Hoofdstuk 2 Een CVRM-spreekuur opzetten
Tabel: diagnose en daarmee corresponderende ICPC-code
Hart- en vaatziekten
Angina pectoris K74
Acuut myocardinfarct K75
Andere/chronische ischemische hartziekte K76
Infarct langer dan 4 weken geleden > K76.02
Decompensatio cordis K77
TIA K89.1
Cerebraal infarct K90.3
Claudicatio intermittens K92.1
Aneurysma aortae K99.1
Risicoverhogende factoren
Diabetes mellitus type 1 T90.1
Diabetes mellitus type 2 T90.2
Reumatoïde artritis L88.01
Verhoogde bloeddruk K85
Hypertensie zonder orgaanschade K86
Hypertensie met orgaanschade K87
Hypercholesterolemie T93.01
Gemengde hyperlipidemie T93.03
Familiaire hypercholesterolemie/lipidemie T93.04
Tabaksmisbruik P17
Hart- en vaatziekten in familie-anamnese A29.01
Adipositas (QI > 30) T82
Overgewicht (27 < QI < 30) T83
Nierfunctiestoornis/nierinsufficiëntie U99.01
Zwangerschapstoxicose/(pre)-eclampsie W81
Zwangerschapsdiabetes W84.02
Uitvoering CVRM spreekuur. De POH hoeft niet alle taken voor de opzet van een spreekuur zelf uit te
voeren. Houd bij voorkeur de volgorde hieronder aan:
Doelgroep inventariseren en selecteren. U heeft een goed overzicht nodig van de patiënten
met een verhoogd risico op HVZ.
Doelgroep controleren: is het bestand actueel? Patiënten vertrokken/overleden? etc
Doelgroep registreren: maak een episode aan in de episodelijst.
Spreekuren organiseren: bereken eerst hoe veel spreekuurtijden u per jaar nodig heeft.
Patiënten informeren.
Spreekuren starten.
Gegevens gestructureerd registreren: gebruik een registratieprotocol (HOZL).
Herhalen: herhaal de controles regelmatig.
Bevindingen bijhouden.
Regelmatig controleren: bekijk na verloop van tijd welke patiënten niet naar de controles
komen en herinner hen aan de controles.
, Hoofdstuk 7 Risicoprofilering
Risicoprofilering in het kort:
Gegevens verzamelen + risicoprofiel opstellen > HVZ-risico schatten > Patiënt informeren > Zo nodig
vervolgdiagnostiek in gang zetten
Een patiënt die voldoet aan één van de criteria voor het opstellen van een risicoprofiel komt op het
spreekuur voor het uitvoeren daarvan. Idealiter is het lab onderzoek aangevraagd toen de patiënt
voor risicoprofilering werd verwezen en zijn de uitkomsten hiervan al bekend.
Het doel van deze fase is:
een overzicht krijgen van het risico op HVZ en de factoren die er bij deze patiënt aan
bijdragen;
nagaan of er nadere diagnostiek moet worden verricht naar risicofactoren of bijkomende
aandoeningen (hypertensie, DM, FH, chronische nierschade);
de patiënt informeren over zijn/haar risicoprofiel.
Gegevens verzamelen:
leeftijd
geslacht
roken
familieanamnese HVZ
voeding (gebruik van verzadigd vet, vis, groente en fruit, zout)
alcoholgebruik
lichamelijke activiteit
systolische bloeddruk
BMI (evt aangevuld met middelomtrek)
lipidenspectrum (TC, HDL, TC/HDL-ratio, LDL, triglyceriden)
glucosegehalte
serumkreatininegehalte met (via MDRD-formule) eGFR
Hoofdstuk 8 Vervolgdiagnostiek