LEH 2 De subjectieve zijde van het strafbare feit
Samenvatting (digitale handleiding/cursussite)
Inleiding
Deze leereenheid gaat over: De subjectieve zijde van het strafbaar feit (ofwel schuldvormen).
De schuldvormen zijn:
Opzet
Voorbedachte rade
Culpa (= schuld als bestanddeel)
o Aanmerkelijke onvoorzichtigheid
o Voorzienbaarheid van gevolgen
o Verwijtbaarheid (=schuld als element)
o Roekeloosheid
Oogmerk
De vereiste schuldvormen kunnen in de delictsomschrijving zijn opgenomen:
- Expliciet (bij misdrijven)
- Impliciet (ingeblikt of geïmpliceerd)
Voorbeelden:
o Valselijk opmaken of vervalen, art. 225 Sr.
o Mishandeling, art. 300 Sr.
o Dwingen, art. 317 Sr.
o Bewegen tot, art. 326 Sr.
o Overtredingen
In al deze voorbeelden, moet de gedraging of het nalaten de verdachte kunnen worden verweten, wil
er sprake zijn van strafbaarheid.
Pagina 1 van 29
,De verschillende betekenissen van het begrip ‘schuld’ zijn:
1. Daderschap
= Het gedaan hebben.
Voorbeelden:
* Art. 27 Sv. = Redelijk vermoeden van schuld.
* Art. 310 Sr. = Als schuldig aan
* Art. 6 lid 2 EVRM = Praesumptio innocentiae
2. Schuldbestanddelen
= De subjectieve bestanddelen en hun verschillende verschijningsvormen in delictsomschrijvingen.
De schuldbestanddelen zeggen iets over: de geestesgesteldheid (= geestelijke instelling) die de dader
moet hebben gehad op het moment van het plegen van de delictsgedraging.
Voorbeelden van de verschijningsvormen van opzet:
* Art. 350 Sr. = Opzettelijk
* Art. 420bis lid 1 Sr. = Weet
* Art. 237 lid 1 sub b Sr. = Wetende dat
* Art. 139g lid 1 sub a Sr. = Weet
* Artt. 225 lid 1, 310, 312 en 317 Sr. = Met het oogmerk om
Doleuze delicten = In de delictsomschrijving is het verschijningsvorm van opzet als bestanddeel
opgenomen.
Voorbeelden van de verschijningsvormen van culpa:
* Artt. 417bis lid 1 sub a en 240a Sr. = Redelijkerwijs had moeten vermoeden
* Artt. 158 en 307 Sr. = Aan wiens schuld te wijten
* Artt. 197, 197a en 197b Sr. = Ernstige reden hebben te vermoeden
Culpoze delicten = In de delictsomschrijving is het verschijningsvorm van culpa als bestanddeel
opgenomen.
Er bestaan ook: deels doleuze delicten en deels culpoze delicten.
Voorbeeld:
Art. 139 lid 1 sub a Sr. =
* Opzet is ingeblikt in de delictsgedraging (het verwerven of voorhanden hebben).
* Culpa is gelegen in ‘’het redelijkerwijs moeten vermoeden’’ van de criminele herkomst van de
gegevens.
Een volledige doleuze delict is = ‘’Als de verdachte wist van de criminele herkomst van de gegevens’’.
3. Culpa
= Schuld als bestanddeel
Voorbeelden:
Zie onder 2 de verschijningsvormen van culpa.
4. Schuld als element: Verwijtbaarheid en ongeschreven voorwaarde
Axtus non facit reum nisi mens sit rea = De daad is niet strafbaar als de geest niet schuldig is.
Voorbeeld (Melk en water arrest, niet-verplicht arrest ):
Het beginsel: geen straf zonder schuld.
Niemand mag veroordeeld worden voor een gedraging of een nalaten als hem/haar daaromtrent geen
verwijt kan worden gemaakt.
Pagina 2 van 29
, Ook al is aan alle bestanddelen van de delictsomschrijving voldaan, dan ook kan het ontbreken van de
verwijtbaarheid worden opgeheven.
Hierna wordt, om verwarring te voorkomen, zoveel mogelijk de volgende termen gebruikt:
- Subjectieve bestanddelen (schuldbestanddelen)
- Verwijtbaarheid (schuld als element)
- Culpa (schuld als bestanddeel)
Let op!
- Hanteer ook deze termen op het tentamen om verwarring te voorkomen.
- Advies: Lees eerst de digitale tekst (de handleiding) in de leeromgeving, bekijk daarna de kennisclips,
bestudeer daarna de tekst in het studieboek en als laatste de verplichte arresten.
Pagina 3 van 29