Wat betekent economie?: Wetenschap die zich bezighoudt met de keuzes die mensen maken bij de
productee consumpte en distribute van schaarse goederen en diensten.
Effectiviteit: De mate waarin de gestelde doelstellingen bereikt worden.
Efficiëntie:het streven met zo min mogelijk inspanning een zo groot mogelijk resultaat te bereiken.
Heel simpel gezegd ligt de focus van de overheid meer op efectviteit en de focus in het bedrijfsleven
meer op efciënte.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De
overheid ontvangt onder andere door belasting: Gedwongen betalingen aan de overheid waar geen
direct aanwijsbare tegenprestate tegenover staat (men betaalt belastng maar ziet niet direct iets
terug). Dit onder te verdelen in 2 soorten belastng:
1. Directe belasting: Degene die betaalt en afdraagt is één persoon (belastngen op inkomene
winst en vermogen)Bv: Inkomstenbelastnge Vennootschapsbelastng en Vermogens-
belastng.
2. Indirecte belastingg Degene die de belastng afdraagte is niet de persoon die de belastng
betaalt (kostprijsverhogende belastngen). Bijv: accijnse BTW.
Naast belastng ontvangt de overheid ook niet-belastingsontvangsteng
Retributiesg Gedwongen betalingen aan de overheid waar wél een tegenprestate
wordt verwachte bv paspoorte IDe rijbewijse schoolgeld.
Inkomsten uit overheidsbedrijven/deelnemingeng De overheid bezit aandelen in
Schiphole de Roterdamse Havene NS.
Aardgasbateng De verkoop van aardgas.
Overigeg Staatsloterije verkeersboetes.
De overheid geef ook geld uite dit is onder te verdelen in 2 categorieën:
1. Overheidsbestedingen : De overheid krijgt er iets voor terug. Dit is weer onder te verdelen in
2 delen:
A)Consumptieve bestedingeng Materiële overheidsconsumpte (bijv: uitgaven voor
onderwijs)e ambtenarensalarissen.
B) (overheids)Investeringeng Aankoop van (kapitaal)goederen door de overheid
2. Overheidsuitgaveng Overheid krijgt er niets voor terug (bijv: huursubsidiese
investeringssubsidiese milieusubsidiese ontwikkelingshulpe studiebeurzen).
, Monopolie op diensten
• Door monopolie op dienstverlening wordt werking van ‘vraag en aanbod’ verstoord: één
aanbieder
• De aanbieder is de overheid: heef het recht krachtens weten om als enige bepaalde zaken
aan te bieden
Voorbeelden:
• Geweldsmonopolie
• Bevoegdheden in het kader van Gemeentewet en Wet Veiligheidsregio(Wvr)
• Afgife van documenten (paspoortene identteitsbewijzene vergunningen).
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
veiligheid is een over het algemeen een collectief goed
Collecteve goederen hebben de volgende kenmerken:
• Non-exclusiviteit (niemand is uit te sluiten van gebruik)
• Non-rivaliserend (het gebruik door de een gaat niet ten koste van het gebruik van
een ander)
Er zijn ook quasi-collecteeve goederen
Kenmerk: uitsluitng insluitng van potentële gebruikers door betaling subsidie
2 vormen:
• Merit goederen
• Demerit goederen
Economisch gevolg van collecteve goederen:
Verstoring van vraag en aanbod Door:
• Sturing vanuit politeke moteven en keuzes
• Overheid is geen proft-organisate (marktwerking winst)
• Wat doen we als zowel de overheid als het bedrijfsleven een bepaald product kan leveren?
Markt zorgt voor allocateeve en producteeve efciencye en dat ontbreekt dus vanuit dit perspectef bij
de overheid
Gemeentelijke fnanciën en kennis hoe het zit met die fnanciën
zijn voor de veiligheidskundige echt van belang omdat: