CE5 Marketing Research
Week 1
5 stappen in het onderzoeksproces
1. Probleemanalyse
2. Onderzoeksontwerp
3. Data verzameling
4. Analyse
5. Rapportage
Probleemanalyse beantwoord je de 6 W’s. Wie/wat/waar/WAAROM/welke/wanneer?
Let op, een onderzoeksdeelvraag is geen enquetevraag. Als je het dus aan iemand vraagt moet diegene er
geen antwoord op kunnen geven.
Week 2
Theoretisch kader (conceptueel model) geeft richting aan de formulering van deelvragen en/of
zoektermen. Dit doe je dus ter voorbereiding van je onderzoek.
6 stappen:
Probleemanalyse – onderzoeksdoelstelling – adviesvraag – onderzoeksdeelvragen – onderzoek –
analyseren – rapporteren.
Wat: Een verzameling van alle begrippen, theorieën en modellen die aansluiten bij je
onderzoeksonderwerp
Wanneer: Adviesvraag formuleren (onderzoekscyclus)
Checklist theoretisch kader:
- Bevat actuele theorie en geen trends
- Is een verkenning van voorkomende onderwerpen in de adviesvraag en deelvragen
- Geen opsomming maar een lopende tekst
- Er zit een lijn in het verhaal
- Het einde heeft een conclusie
- Bevat betrouwbare en relevante bronnen
- Bronvermelding volgens APA
, Verantwoording theoretisch kader zijn 6 stappen:
Stap 1 defineer probleem
Stap 2 bedenk zoektermen
Stap 3 kies informatiebronnen
Stap 4 zoek informatie
Stap 5 maak selectie
Stap 6 verwerk je resultaten
Extra stap 5: maak selectie van belangrijkste informatie door:
Relevantie
1. Inhoud
In lijn met advies en deelvragen & bevat alle belangrijke aspecten (essentie)
2. Niveau
Ga je diep genoeg op het onderwerp in
3. Vorm
Past je bron bij de informatie-behoefte
4. Actualiteit
Hoe oud is de bron
Betrouwbaarheid
1. Juistheid (kloppen cijfers)
2. Objectiviteit (Worden feiten van meerdere kanten belicht)
3. Controleerbaarheid
Wordt de onderzoeksmethode toegelicht, is de bron achterhaalbaar, zijn bronnen wetenschappelijk
4. Autoriteit
Wie is de auteur, staat deze goed bekend
De kwaliteit van bronnen bepaal je met de AAOCC of CARS criteria.
AAOCC staat voor Authority (gezaghebbendheid), Accuracy (nauwkeurigheid/accuraatheid), Objectivity
(objectief), Currency (actualiteit) & Coverage (relevantie).
CARS staat voor Credibility (geloofwaardigheid), Accuracy (actualiteit), Reasonableness
(redelijkheid/eerlijk) & Support (bewijs).
NPS (Net promoter score): maat voor klantloyaliteit. Je doet onderzoek naar NPS in je theoretisch kader.
De beïnvloedende factoren uit dit onderzoek bepalen de zoekwoorden voor deskresearch.
Op een schaal van 0-10
Promoters: Geven een 9 of 10
(Passives = Geven een 7 of 8, doen niet mee)
Detractors / criticasters = Geven een 0 tot 6
NPS = % Promoters - % Detractors
Let op, de NPS voorspelt de loyaliteit niet goed, daarvoor doe je dus aanvullend onderzoek, zoals data over
tevredenheid of koopintentie.
Met het apostels model krijg je meer nuance dan bij NPS en kan je NPS data aanvullen:
- Loyalists (betrokken en tevreden)
- Hostages (betrokken maar ontevreden)
- Mercenaries (tevreden maar niet betrokken)
- Defectors (ontevreden en niet betrokken)
Week 1
5 stappen in het onderzoeksproces
1. Probleemanalyse
2. Onderzoeksontwerp
3. Data verzameling
4. Analyse
5. Rapportage
Probleemanalyse beantwoord je de 6 W’s. Wie/wat/waar/WAAROM/welke/wanneer?
Let op, een onderzoeksdeelvraag is geen enquetevraag. Als je het dus aan iemand vraagt moet diegene er
geen antwoord op kunnen geven.
Week 2
Theoretisch kader (conceptueel model) geeft richting aan de formulering van deelvragen en/of
zoektermen. Dit doe je dus ter voorbereiding van je onderzoek.
6 stappen:
Probleemanalyse – onderzoeksdoelstelling – adviesvraag – onderzoeksdeelvragen – onderzoek –
analyseren – rapporteren.
Wat: Een verzameling van alle begrippen, theorieën en modellen die aansluiten bij je
onderzoeksonderwerp
Wanneer: Adviesvraag formuleren (onderzoekscyclus)
Checklist theoretisch kader:
- Bevat actuele theorie en geen trends
- Is een verkenning van voorkomende onderwerpen in de adviesvraag en deelvragen
- Geen opsomming maar een lopende tekst
- Er zit een lijn in het verhaal
- Het einde heeft een conclusie
- Bevat betrouwbare en relevante bronnen
- Bronvermelding volgens APA
, Verantwoording theoretisch kader zijn 6 stappen:
Stap 1 defineer probleem
Stap 2 bedenk zoektermen
Stap 3 kies informatiebronnen
Stap 4 zoek informatie
Stap 5 maak selectie
Stap 6 verwerk je resultaten
Extra stap 5: maak selectie van belangrijkste informatie door:
Relevantie
1. Inhoud
In lijn met advies en deelvragen & bevat alle belangrijke aspecten (essentie)
2. Niveau
Ga je diep genoeg op het onderwerp in
3. Vorm
Past je bron bij de informatie-behoefte
4. Actualiteit
Hoe oud is de bron
Betrouwbaarheid
1. Juistheid (kloppen cijfers)
2. Objectiviteit (Worden feiten van meerdere kanten belicht)
3. Controleerbaarheid
Wordt de onderzoeksmethode toegelicht, is de bron achterhaalbaar, zijn bronnen wetenschappelijk
4. Autoriteit
Wie is de auteur, staat deze goed bekend
De kwaliteit van bronnen bepaal je met de AAOCC of CARS criteria.
AAOCC staat voor Authority (gezaghebbendheid), Accuracy (nauwkeurigheid/accuraatheid), Objectivity
(objectief), Currency (actualiteit) & Coverage (relevantie).
CARS staat voor Credibility (geloofwaardigheid), Accuracy (actualiteit), Reasonableness
(redelijkheid/eerlijk) & Support (bewijs).
NPS (Net promoter score): maat voor klantloyaliteit. Je doet onderzoek naar NPS in je theoretisch kader.
De beïnvloedende factoren uit dit onderzoek bepalen de zoekwoorden voor deskresearch.
Op een schaal van 0-10
Promoters: Geven een 9 of 10
(Passives = Geven een 7 of 8, doen niet mee)
Detractors / criticasters = Geven een 0 tot 6
NPS = % Promoters - % Detractors
Let op, de NPS voorspelt de loyaliteit niet goed, daarvoor doe je dus aanvullend onderzoek, zoals data over
tevredenheid of koopintentie.
Met het apostels model krijg je meer nuance dan bij NPS en kan je NPS data aanvullen:
- Loyalists (betrokken en tevreden)
- Hostages (betrokken maar ontevreden)
- Mercenaries (tevreden maar niet betrokken)
- Defectors (ontevreden en niet betrokken)