Adviesrapport
Voeding
(1)
1
, Inhoudsopgave
Inleiding 3
1.1 Het leefstijlprobleem 3
1.2 Doelgroep 4
1.3 Prevalentie 4
1.4 Klinische vraagstelling 4
2. Methode 5
2.1 Literatuurstudies 5
2.2 Searchstrings 5
2.2.1 Limits 5
2.3 Kennis uit flankerend onderwijs 7
2.4 De gezondheidstest 7
2.5 Hoe zijn de interviews afgenomen? 7
3. Resultaten 8
3.1 relevante informatie literatuurstudies 8
3.1.1 Social modeling 8
3.1.2 Cognitieve gedragstherapie algemeen 8
3.1.3 Persuasion 9
3.1.4 Motivational interviewing algemeen 9
3.1.5 Change talk 9
3.2 Gedragsanamnese 10
3.3 Theorie van gepland gedrag en health belief model, beïnvloedende factoren 11
4. Conclusie 13
5. Discussie 14
5.1 Kanttekeningen resultaten literatuur 14
5.1.1 Kanttekening social modelling 14
5.1.2 Kanttekening Cognitieve gedragstherapie 14
5.1.4 Kanttekening Motivational Interviewing 14
5.1.5 Change talk 14
5.2 Interviews 15
6. Interventie 16
7. Bronnenlijst 17
8. Bijlage 20
2
, 1. Inleiding
1.1 Het leefstijlprobleem
Voeding is erg belangrijk en houdt de mens in leven. Voeding is de brandstof voor ons lichaam en
houdt ons samen met water en zuurstof in beweging. Daarnaast zorgt voeding voor het groeien en
functioneren van het gehele lichaam. Middels goede voeding is er veel gezondheidswinst te halen en
kunnen gezondheidsproblemen voorkomen worden. Op dit moment wordt er te weinig gebruik
gemaakt van de winst die gezonde voeding kan leveren op het lichaam (2).
Nederlanders voldoen niet aan de welbekende ‘schijf van vijf’. 75% van de bevolking haalt de
Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad niet. Ouderen eten gemiddeld beter dan
jongeren. Over het algemeen wordt er te weinig groente, fruit en vis gegeten (3). Daarnaast worden er
te weinig voedingsvezels en te veel verzadigde vetzuren genuttigd (4).
Driekwart van de Amsterdammers eet te weinig groente en fruit. Er is aangetoond dat er de afgelopen
jaren minder fruitconsumptie is en daarnaast is het eten van groente ook niet verbeterd. Maar 20%
van de Amsterdamse jongvolwassenen eet voldoende groente en fruit (5). Gezondheidsproblemen
zijn niet evenredig in verscheidene gebieden van Amsterdam, opleidingsniveau speelt hier ook een rol
in. Uit onderzoek is gebleken dat hoogopgeleiden gezonder leven (6).
De laatste jaren wordt ongezond voedsel gestimuleerd. Op aanzienlijk veel plekken is tegenwoordig
(calorierijk) voedsel makkelijk te verkrijgen. De dichtheid van voedselverkoop is toegenomen,
waardoor men getriggerd wordt om te eten. Ongezond eten is vaak goedkoop en daarnaast is er
steeds meer voedselvariatie. Bovendien ontstaan er alsmaar meer portiegroottes, waardoor mensen
niet meer weten wat ‘de normale’ hoeveelheid is (7).
Tegenwoordig worden er prijsmarketingstrategieën ingezet om mensen te verleiden. Dit resulteert in
het ongepland consumeren van voedsel d.m.v. prikkels. Op het moment dat voedselkeuzes impulsief
zijn, kan dit makkelijk tot ongezonde keuzes leiden (7).
Eten is ongezond wanneer het op dit moment ziekmakend is of wanneer het in de toekomst negatieve
gevolgen kan geven (8).
Wanneer kan voedsel ziekmakend zijn?
-Te kort aan variatie, te veel van hetzelfde en te weinig van belangrijk voedsel kunnen klachten
veroorzaken.
-Frequent veel schadelijke stoffen zijn niet bevorderlijk voor de gezondheid. Het kan niet worden
afgebroken in het lichaam en wordt opgeslagen in vetweefsel of zorgt juist voor veel energieverbruik.
-Gebreken aan het spijsverteringssysteem kunnen leiden tot tekorten in het lichaam (8).
Men eet gezond wanneer er aan de schijf van vijf wordt gehouden Dit is een visuele voorstelling van
richtlijnen voor een gezond eetpatroon (9). In dit adviesrapport wordt de schijf van vijf als grens tussen
gezond en ongezond gehanteerd. Ieder die in de doelgroep past en zich niet (volledig) aan de schijf
van vijf houdt, mag deelnemen aan de interventie.
Veel mensen weten dat overgewicht en slecht eten ongezond is, maar tot welke gevolgen en risico’s
dit kan leiden, is voor veel mensen onbekend. Hierdoor zijn mensen niet direct genoodzaakt om
gezonder te gaan eten. Voorbeelden van mogelijke gevolgen zijn hart- en vaatziekten, diabetes
mellitus en een hoge bloeddruk. Daarnaast kan het psychische klachten geven, vooral bij kinderen. Zij
worden vaker gepest, waardoor ze depressief kunnen raken (10).
1.2 Doelgroep
De doelgroep zijn jongeren tussen de 17 en 23 jaar, die wonen in Amsterdam. Gedurende het
onderzoek is er gekeken naar de voedingsstijl van deze jongeren. Uit onderzoek is gebleken dat
jongeren vaak dezelfde eetgewoontes hebben als hun vrienden (11). Druk vanuit de vriendengroep
speelt een grote rol bij keuzes van voedingsmiddelen. Jongeren denken amper na over voeding. In de
puberteit gaan ze experimenteren met voeding en slaan ze maaltijden over. Ze eten wat ze lekker
vinden en doen dit vaak samen met vrienden. Wanneer jongeren aankomen merken ze pas dat er
3