100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Leerdoelen probleem 5

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
7
Geüpload op
25-02-2024
Geschreven in
2023/2024

Uitwerking van de leerdoelen van probleem 5 - Inleiding rechtswetenschap - 2023/2024










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
25 februari 2024
Aantal pagina's
7
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

PROBLEEM 5: Aan de grens
Recht in context, Hoofdstuk 3, paragraaf 6, Hoofdstuk 4, paragraaf 3, Hoofdstuk 5,
paragraaf 3

In de buurt van Cédric Herrou is een vluchtelingenkamp waar onmenselijke
omstandigheden heersen, zonder goede voorzieningen. Daarom besluit Herrou om de
mensen te gaan helpen, hij vervoert vluchtelingen in zijn bestelbusje langs onbewaakte
grensposten. Dit is op grond van de Franse wet strafbaar, want dit wordt gezien als
mensensmokkel. Toch besluit Herrou het te doen op basis van humanitaire redenen.
Uiteindelijk wordt Herrou veroordeeld tot een voorwaardelijke boete van 3000 euro en
na hoger beroep zelfs tot vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Aangezien
Herrou het publieke gezag ondermijnd.

Leerdoelen

1. Welke theorieën over het recht zijn er?

Het rechtspositivisme houdt in dat er geen ander recht is dan het tijd- en
plaatsgebonden geldende recht. De nadruk wordt gelegd op de interne logische
structuur van het recht als systeem. Of wij een regel van het recht mogen rekenen hangt
af van de totstandkoming, deze moet door een bevoegde wet- of regelgever gemaakt
zijn.

De kritiek die op het rechtspositivisme geleverd wordt is dat recht tot het grootste
onrecht kan leiden, namelijk mensonterende excessen. De kritiek vindt zijn grondslag in
de gruwelen van het totalitaire regime in Duitsland ten tijde van het nationaalsocialisme.

De rechtsbronnen die horen bij het rechtspositivisme zijn de wet en verdragen.

Het natuurrechtsleer heeft de oudste traditie. In het natuurrecht onderscheidt men twee
soorten recht: het positieve recht en het natuurrecht. Het positieve recht is door mensen
gemaakt en plaats- en tijdsgebonden. Het natuurrecht is recht dat altijd en overal
gelding heeft, bijvoorbeeld het verbod om te doden en het incestverbod die in alle
samenlevingen gelden. Er wordt vooral beroep gedaan op hogere, ongeschreven
rechtsregels. Het natuurrecht geldt altijd.

In het natuurrecht verhouden de twee soorten recht zich op verschillende manieren:

- Het natuurrecht gaat boven het positieve recht
- Positief recht dat strijdend is met natuurrecht, is geen geldend recht.
- Het morele gehalte van het recht is op grond van het bovenstaande definiërend
voor wat recht mag heten. De natuurrechtsleer behelst daarom een
verabsolutering van het ideële moment: de waarden die het recht uitdrukt zijn
belangrijker dan de formele vastlegging tot gehoorzaamheid.

2 tussenvormen rechtspositivisme en natuurrecht

, Voor het cultuurrecht is het recht betrokken op de waarde van de rechtsidee, die bestaat
uit de gerechtigheid, de rechtszekerheid en de doelmatigheid. Het cultuurrecht is
gebaseerd op zowel regels (rechtspositivisme) als beginselen (natuurrecht). Het draait
om rechtvaardigheid (ideëel), rechtszekerheid (normatief) en doelmatigheid (actueel).
Het recht is ondenkbaar zonder gemeenschap van mensen waarin het ontstaat en zich
voortdurend ontwikkelt. Het cultuurrecht verschilt per cultuur.

Het interpretivisme houdt in dat het belang van de beginselen voor de interpretatie van
het recht voorop gesteld wordt. Rechtsbeginselen zijn vanwege hun inhoud bindend. Er
wordt onderscheid gemaakt tussen principles, uitdrukking van morele waarde het moet
gevolgd worden omdat dit gerechtigheid vereist en policy, beleidsdoel met betrekking
tot een wenselijke maatschappelijke situatie. Het gaat om de interpretatie van de
rechter, hij moet een optimale uitdrukking vormen van de waarden en beginselen van
de rechtsorde. Er is de right answer-thesis, voor iedere rechtsvraag is er een juist
antwoord, namelijk die interpretatie die de best mogelijke realisering van de waarden
en beginselen van het recht vormt. Dworkins theorie is niet de beschouwen als een
traditionele natuurrechtstheorie, omdat hij geen scheiding aanbrengt tussen een hoger
recht, natuurrechtelijke waarden, en positief recht.

Voor het rechtsrealisme ontleent een rechtsregel zijn gelding niet aan de wijze van
totstandkoming, maar aan de naleving van de regel. Een rechtsregel geldt wanneer zij
effectief is, wanneer zij reële gevolgen heeft, wanneer zij menselijk gedrag beïnvloedt.
Deze rechtstheorie richt zich op de werkelijkheid waarbinnen het recht functioneert en
waarop het recht invloed uitoefent.

De rechtsbronnen die hierbij horen zijn jurisprudentie en het gewoonterecht.

Het interactionisme is een tussenpositie tussen het natuurrecht en het rechtsrealisme. In
de eerste plaats zijn rechtsnormen niet altijd met de natuur gegeven, maar ook niet altijd
het resultaat van regelgeving door de overheid. Rechtsnormen ontstaan in de interactie
tussen burgers, op grond van wederzijdse verwachtingen die zij ten aanzien van elkaars
gedrag hebben. Daarnaast verlangen de burgers van het recht de bescherming van hun
gerechtvaardigde verwachtingen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen externe moraal,
die morele normen en waarden omvat en een intern moraal, de eisen die we aan het
recht stellen om van goed te kunnen spreken. Lon L. Fuller is hiervan de bedenker.

2. Wat zijn de belangrijkste kenmerken? Wie zijn de belangrijkste
vertegenwoordigers van deze theorieën?

Aanhangers van het rechtspositivisme:

- Hans Kelen duidde een hiërarchische, piramidale structuur van de rechtsorde aan
als de Stufenbau. Dit houdt in dat de bevoegde regelgever zijn bevoegdheid
ontleent aan een rechtsregel, die op zijn beurt is uitgevaardigd door een hogere
regelgever. Die hogere regelgever ontleent zijn bevoegdheid aan weer een andere
rechtsregel, enzovoort. Zo komt men uiteindelijk bij de hoogste rechtsregel in een
rechtsorde, die staat in de Grondwet. De Grondwet ontleent zijn bevoegdheid aan
de vorige Grondwet, die weer door een bevoegde grondwetgever tot stand is
gebracht, enzovoort. Hij kwam het de Grundnorm die het bestaan en de gelding
€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
boelefee

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
boelefee Erasmus Universiteit Rotterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
8
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen