4 september 2018
coAP1 Anatomie en oncologie van de mamma
Voorbereiding Anatomieboek 19.3.6 De melkklieren
Melkklieren
- Melkproductie of lactatie
o Gereguleerd door hormonen en placenta
- Afvoergangen monden uit in tepel
o Omgeven door areola
- Klierweefsel verdeeld in lobjes --> welke weer verdeeld zijn in kleine lobjes
o Binnen lobje komen afvoerbuizen van kleine lobjes bij elkaar --> ductus lactiferi
o Bij de tepel worden de ductus lactiferi breder --> sinus lactiferus (15 – 20 ducti)
Voorbereiding vragen Blackboard
Vraag 1
a. Musculus pectoralis
major
b. Musculus pectoralis
minor
c. Vetweefsel
d. Lobuli glandulae
mammariae
e. Ductus lactiferi
f. Papilla mammaria
g. Costa
h. Areola mammae
Vraag 2
De borst kan worden verdeeld in vier kwadranten en een centrum:
1. Mediale bovenkwadrant
2. Mediale onderkwadrant
3. Laterale bovenkwadrant
4. Laterale onderkwadrant
5. Areola mammae (centrum)
Vraag 3
Anatomie van de lymfeklier:
1. Lymfevat
2. Randsinus
3. Trabekels
4. Mergsinus
5. Lymfefollikels
6. Kapsel
7. Hilus
DUP
, 4 september 2018
Verdere informatie lymfeklieren:
Een lymfeklier is een ‘tussenstation’ in de lymfevaten. Ze bestaan uit reticulair bindweefsel
(merg) dat door bindweefselschotten (trabekels = 3) verdeeld is in vakken. Via openingen in
het kapsel (6) monden kleine lymfevaten (1) in het merg van de lymfeklier uit. De hilus (7) is
de plaats waar een arterie de lymfeklier binnengaat en waar één of twee grotere lymfevaten
en een vene de klier verlaten. De klier wordt door de trabekels verdeeld in lymfesinussen; de
randsinus (2) en de mergsinus (4). De lymfeklier werkt als een flter; de reticulumcellen staan
in nauw contact met de langstromende lymfe en makane, eventueel aanwezige
lichaamsvreemde stoffen worden ondeschadelijk gemaakt door fagocytose. In de
lymfefollikels (5) worden lymocyten gevormd, deze ondersteunen de afwerende functie.
Vraag 4
De mediale kwadranten van de borst bereiken als eerste de parasternale lymfeklieren (deze
zitten bij het borstbeen en dus het dichtst bij de mediale kwadranten). De laterale kwadranten
van de borst bereiken eerst de axillaire lymfeklieren.
Vraag 5
Gradering is het bepalen van een maligniteitsgraad op basis van histologie (biopt!).
TNM-classifcaaie geeft informatie over de primaire tumor (T), aangedane lymfeklieren (N)
en metastasen/uitzaaiingen op afstand (M).
Saagering of saadiëring betreft een indeling van kanker op een schaal van 0 tot IV (“ik heb
stadium …”)
BIRADS is een classifcatie van de tumor op basis van beeldvorming.
College 3-9-2018 Mamma en mammacarcinoom
Mamma locatie
- ‘Ergens’ tussen de 2e en 6e rib
Structuren
- Papilla mammae (tepel)
- Areola mammae (tepelhof)
o Glandulae areolares (talgklieren) (geven structuur aan areola)
De melkklieren
- Glandulae mammaria (klierweefsel)
o Lactatie (melkproductie)
o 15 – 20 kegelvormige lobi (kwabben)
o Lobuli glandulae mammariae (melkklieren, functionele eenheden, kleine lobjes)
o Ducti lactiferi (afvoergangen)
o Sinus lactiferi (melk reservoirs)
- Ligg. Suspensoria mammaria (banden van Cooper)
o Bindweefsel geeft vorm aan de borst
Ondersteunt klierweefsel en buisjes
o Vet bedekt oppervlakte van de klier, tussen kwabben.
Vascularisatie van de mammae
- Mediale arteriën
o A. thoracica interna
Tak van de subclavia
- Laterale arteriën
o A. thoracica lateralis
Tak van A. axillaris
DUP
coAP1 Anatomie en oncologie van de mamma
Voorbereiding Anatomieboek 19.3.6 De melkklieren
Melkklieren
- Melkproductie of lactatie
o Gereguleerd door hormonen en placenta
- Afvoergangen monden uit in tepel
o Omgeven door areola
- Klierweefsel verdeeld in lobjes --> welke weer verdeeld zijn in kleine lobjes
o Binnen lobje komen afvoerbuizen van kleine lobjes bij elkaar --> ductus lactiferi
o Bij de tepel worden de ductus lactiferi breder --> sinus lactiferus (15 – 20 ducti)
Voorbereiding vragen Blackboard
Vraag 1
a. Musculus pectoralis
major
b. Musculus pectoralis
minor
c. Vetweefsel
d. Lobuli glandulae
mammariae
e. Ductus lactiferi
f. Papilla mammaria
g. Costa
h. Areola mammae
Vraag 2
De borst kan worden verdeeld in vier kwadranten en een centrum:
1. Mediale bovenkwadrant
2. Mediale onderkwadrant
3. Laterale bovenkwadrant
4. Laterale onderkwadrant
5. Areola mammae (centrum)
Vraag 3
Anatomie van de lymfeklier:
1. Lymfevat
2. Randsinus
3. Trabekels
4. Mergsinus
5. Lymfefollikels
6. Kapsel
7. Hilus
DUP
, 4 september 2018
Verdere informatie lymfeklieren:
Een lymfeklier is een ‘tussenstation’ in de lymfevaten. Ze bestaan uit reticulair bindweefsel
(merg) dat door bindweefselschotten (trabekels = 3) verdeeld is in vakken. Via openingen in
het kapsel (6) monden kleine lymfevaten (1) in het merg van de lymfeklier uit. De hilus (7) is
de plaats waar een arterie de lymfeklier binnengaat en waar één of twee grotere lymfevaten
en een vene de klier verlaten. De klier wordt door de trabekels verdeeld in lymfesinussen; de
randsinus (2) en de mergsinus (4). De lymfeklier werkt als een flter; de reticulumcellen staan
in nauw contact met de langstromende lymfe en makane, eventueel aanwezige
lichaamsvreemde stoffen worden ondeschadelijk gemaakt door fagocytose. In de
lymfefollikels (5) worden lymocyten gevormd, deze ondersteunen de afwerende functie.
Vraag 4
De mediale kwadranten van de borst bereiken als eerste de parasternale lymfeklieren (deze
zitten bij het borstbeen en dus het dichtst bij de mediale kwadranten). De laterale kwadranten
van de borst bereiken eerst de axillaire lymfeklieren.
Vraag 5
Gradering is het bepalen van een maligniteitsgraad op basis van histologie (biopt!).
TNM-classifcaaie geeft informatie over de primaire tumor (T), aangedane lymfeklieren (N)
en metastasen/uitzaaiingen op afstand (M).
Saagering of saadiëring betreft een indeling van kanker op een schaal van 0 tot IV (“ik heb
stadium …”)
BIRADS is een classifcatie van de tumor op basis van beeldvorming.
College 3-9-2018 Mamma en mammacarcinoom
Mamma locatie
- ‘Ergens’ tussen de 2e en 6e rib
Structuren
- Papilla mammae (tepel)
- Areola mammae (tepelhof)
o Glandulae areolares (talgklieren) (geven structuur aan areola)
De melkklieren
- Glandulae mammaria (klierweefsel)
o Lactatie (melkproductie)
o 15 – 20 kegelvormige lobi (kwabben)
o Lobuli glandulae mammariae (melkklieren, functionele eenheden, kleine lobjes)
o Ducti lactiferi (afvoergangen)
o Sinus lactiferi (melk reservoirs)
- Ligg. Suspensoria mammaria (banden van Cooper)
o Bindweefsel geeft vorm aan de borst
Ondersteunt klierweefsel en buisjes
o Vet bedekt oppervlakte van de klier, tussen kwabben.
Vascularisatie van de mammae
- Mediale arteriën
o A. thoracica interna
Tak van de subclavia
- Laterale arteriën
o A. thoracica lateralis
Tak van A. axillaris
DUP