. De lipoproteïne worden vervolgens uit de levercellen
uitgescheiden in het bloed → Very-low density lipoproteins (VLDLs) (omdat meer
vet dan eiwitten; vet heeft een lagere dichtheid dan eiwitten)

Lipoproteïne lipase = zet triglyceriden van de lipoprotein door hydrolyse om in
monoglyceriden en vetzuren
→ Deze vetzuren worden opgenomen door vetweefsel cellen om er triglyceriden van te
maken.
→ Deze monoglyceriden worden ook door vetweefsel opgenomen en omgezet in
triglyceriden of terug naar de lever waar het wordt gemetaboliseerd.


Geabsorbeerde lipiden

Meest van de geabsorbeerde lipiden zijn ingepakt in chylomicronen (vetdruppel in het bloed
na vertering) die via de lymfe in het bloedcirculatie komen.

De verwerking van de triglyceriden in chylomicronen in plasma is vergelijkbaar met die
eerder beschreven voor VLDLs geproduceerd door de lever → De vetzuren van plasma
chylomicronen worden afgegeven, voornamelijk in vetweefselcapillairen, door de werking
van endotheliale lipoproteïnelipase. De vrijgekomen vetzuren diffunderen vervolgens in
vetweefselcellen en combineren met glycerol 3-fosfaat, gesynthetiseerd in de
vetweefselcellen van glucosemetabolieten, om triglyceriden te vormen.

Glycerol 3-fosfaat kan alleen gemaakt worden uit glucose. Vetzuren komen door 3 paden,
hierboven beschreven.

, Een ander stof dat in chylomicronen zit, is cholesterol. Deze dient niet als een metabole
energiebron, maar is in plaats daarvan een component van plasmamembranen en een
voorloper voor galzouten en steroïde hormonen. Een te hoge concentratie van cholesterol in
het plasma kan leiden tot atherosclerosis → verdikking van de arterie dat kan leiden tot
hartaanval, beroerte en andere vormen van hartfalen.

Er zijn te bronnen voor cholesterol: dieet-cholesterol en door het lichaam gesynthetiseerd
cholesterol. Eigeel bevat de meeste cholesterol (185 mg). Deel van de cholesterol wordt
opgenomen door het lichaam en een ander deel gaat mee met de uitscheiding.

Bijna alle cellen kunnen een klein beetje cholesterol synthetiseren, maar niet genoeg voor
gebruik. Daarom nemen ze de cholesterol op uit het lichaam. De lever en dunne darm
produceren veel cholesterol en scheidt dit uit in het bloed.

De lever is duidelijk het belangrijkste orgaan dat de cholesterolhomeostase controleert,
want de lever kan nieuw gesynthetiseerd cholesterol aan het bloed toevoegen en het kan
cholesterol uit het bloed verwijderen, het afscheiden in de gal of het metaboliseren tot
galzouten.

De synthese van cholesterol in de lever wordt geremd wanneer voedings- en daarom
plasma-cholesterol wordt verhoogd. Dit komt omdat cholesterol het enzym HMG-CoA-
reductase remt, wat essentieel is voor de cholesterolsynthese door de lever (negatieve
feedback)

Cholesterol circuleert in het plasma als deel van een divers lipoproteïne complexen. Dit zijn
VLDLs, LDLs (low-density lipoproteins) en HDLs (high-density lipoproteins).

LDLs zijn de hoofddragers van cholesterol en draagt cholesterol naar de cellen.
HDLs neemt cholesterol van andere plekken en brengt deze naar de lever. Ook brengt HDLs
cholesterol naar steroïde-producerende endocriene cellen.

LDL-cholesterol wordt vaak aangeduid als "slecht" cholesterol omdat een hoge
plasmaconcentratie kan worden geassocieerd met een verhoogde afzetting van cholesterol
in arteriële wanden en een hogere incidentie van hartaanvallen.
Volgens dezelfde criteria is HDL-cholesterol aangewezen als "goed" cholesterol.

Atherosclerose ligt niet per se aan de concentratie cholesterol in plasma, maar aan de ratio
LDL tot HDL. Hoe lager die ratio, hoe minder kans op de aandoening.

Factoren die invloed hebben op concentratie HDL en LDL
- Roken verlaagt het HDL-concentratie in plasma.
- Gewicht vermindering bij overgewicht mensen verlaagt het HDL-concentratie
- Oefeningen verhoogt het HDL-concentratie
- Oestrogeen verlaagt LDL- en verhoogt HDL-concentratie

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
krolosa Vrije Universiteit Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
23
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
21
Documenten
9
Laatst verkocht
2 jaar geleden

4,0

2 beoordelingen

5
1
4
0
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen