Thema 1
Hoofdstuk 1
WHO (wereldgezondheidsorganisatie) heeft gezondheid gedifinieerd als toestand van volledige
lichamelijke, geestelijke en maatschappelijk welbevinden.
1.2 Draagkracht-draaglastmodel
1.2.1 Draagkracht
is te beschouwen als de kracht die hij heeft om mogelijke situaties aan te kunnen. De draagkracht
wordt gevormd door de aanleg, de conditie en de geestelijke en maatschappelijke toestand waarin
een individu zich bevindt.
1. Aanleg; omvat alles wat een mens mee krijgt bij zijn geboorte. Het bestaat uit
erfelijke factoren, invloeden die het kind ondergaat tijdens de zwangerschap en
tijdens de geboorte.
2. Conditie; de toestand waarin een organismen zich op een bepaald moment in
verkeerd.
3. Geestelijke factoren; de weerbaarheid wordt bepaald door gevoelens van veiligheid
en vertrouwen in de omgeving.
4. Maatschappelijke factoren; de plaats waarin iemand zich binnen de maatschappij
zich bevind. Werk, voldoende inkomen, goede relaties met mensen op school, op het
werk en in de familie en vriendenkring zijn heel bepalend.
1.2.2 Draaglast
bestaat uit de moeilijke situaties en de prikkels die op een mens afkomen van buitenaf.
Endogene factoren : invloeden van binnen
Exogene factoren: invloeden van buiten
1.2.3 Decompensatie
er kan een moment komen dat de lasten te zwaar worden en de krachten niet meer heeft om de
lasten te kunnen dragen.
1.4 Gezondheidsbevorderende factoren (zelf verantwoordelijk voor);
Juiste voeding
Voldoende kleding
Voldoende lichaamsbeweging
Goed omgaan met lichamelijke en geestelijke belasting
Op tijd rust nemen
Ontwijken van schadelijke invloeden vanuit het milieu
Infecties voorkomen
Weerstand bieden kan door aanpassen of ingrijpen in de situatie
GVO (gezondheidsvoorlichting en opvoeding) ; geven voorlichtingen aan mensen om de gezondheid
in het algemeen te bevordenen.
, Patientenvoorlichting; voorlichting aan kleine groepen patienten of individuele studenten die lijden
aan een bepaalde ziekten
Preventie; ziekte voorkomen door tijdig maatregelen te nemen, het vroegtijdig opsporen van ziekten
of door duidelijk te maken dat bepaalde activiteiten de gezondheid schade aan knnen doen.
1.5 Gezondheidsbedreigende factoren;
Slecht of onvoldoende eten
Te weinig (nacht) rust nemen
Weinig of geen lichamelijke inspanning verichten
Overmatig gebruik van schadelijke stoffen zoals alcohol, vet en nicotine
Grote risico’s nemen in het verkeer
Onvelig vrijen
Verslaving aan drugs
Therapieontrouw; medicijnen niet innemen of adviezen van een therapeut niet opvolgen.
1.6 Verstoring van de gezondheid
De gezondheid heeft te maken met lichamelijke, geestelijke en maatschappelijke factoren. Ontstaat
er verstoring uit 1 invalshoek dan noem je het
Somatisch (lichamelijk
Psychisch (geestelijk)
Sociaal (maatschappelijk)
Psychosociaal en psychosomatisch; als er een samenspel is van verschillende invalshoeken.
1.7 Levensverwachting;
is het aantal nog te verwachten levensjaren van en groep mensen van een bepaalde leeftijd.