- Welke fasen zijn er in strafproces?
- Welke dwangmiddelen zijn er?
- Hoe komt een strafrechter tot een veroordeling?
- Wat kun je doen als je het niet eens bent met de uitspraak van de strafrechter?
§14.2 Fasen van het strafprocesrecht
Het strafprocesrecht bestaat uit drie fasen:
1. Opsporing
2. Vervolging
3. Terechtzitng
Wie hebben een rol tjdens deze fasen:
- Polite => bestrijdt o.a. criminaliteit verleent hulp en zorgt voor de handhaving van
de rechtsorde
- OM => openbare aanklager => de enige instante in NL die een verdachte voor de
strafrechter kan brengen. Geef leiding aan de polite.
- Strafrechter => de rechter die zich bezighoudt met strafzaken
§14.2.1 Fase 1: Opsporing
Begint bij:
- Aangife (art. 161 Sv)
- Ontdekking op heterdaad (art. 128 Sv)
Polite komt mogelijk strabaar feit op het spoor => getuigensslachtofeer horen
goederen in beslag nemen => onderzoek
Verdacht (ar 27 Sv) => ‘Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen
aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden
van schuld aan een strabaar feit voortvloeit.’
Drie voorwaarden verdachte:
1. Uit feiten of omstandigheden => verklaring van slachtofeer getuigenverklaringen
sporenonderzoek camerabeelden
2. Redelijk vermoeden van schuld => pas op met de betrouwbaarheid van redelijk
3. Strabaar feit
Rechten van verdachte:
- Art. 28 Sv => bijstand door raadsman (advocaat)
- Art. 29 Sv => zwijgrecht = caute
- Art. 20 Sv => processtukken in zien
, Plichten van verdachte => dwangmiddelen
Kunnen betrekking hebben op:
- Lichamelijke integriteit => verdachte moet DNA afstaan voor onderzoek
- Voorwerpen => verbeurdverklaren van een auto
- Plaatsen => bevel tot binnentreden in een woning door de polite
- Persoonlijke vrijheid
Dwangmiddelen die de persoonlijke vrijheid van de verdachte beperken:
1. Staande houden (art. 52 Sv)
2. Aanhouden (art. 53 en 54 Sv)
3. Ophouden voor verhoor (art. 61 Sv)
4. Inverzekeringstelling (art. 57 en 58 Sv)
Dwangmiddel 1: staande houden
- Een opsporingsambtenaar (agent) vraagt naar: de naam adres woonplaats
geboortedatum en de geboorteplaats.
- Kan bij een redelijk vermoeden van elk strabaar feit
Dwangmiddel 2: aanhouden
2 soorten aanhouden:
- Aanhouden op heterdaad => kan door iedereen gedaan worden
- Aanhouden buiten heterdaad => kan alleen verricht worden door
opsporingsambtenaar waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (zware
misdrijven)
Dwangmiddel 3: ophouden voor verhoor
- Max. 6 uur ophouden voor verhoor tussen 24:00 -09:00 mag niet worden verhoord
tjd niet meegerekend.
- Kan worden verhoord of wachten in politecel
Dwangmiddel 4: inverzekeringstelling
- Verdachte wordt in belang van het onderzoek langer vastgehouden
- Wanneer er sprake is van een ernstg delict kan de OvJ dit bepalen
- Max. 3 dagen kan met nog 3 dagen worden verlengd
Opportuniteitsbeginsel = het OM bepaalt zelf of een verdachte wel of niet vervolgd gaat
worden. (art. 167 lid 2 Sv)
- Sepot => het niet kunnen of willen vervolgen van OvJ
a. Technisch depot => niet kunnen onvoldoende bewijs
b. Beleidssepot => niet willen vergrijp klein en genoeg spijt
- Strabeschikking => geldboete of taakstraf door OvJ => rechter buiten beeld alleen bij
verzet
- Vervolging => het opleggen van een strabeschikking door OM