100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

Begrippen Psychologie - Leerjaar 2

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
10
Geüpload op
07-12-2018
Geschreven in
2016/2017

Begrippen Psychologie Tentamen Leerjaar 2










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
7 december 2018
Aantal pagina's
10
Geschreven in
2016/2017
Type
Overig
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Tentamenstof Psychologie N2

Leerjaar 1

Stress: de fysieke en psychische veranderingen die optreden in reactie op de stressor.

Stressor: externe gebeurtenissen of situaties die psychologische en emotionele stress veroorzaken
noemen ze stress.

Disstress: negatieve stress met negatieve gevolgen zoals een trauma. Een belastende emotionele,
cognitieve en/of gedragsmatige reactie die veroorzaakt wordt door een externe stressor en die een
onderdeel kan zijn van stress. (emotie)

Traumatische stressor: een situatie die iemands geestelijke of lichamelijke veiligheid bedreigd en
daardoor gevoelens van angst, afschuw of hulpeloosheid oproept.

Fysieke stress: fight or flight reactie.

Moderator: factor die de invloed van de stressor beïnvloedt.

Copingstijlen UCL
Coping: manieren om stress te hanteren. Coping is de manier waarop iemand zowel gedragsmatig,
cognitief als emotioneel op aanpassing vereisende omstandigheden reageert.
1. Actief aanpakken: direct ingrijpen als er moeilijkheden zijn
2. Palliatieve reactie: proberen te ontspannen, afleiding zoeken
3. Vermijden: moeilijke situaties negeren, op zijn beloop laden
4. Sociale steun zoeken: je zorgen met iemand anders delen
5. Passief reactie patroon: je afzonderen van anderen, piekeren, somber
6. Expressie van emotie: je ergernis laten blijken
7. Geruststellende gedachten: jezelf moet inspreken (‘het wordt beter’)

Weerbaarheid: een van de effectiefste stressmoderatoren. Een oordeel over het leven dat is
gebaseerd op een kenmerkende houding tegenover stress en de beheersing daarvan. Een gezonde
manier van coping bevorderen. Dus: een houding van weerstand tegen stress, die is gebaseerd op
een gevoel van uitdaging (positief staan tegenover verandering), toewijding (doelgerichte activiteit) en
controle (het in stand houden van een interne richtlijn voor het handelen).


Attributie: de wijze waarop mensen het gedrag van zichzelf en van anderen verklaren in termen van
oorzaak en gevolg, en hoe dit van invloed is op hun motivatie.

Interne attributie: als oorzaken worden gezien als liggend bij de betrokkene. Het gedrag komt door
kenmerken van de persoon zelf.

Externe attributie: als oorzaken worden gezien als liggend buiten de betrokkene. Het gedrag komt
door factoren in de sociale/fysieke omgeving.

Fundamentele attributiefout: de neiging om bij het interpreteren van gedrag van anderen enerzijds
een overmatige nadruk te leggen op persoonlijke karaktertrekken, terwijl anderzijds de situationele
invloeden worden geminimaliseerd. Dus: algemene neiging van mensen om de invloed van een
persoon op een gebeurtenis te overschatten en die van de omstandigheden te onderschatten.

Locus of control: de manier waarop we handelen is afhankelijk van ons gevoel van persoonlijke
invloeden.

Interne locus of control: geloven dat jezelf je eigen leven bepaalt.

Externe locus of control: geloven dat je leven wordt bepaald door je omgeving, het lot, toeval of
andere mensen.

, Cognitieve dissonantie: als mensen zich vrijwillig overgeven aan gedrag dat hun ongemak oplevert
of dat anderszins botst met hun opvattingen en hun normen, ze in een bijzonder gemotiveerde
psychische toestand belanden.

Cognitieve dissonantiereductie: een toestand waarin personen tegenstrijdige cognities ervaren,
vooral als hun bewuste gedrag niet overeenkomt met hun overtuigingen. (rookvoorbeeld)

Self-servingbias: attributie waarbij men succes toeschrijft aan interne factoren en
verantwoordelijkheid voor falen afwijst.


Motivatie: alle processen die te maken hebben met de aanzet, de richting, de intensiteit en het
volhouden van lichamelijke en psychische activiteiten.

Intrinsieke motivatie: het verlangen om een activiteit uit te voeren omwille van de activiteit zelf, en
niet vanwege een externe consequentie zoals een beloning.

Extrinsieke motivatie: het verlangen om een activiteit uit te voeren omwille van een externe
consequentie zoals een beloning.

Behoeftenpiramide Maslow
Zelfontplooiing
Waardering, status en respect
Liefde en behoefte sociaal contact
Behoefte veiligheid en bescherming
Lichamelijke, biologische behoeften


Hechting: langdurige band tussen opvoeder en kind.

Hechtingsgedrag: gedrag dat een kind vertoond om de opvoeder in zijn nabijheid te krijgen en
gedrag dat opvoeders vertonen tegenover anderen en het kind.

Kenmerken van hechting volgens Bowlby:
- Kind probeert nabijheid te bewaren
- Ouder kan het kind makkelijk troosten
- Ouder is de veilige basis voor exploratie
- Scheidingsangst

5 fasen in de ontwikkeling van hechting
1. 0-5 maanden: geen verschil tussen bekende en onbekende
2. 5-7 maanden: lichte voorkeur voor hechtingsfiguur
3. 7-12 maanden: sterke voorkeur voor hechtingsfiguur
4. 1-4 jaar: scheidingsangst neemt af
5. 4-? Jaar: hechtingsgedrag neemt af

4 hechtingsstijlen
 Type A: angstige vermijdende hechting: lijken onafhankelijk te zijn, reageren amper op vertrek
en terugkomst van ouder. Opvoedgedrag: afwijzend en consequent sensitief
 Type B: veilig gehecht: exploratie en toenadering zoeken in balans, blij zijn bij terugkeer van
ouder. Opvoedgedrag: invoelend, consequent sensitief, betrouwbaar
 Type C: angstig ambivalent gehecht: heel afhankelijk van ouder, komt niet tot exploratie.
Terugkeer ouder is blijheid, verlaten is boosheid. Opvoedgedrag: grillig, onbereikbaar,
inconsequent sensitief.
 Type D: gedesoriënteerde gehechtheid: bij terugkeer ouder bevriezen, angstig reageren.
Opvoedgedrag: bizar, beangstigend.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
fennakaus Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
8
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
7
Documenten
16
Laatst verkocht
6 jaar geleden

3,3

4 beoordelingen

5
1
4
1
3
1
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen