schade voor de hand
In deze uitspraak1 staat het leerstuk van dwaling centraal. Eiser heeft
gesteld dat er sprake is van dwaling volgens artikel 6:228, omdat na de
koop van een woning is gebleken dat de serre constructief gebrekkig
gebouwd was. Dwaling treedt op wanneer er bij het afsluiten van een
overeenkomst bij één of meer partijen een verkeerd begrip van situatie is.
Dit betekent dat als er geen verkeerd begrip van de situatie zou zijn
geweest, de overeenkomst tussen de partijen niet zou zijn afgesloten. In
geval van dwaling is de overeenkomst vernietigbaar.2 In deze annotatie
worden eerst de belangrijkste feiten van het arrest weergegeven. Dit
wordt gevolgd door een samenvatting van de rechtsgang, de rechtsvraag,
en het antwoord van de rechter. Vervolgens wordt het leerstuk van
dwaling uitgezet. Bijkomend wordt de rechterlijke uitspraak kritisch
beoordeeld met nadruk op de invloed van de ouderdomsclausule op de
onderzoeksplicht en de interpretatie van de ouderdomsclausule 3. Tot slot
wordt een samenvattende conclusie gemaakt.
Eiser heeft in maart 2021 een woning gekocht.4 Bij de bezichtiging heeft
de makelaar van gedaagde kenbaar gemaakt dat de ramen van de serre
die aan de woning is gebouwd, lek waren.5 In september 2021 heeft eiser
gedaagde aansprakelijk gesteld voor de non-conformiteit van de serre.
Gedaagde heeft de aansprakelijkheid afgewezen. In november 2021 heeft
Setelkeur, in opdracht van eiser, de constructie van de serre visueel
geïnspecteerd en een schatting van de herstelkosten gemaakt. Setelkeur
concludeerde dat de dakconstructie van de serre gebrekkig is, lekkage
veroorzaakt en zelfs een onveilige situatie oplevert. 6 In juli 2022 heeft
eiser de gehele serre af laten breken. Eiser heeft bij dagvaarding van juni
2022 een vordering tegen gedaagde ingesteld.7 Op 24 januari 2023 heeft
een zitting plaatsgevonden.8 In deze uitspraak komen meerdere
rechtsvragen naar voren, maar zal er slechts één worden besproken.
Waardoor weegt de onderzoeksplicht van de koper zwaarder dan de
mededelingsplicht van de verkoper? Eiser heeft primair gesteld dat er
sprake is van dwaling volgens artikel 6:228 lid 1 sub b BW, omdat na de
aankoop bleek dat de serre constructief gebrekkig was. Eiser stelt dat
gedaagde ten onrechte geen informatie heeft verstrekt over de
constructiekwaliteit. Subsidiair beroept eiser zich op wederzijdse dwaling
volgens artikel 6:228 lid 1 sub c BW. In beide gevallen vraagt eiser om
1
Rb. Noord-Holland (ktr.) 22 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2643.
2
Jac. Hijma & M.M. Othof, Compendium Nederlands vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2020, p. 252-
255.
3
Rb. Noord-Holland (ktr.) 22 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2643, r.o. 6.3.
4
Rb. Noord-Holland (ktr.) 22 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2643, r.o. 2.1.
5
Rb. Noord-Holland (ktr.) 22 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2643, r.o. 2.2.
6
Rb. Noord-Holland (ktr.) 22 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2643, r.o. 2.6.
7
Rb. Noord-Holland (ktr.) 22 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2643, r.o. 1.1.
8
Rb. Noord-Holland (ktr.) 22 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2643, r.o. 1.2.