Orgaanfysiologie (bloed)
6 à 8% van het lichaamsgewicht
Functies:
Temperatuursregeling
Communicatie
Homeostase lichaam
Aanvoer nutriënten
Gasuitwisseling
Afvoer afvalstoffen
Bescherming lichaam
Hoe samenstelling van het bloed bepalen?
Centrifugatie Stolling
Gele deel (plasma) Klonter (50%)
Witte deel (WBC + BPL) Serum (50%) →bloedplasma zonder stollingsfactoren
Rode deel (RBC)
De hematocrietwaarde is de hoeveelheid rode bloedcellen gedeeld door het totale bloed →42-45%
De sedimentatiesnelheid (v) is de hoeveelheid RBC die op een uur tijd spontaan sedimenteert
2 ∆ ρ g r2
v=
9η
Waarin:
Verschil in densiteit ()
Graviteitsconstante (g)
Straal van de rode bloedcel (r)
Viscositiet () → interacties tussen moleculen
Enkel de verandering van viscositeit of straal van de RBC heeft een effect op de sedimatiesnelheid
- Verandering in proteïnenconcentratie of hematocrietwaarde →
- Opstapeling van RBC als rolletjes (rouleauvorming) door een abnormaal proteïnespectrum of
abnormale condities met slechte zuurstofdiffusie als gevolg
- Verandering van de hematocrietwaarde (onafhankelijk van de viscositeit) kan sedimentatie
vertragen door sterische hinder
I. Plasma
90% water
2% organische & anorganische componenten
8% proteïnen (albumine, globulines & stollingsfactoren)
Plasmaproteïnen:
- Albumine (transport & osmotische druk)
,- - & -globulines (transport)
- -globulines (verdediging lichaam)
- Stollingsfactoren (stolling)
, Orgaanfysiologie (RBC of erythrocyten)
RBC
Eigenschappen:
a. Biconcave vorm → groot oppervlakte/volume ratio
Voordelen Nadelen
Grote diffusie-oppervlakte voor zuurstof Congenitale defecten leiden tot abnormale vormen
(sferocyten & codocyten)
Sterke vervorming mogelijk
Sferocyten zijn bolvormige erythrocyten als gevolg van een abnormaal ankyrine of spectrine in het
cytoskelet
Codocyten of targetcells zijn erythrocyten in de vorm van een doelwit als gevolg van te veel
plasmamembraan of te weinig hemoglobine
Sikkelcellen zijn erythrocyten waarin een glutamine naar een valine gemuteerd is in het Hb (HbA-
→HbS-) met als gevolg polymerisatie van het HbS bij lage O 2-spanning waardoor het membraan een
sikkelvorm krijgt
Nadelen Voordelen
Blokkeren van bloedvaten P. falciparum kan de RBC moeilijker infecteren
Sikkelcelanemie Snellere afbraak van geïnfecteerde cellen
Snellere afbraak (10-20 dagen)
Verlies van vervormbaarheid
b. Geen kern of organellen
c. Grotendeels hemoglobine (zuurstofbinding)
d. Anaeroob metabolisme
- Behoud ionengradiënt
- Behoud van het cytoskelet
- Oxidatie van proteïnen tegengaan (Hb)
RBC vormende organen in functie van ontwikkeling:
Milt Lever Lymfeknopen Beenmerg
Prenataal + + + +
0-4 jaar +/- +/- - ++
4-18 jaar - - - ¼ rood (++) & ¾ geel (-)
- Op jonge leeftijd kan de activiteit van de milt & lever terug toenemen als het beenmerg nog niet
in staat is om alle nodig RBC te produceren
- Op middelbare leeftijd kan de activiteit van het gele beenmerg evenals terug toenemen bij
gebrek aan rood beenmerg
- Op volwassen leeftijd is het rode beenmerg enkel nog aanwezig in de wervels, ribben, sternum,
schedel & proximale epifysen van het femur & de humerus
6 à 8% van het lichaamsgewicht
Functies:
Temperatuursregeling
Communicatie
Homeostase lichaam
Aanvoer nutriënten
Gasuitwisseling
Afvoer afvalstoffen
Bescherming lichaam
Hoe samenstelling van het bloed bepalen?
Centrifugatie Stolling
Gele deel (plasma) Klonter (50%)
Witte deel (WBC + BPL) Serum (50%) →bloedplasma zonder stollingsfactoren
Rode deel (RBC)
De hematocrietwaarde is de hoeveelheid rode bloedcellen gedeeld door het totale bloed →42-45%
De sedimentatiesnelheid (v) is de hoeveelheid RBC die op een uur tijd spontaan sedimenteert
2 ∆ ρ g r2
v=
9η
Waarin:
Verschil in densiteit ()
Graviteitsconstante (g)
Straal van de rode bloedcel (r)
Viscositiet () → interacties tussen moleculen
Enkel de verandering van viscositeit of straal van de RBC heeft een effect op de sedimatiesnelheid
- Verandering in proteïnenconcentratie of hematocrietwaarde →
- Opstapeling van RBC als rolletjes (rouleauvorming) door een abnormaal proteïnespectrum of
abnormale condities met slechte zuurstofdiffusie als gevolg
- Verandering van de hematocrietwaarde (onafhankelijk van de viscositeit) kan sedimentatie
vertragen door sterische hinder
I. Plasma
90% water
2% organische & anorganische componenten
8% proteïnen (albumine, globulines & stollingsfactoren)
Plasmaproteïnen:
- Albumine (transport & osmotische druk)
,- - & -globulines (transport)
- -globulines (verdediging lichaam)
- Stollingsfactoren (stolling)
, Orgaanfysiologie (RBC of erythrocyten)
RBC
Eigenschappen:
a. Biconcave vorm → groot oppervlakte/volume ratio
Voordelen Nadelen
Grote diffusie-oppervlakte voor zuurstof Congenitale defecten leiden tot abnormale vormen
(sferocyten & codocyten)
Sterke vervorming mogelijk
Sferocyten zijn bolvormige erythrocyten als gevolg van een abnormaal ankyrine of spectrine in het
cytoskelet
Codocyten of targetcells zijn erythrocyten in de vorm van een doelwit als gevolg van te veel
plasmamembraan of te weinig hemoglobine
Sikkelcellen zijn erythrocyten waarin een glutamine naar een valine gemuteerd is in het Hb (HbA-
→HbS-) met als gevolg polymerisatie van het HbS bij lage O 2-spanning waardoor het membraan een
sikkelvorm krijgt
Nadelen Voordelen
Blokkeren van bloedvaten P. falciparum kan de RBC moeilijker infecteren
Sikkelcelanemie Snellere afbraak van geïnfecteerde cellen
Snellere afbraak (10-20 dagen)
Verlies van vervormbaarheid
b. Geen kern of organellen
c. Grotendeels hemoglobine (zuurstofbinding)
d. Anaeroob metabolisme
- Behoud ionengradiënt
- Behoud van het cytoskelet
- Oxidatie van proteïnen tegengaan (Hb)
RBC vormende organen in functie van ontwikkeling:
Milt Lever Lymfeknopen Beenmerg
Prenataal + + + +
0-4 jaar +/- +/- - ++
4-18 jaar - - - ¼ rood (++) & ¾ geel (-)
- Op jonge leeftijd kan de activiteit van de milt & lever terug toenemen als het beenmerg nog niet
in staat is om alle nodig RBC te produceren
- Op middelbare leeftijd kan de activiteit van het gele beenmerg evenals terug toenemen bij
gebrek aan rood beenmerg
- Op volwassen leeftijd is het rode beenmerg enkel nog aanwezig in de wervels, ribben, sternum,
schedel & proximale epifysen van het femur & de humerus