Flipsen
Hoodstuk 1: Introducing psychology
Psychologie: wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van menselijk
gedrag. Bestuderen wanneer normaal gedrag abnormaal wordt en/of juist
normaal.
Normaal voorkomen = abnormaal/afwijkend/ongezond behandelen
=normaal.
Psychologie houdt zich ook bezig met mentale processen: ontwikkeling
brein, waarom doen we dingen? (gedrag) Perceptie: hoe nemen wij de omgeving
over ons heen waar? (denk aan plaatje van vaas en twee gezichten). Hoe je naar
jezelf kijkt.
Wetenschap: veel onderzoek binnen de psychologie. Er is nu uit onderzoek
gebleken dat ouders van hetzelfde geslacht even goede ouders zijn dan man en
vrouw: kind functioneert normaal. Alles wat binnen de psychologie onderzocht en
geconcludeerd wordt, moet wetenschappelijk bewezen zijn en gebaseerd zijn op
feiten. Dit wordt vaak gedaan door middel van experimenten en wetenschappelijk
onderzoek.
- Positieve psychologie: Als een psycholoog focust op wat goed gaat, focust op
de dingen die het leven het meest waardevol maken.
Verschillende gebieden binnen de psychologie:
1. Ontwikkelingspsychologie: Bestuurt hoe en waarom gedrag en mentale processen
veranderen gedurende de levenscyclus van een mens, en wat de oorzaken en gevolgen
daarvan zijn. Deze vorm van psychologie kan bijv. gebruikt worden bij de bepaling hoe
oud een kind moet zijn om een betrouwbare getuigen te zijn in de rechtbank of hoe oud
een kind moet zijn om een goede keuze te maken over belangrijke persoonlijke zaken (bij
welke ouder beter wonen?).
2. Onderwijspsychologie: Bestudeert hoe mensen leren en hoe onderwijs het beste
vormgegeven kan worden. Vraag bijv.: beter kinderen klassikaal les geven of kinderen in
groepjes apart dingen laten leren? Jigsaw is een manier die door onderwijspsychologie is
bedacht en wordt toegepast: kinderen (van verschillende etnische groepen) worden
samengesteld en kunnen alleen door samen te werken een opdracht of probleem
oplossen.
school psychologen: testen het IQ van kinderen, diagnostiseren problemen bij
kinderen op school (met betrekking tot leren) en zetten programma’s op om bijv. de
voldoening van het behalen van doelen bij kinderen te vergroten.
3. Cognitieve psychologie: Bestudeert mentale processen zoals perceptie, geheugen,
leren, denken, bewustzijn, intelligentie etc. Bijvoorbeeld de vraag: Hoe kun je er nou voor
zorgen dat je een verkeersbord maakt dat goed te begrijpen is voor iedereen? we
ontvangen niet alleen maar informatie, maar we veranderen het ook in ons hoofd. (denk
aan tekening van 2 verschillende mannen die je kunt herkennen in tekening, welke je ziet
hangt er vanaf waar je je op focust (blz 5).
afgeleid van de cognitieve psychologie is engineeringspsychologie: ze helpen
designers bij het ontwerpen van computer keyboards, mobiele telefoons enz.
4. Klinische psychologie: Bestudeert de oorzaken, gevolgen en behandelingen van
psychische stoornissen. Denk aan mensen met bijv. depressie, angststoornis (kun je dit
,beter verhelpen met medicatie of door te praten en het te behandelen?). Proberen
abnormaal gedrag te begrijpen, te behandelen en daarmee te veranderen.
5. Gezondheidspsychologie: Bestudeert hoe gedrag en mentale processen (zoals
denken, emoties en famillie relaties) de lichamelijke gezondheid kunnen beïnvloeden, en
andersom. Een vraag is bijv.: hoe gaan kinderen gezond eten als groente lekkerder
vinden? Hoe kun je ervoor zorgen dat mensen zich zo gezond mogelijk gedragen
(overgewicht voorkomen). Gezondheidspsychologie gaat ook over: als een ouder of kind
al ziek is, wat doen onze mentale processen dan met ons? Hoe kunnen we ervoor zorgen
dat mensen die al ziek zijn zo goed mogelijk kunnen functioneren (en bijv. niet in een
depressie belanden).
6. Persoonlijkheidspsychologie: Bestudeert de stabiele karaktereigenschappen van
personen en hoe die samenhangen met bv. Psychische problemen (zelfde: temperament:
persoonlijkheidskenmerk (een tegenhanger daarvan) bij kinderen. Vanaf kleins af aan is
al te zien op welke manier kinderen reageren op hun omgeving of nieuwe ervaringen
(snel boos worden, rustig blijven etc). Bestudeert bijv. ook welke karaktertrekken etnisch
van aard (kunnen) zijn (pesten, depressie etc). Vaak wordt hierbij gebruik gemaakt van
persoonlijkheidstesten.
7. Sociale psychologie: Bestudeert hoe mensen elkaars gedrag en mentale processen
beïnvloeden, individueel en in groepen. Bestuurt specifek de interacties tussen mensen
(bijv: in grotere groepen of in kleinere groepen). Een voorbeeld: hoe kan het dat als mijn
vader moest huilen ik ook moest huilen? Ook bijv. pesten waarom gebeurd het? Hoe
ontwikkeld zich dit? (denk ook bijv. aan veilig seks advertenties om Aids te voorkomen)
8. Biologische en neuropsychologie: Bestudeert hoe het brein en processen in ons
lichaam ons gedrag en mentale processen beïnvloeden, en andersom. Phineas Gage:
kreeg bij ongeluk staaf door frontale kwab: hersenen werden hierdoor aangetast
waarmee ook de persoonlijkheid aangepast werd: Phineas werd agressiever. (gaat meer
over stress, neuronen, synapsen). Voorbeeld van biologische en neuropsychologie: door
(te) veel stress vanwege mentale processen met betrekking tot school kan je heel ziek
worden. Of hoe verklaar je deja vu?
9. Organisatiepsychologie: Bestuurt hoe de efciëntie, productiviteit en tevredenheid
van werknemers en werkgevers vergroot kan worden. (werving en selectieprocedures
bijv.)
- Maatschappelijke psychologie: willen hulp service bieden aan mensen die hulp
nodig hebben en om mentale ziektes te voorkomen. Denk aan daklozen: vaak
mensen die wel hulp nodig hebben, maar het niet zoeken. De mentale
ziektes/psychologische stoornissen willen ze voorkomen door met organisaties
samen te werken zoals de gemeente in een buurt/plaats.
- Kwantivatieve psychologie: Ontwikkelen en gebruiken statistische tools voor
het analyseren van onderzoeksdata.
- Sport psychologie: verband tussen atletische prestatie en psychologische
variabelen worden gemeten (zoals emotie en motivatie)
- Forensische psychologie: meer de rechten kant. Helpen bij de selectie van een
jury en dealen met psychologische problemen met betrekking tot het recht.
- Environmental (omgevings) psychologie: bestuderen de efecten van de
fysieke omgeving op het gedrag en mentale processen van mensen.
- Neurowetenschap: de wetenschap die gaat over alle niveaus van het
zenuwsysteem. (hersenen)
, Geschiedenis van de psychologie:
- Psychologie kan gevonden worden in de oorsprong van de flosofe. Denk aan de
oude Griekse flosofen (Socrates, Plato etc.) die al nadachten over vragen als: hoe
staan het lichaam en geest in verhouding tot elkaar? De flosofsche kijk staat
bekend als ‘empirisch’ (John Locke) wat heel belangrijk is binnen de ontwikkeling
naar de wetenschappelijke psychologie. Empirisch onderzoek heeft ertoe geleid
dat psychologen kennis vergaren over gedrag en mentale processen door middel
van observaties, eigen waarnemingen (gebaseerd op de regels van de
wetenschap).
Consciousness (bewustzijn): bewust zijn van externe stimuli en onze eigen
mentale activiteiten.
- Wilhelm Wundt (1879) eerste psychologische onderzoekslaboratorium bij
Universiteit Leipzig. De focus van het werk van Wundt was het bewustzijn en de
mentale processen die bij dit systeem werden gecreëerd. Hij wilde de basis
elementen van het bewustzijn identifceren en beschrijven hoe deze
georganiseerd waren en hoe ze relateren aan elkaar. Hierbij gebruikte hij
‘introspectie’ wat betekend: ‘naar binnen kijken’. Hij stelde deelnemers aan zijn
onderzoek de vraag wat voor sensatie en/of gevoelens ze kregen door de
volgende stimuli: een aantal keer een licht laten zien of een bepaald geluid.
- Bestonden al wel theorieën en flosofeën maar nog geen onderzoek
- Eerste onderzoek vooral cognitief: hoe nemen wij de buitenwereld waar?
Bv: hoeveel sterker moet licht zijn voordat wij het als twee keer zo fel zien?
(onderzoek door Fechner) Fechners werk was heel waardevol omdat hij zich
realiseerde dat men deze mentale processen kon bestuderen bij het observeren
van de reactie van mensen met betrekking tot veranderingen van een sensorische
stimuli. Dit onderzoek van Fechner heeft erg bijgedragen bij het onderzoek naar
perceptie en sensatie.
Tegenwoordig bv gebruikt bij smaakpanels Danone.
- Gestaltpsychologie: Een in Duitsland ontwikkelde visie op perceptie. Gestalt betekent
geheel. deze psychologie gaat ervan uit dat je hersenen sensorische informatie
organiseren aan de hand van betekenisvolle patronen.(girafe). Khler en andere
wetenschappers werden gestaltpsychologen genoemd omdat het ze opviel dat de hele
vorm (gestalt) van de bewuste beleving niet hetzelfde is als de som van de delen.
-Freud en de Psychoanalyse: Sigmeud Freud deed ook onderzoek naar het onbewuste.
Freud ging ervan uit dat al het gedrag en mentale processen fysieke oorzaken hebben
ergens in het zenuwstelsel. Freud onderzocht een aantal patienten die mentale
problemen hadden en kwam tot de conclusie dat het geen fysieke oorzaken had, maar
dat de echte oorzaak van de mentale problemen kwam door diepe problemen die de
mensen hun bewustzijn hadden uitgeduwd. = Sigmeud Freud grondlegger klinische
psychologie: alles komt voort vanuit onbewuste processen. Zijn theorieën zijn niet
gebaseerd op wetenschappelijke feiten, maar op een aantal patiënten die hij onderzocht
daarom zijn zijn ideeën niet overal geaccepteerd.
- Charles Darwin legde een functionele analyse van emoties en emotionele
uitingen voor. Zijn analyses focussen zich op het ‘waarom’ van emoties en
gedragsuitingen, specifeker: of ze wel of niet de geschiktheid van individuelen
verbeteren.
- William James: net als de Gestaltpsychologen weigerde James Wundt’s
benadering. Hij zag niet het punt in het opbreken van het bewustzijn in