Adequate prikkel: een soort prikkel waarvoor de prikkeldrempel van een zintuigcel het laagst is
Animale zenuwstelsel: regelt gewilde bewegingen en refeeen
Antagonisten: spieren waarvan de samentrekking een tegengesteld efect heef
Autonome zenuwstelsel: regelt de werking van inwendige organen
Axonen: uitlopers die impulsen van het cellichaam af geleiden
Bewegingszenuwcellen (motorische zenuwcellen): geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel naar
spieren of klieren (efectorenn) een lange aeon
Bijniermerg: produceert adrenaline
Buikzijde ruggenmerg: bewegingszenuwen verlaten het ruggenmerg
Centrale zenuwstelsel: grote hersens) kleine hersens) hersenstam en ruggenmerg
Dendrieten: uitlopers die impulsen naar het cellichaam toe geleiden
Dwarsgestreepte spierweefsel: komt voor in skeletspieren en huidspieren
Eilandjes van Langerhans: in de alvleesklier produceren insuline en glucagon
Gevoelszenuwcellen (sensorische zenuwcellen): geleiden impulsen van zintuigcellen (receptorenn naar het
centrale zenuwstelsel) een langer dendriet
Gewenning: wanneer een prikkel enige tid aanhoudt) neemt de prikkelfrequente af
Glad spierweefsel: komt voor in buisvormig of holle organen
Glucagon: verhoogt de glucoseconcentrate van het bloed
Grijze stof: bevat cellichamen van schakelcellen en cellichamen van bewegingszenuwcellen