Minor eedgu
Inhoud
Suïcidaliteit, stemmingsproblemen en trauma...................................................................................1
Seksueel misbruik en kindermishandeling..........................................................................................4
Hechtng.............................................................................................................................................7
Scheiding..........................................................................................................................................12
LVB/ KOPP........................................................................................................................................18
Recht: Beroepsregistrate en tuchtrecht...........................................................................................22
Suïcidaliteit, stemmingsproblemen en trauma
Suïcidaliteit: Je herkent kenmerken van stemmingsproblemen en trauma (signalering) en suïcidaliteit
Onder stemmingsproblemen vallen: verdriet, somberheid, afectlabiliteit en verliesverwerking.
- Afectlabiliteit: Afectlabiliteit is een sterke schommeling in de uitng van gevoelens. Afect
betekent: het gedrag waarmee mensen laten zien hoe ze zich voelen. Iemand met
afectlabiliteit zal emotes als verdriet of vreugde sneller en nadrukkelikker uiten door te
huilen of te lachen.
Symptomen:
Neerslachtge stemming
Nergens interesse in hebben
Vermoeidheid
Emoteloos of somber
Slaapproblemen
Gevoel van schuld, hulpeloosheid
Suïcidale gedachten
Verklarende theorieën:
Cogniteve verklaring: Triade van Beck:
- Waardeloos: negatef zelleeld
- Hulpeloos: negatef beeld op de omgeving
- Hopeloos: geen toekomstperspectef
Ik zal nooit…
Tekort in interpersoonlikke probleemoplossingsvaardigheden: ‘Het gaat mik toch niet lukken.’
Interne locus of control. Afankelikk zikn van anderen, geen waardering krikgen.
Selfulflling prophecy: het gaat mik toch niet lukken.
1
, Piekeren, rumineren -> sociale antsteun: voorbeeld: meiske (17 kaar, depressie) met kongen op
kamer, allebei stemmingsproblematek. Versterken elkaar. Zonderen zich af. Meiske gaat niet
naar de psycholoog. Motverende gesprekvoering inzeten.
Depressie aangeboren (gevoelig voor zikn) en door opvoeding.
- Verklaring depressie:
• Erfelikk
• Tekort aan neurotransmiters serotonine en noradrenaline
• Negateve life events
• Psychodynamische theorieën
• Behaviorisme
Hypothesen (mogelikke verklaringen) voor een depressie vanuit 3 verschillende theorieën:
• Psychodynamische theorieën: emotes negateve ervaringen niet uiten of op zichzelf, b.v.
verdrongen traumatsche ervaring uit de keugd
• Behaviorisme: normaal gedrag verdwiknt als iemand te weinig plezierige gebeurtenissen
meemaakt (selfulflling prophecy)
• Cogniteve theorie: gaat om de betekenis die iemand aan een situate hecht. Irratonele
cognites; irratonele verwachtngen.
Behandeling stemmingsstoornissen:
Medicate: antdepressiva
Psychosociale begeleiding
Electroconvulsietherapie (elektroshock): alleen bik ernstge depressie en als overige
behandelingen niet aanslaan: verschillende gebieden communiceren niet goed met elkaar. Onder
narcose en onder bewaking.
Lichtherapie
Cogniteve gedragstherapie
Interpersoonlikke psychotherapie: wisselwerking depressie en problematsche relates met
anderen + hoe gaan ze met belangrikke veranderingen in leven om. Hoe onderhoud ke contacten
met ke omgeving en hoe ga ke met belangrikke veranderingen in ke leven om.
Aanbevelingen bik stemmingsproblemen:
Geef altkd psycho educate aan zowel de keugdige als de ouders.
Zet bik stemmingsproblemen een aanbevolen intervente in. Hierbik geldt: hoe eerder hoe beter.
Indien mogelikk, betrek dan de ouders bik de intervente.
Houd bik het inzeten van interventes voor behandeling rekening met de interventes de ernst
van de problematek en de leefikd van de keugdige. Geef waar mogelikk zowel de keugdige als
ouders een keuze tussen enkele interventes, bikvoorbeeld online behandeling of niet, binnen de
keugdhulp of keugd-ggz.
Vraag bik twikfel om collegiaal advies van de gespecialiseerde zorg.
2
, Trauma: het ervaren van meervoudige, chronische en aanhoudende traumatsche gebeurtenissen die
nadelig zikn voor deo ontwikkeling. Hoe begeleid ke kinderen en kongeren met complexe trauma in
gezinsvervangende situatess
Onverwerkt trauma: Ademhaling en hartslag omhoog. Contnue in staat van spanning.
Gevolgen van trauma: het brein verandert, minder goed leren, sociaal-emotonele ontwikkeling blikf
achter, snellere seksuele ontwikkeling, onveilige hechtng, lichamelikke problemen.
Trauma sensitef opvoeden: veilige omgeving, stmuleren positeve relates met anderen, werken aan
beheersen emotes, werk samen met ouders, pscyho-educate.
PTSS: postraumatsche stressstoornis kan zich bik kinderen anders uiten dan bik volwassenen.
Meer uitleven in spel
Dromen hebben onduidelikke relate met het trauma.
Intrusieve herinneringen (vervelende, niet te stoppen herinneringen) komen minder vaak voor.
In de DSM-5: PTTS in eenzelfde categorie geplaatst als hechtngsstoornissen. Overeenkomst: beide
trauma-gerelateerd.
PTTS:
• Herbeleving
• Vermikdingsgedrag
• Negateve gedachten en stemming
• Overprikkelbaarheid’
• EMDR van Diana Admiraal: htps://www.npo.nl/2doc/15-55-2517/KN11905883 37.25-42.23
Sdïciualiteit
Wat zikn signalen voor suïcidaliteits
Er zikn sterke aanwikzingen dat suïcidale uitlatngen, suïcide-intente, suïcideplannen, suïcidepogingen
en daadwerkelikke suïcide nauw met elkaar samenhangen.
Wanneer de keugdige een eerdere poging tot suïcide heef gedaan, is de kans op herhaling groot, dus
dit is het extra van belang om alert te zikn op gedachten en plannen over zelfdoding.
Risico instandhoudende en beschermende factoren bik suïcidaliteit:
- De belangrikkste risicofactor voor suïcide door keugdigen is depressie. Bik depressie komen
namelikk vaak suïcidale gedachten en handelingen voor.
- De aanwezigheid van andere psychische stoornissen (comorbiditeit) vormt sowieso een grote
risicofactor. Stressoren, hopeloosheid, impulsiviteit en sociaal isolement spelen een
belangrikke rol.
3