UvA 2024-2024
Obesitas
,Voorwoord
Beste toekomstige geneeskunde student,
Hierbij een oefentoets van 112 vragen over de kennistoets van de
decentrale selectie aan de UvA. Deze oefentoets is gemaakt door twee
geneeskundestudenten uit het 1e en 2e jaar aan de UvA.
We weten maar al te goed hoe frustrerend het kan zijn om niet te weten
wat je te wachten staat op de selectiedag. Daarom hebben wij ons best
gedaan om deze oefentoets samen te stellen om voor jullie een beeld te
schetsen van hoe de kennistoets eraan toe zal gaan.
Oefening baart kunst en met deze 112 vragen is er meer dan genoeg
gelegenheid om te oefenen.
Veel succes en tot volgend jaar!
Inhoud:
● Balasundaram & Krishna
● Parmar & Can
● Yearwood & Masood
,Vragen - Balasundaram & Krishna
1. Wanneer komt obesitas vaker voor volgens leeftijd en geslacht?
A. Obesitas komt vaker voor bij jongens tussen de 6 en 11 jaar en bij meisjes tussen de
12 en 19 jaar.
B. Obesitas komt vaker voor bij jongens tussen de 12 en 19 jaar en bij meisjes tussen
de 6 en 11 jaar.
C. Obesitas komt vaker voor bij jongens en meisjes tussen de 6 en 11 jaar.
D. Obesitas komt vaker voor bij jongens en meisjes tussen de 12 en 19 jaar.
2. Sleep de hormonen naar de juiste kant:
(Kies uit: neuropeptide γ, pro-melanocortine, α- melanocyt-stimulerend hormoon en
agouti-gerelateerde peptide)
Stimuleren honger onderdrukken honger
3. Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
I. Een derde van de kinderen met obesitas heeft risico op hypertensie.
II. Dieettherapie heeft invloed op de bloeddruk bij kinderen met obesitas.
III. Cholelithiasis komt minder vaak voor bij adolescenten met obesitas, vooral bij
jongens.
IV. Cholecystitis bij adolescenten heeft een groot verband met obesitas.
4. Wat zijn ontstekingsbevorderende adipokines die hypertensie kunnen bevorderen bij
obesitas?
A. Insuline, adiponectine en TNF-alfa
B. Leptine, resistine en IL-6
C. Cortisol, ghreline en IGF-1
D. Melatonine, serotonine en dopamine
5. Wat is een mogelijke oorzaak van de ziekte van Blount?
A. Onderactieve schildklier
B. Disfunctie van de epifysaire plaat
C. Overmatige spiergroei
D. Hoge bloeddruk
, 6. Hoe beïnvloeden stressgerelateerde psychiatrische aandoeningen de eetlust?
A. Ze verminderen de ghrelinespiegels
B. Ze onderdrukken de leptineproductie
C. Ze verhogen ghrelinespiegels en stimuleren daarmee eetlust
D. Ze hebben geen invloed op hormonen gerelateerd aan eetlust
7. Met welke formule bereken je de BMI?
A. Lengte : gewicht ^ 2
B. Gewicht : lengte
C. Gewicht : lengte ^ 2
D. Lengte : gewicht
8. Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
I. De rijping van de darmflora wordt uitsluitend bepaald door genetische factoren.
II. Dysbiose in het darmmicrobioom is niet geassocieerd met medische aandoeningen
zoals angst en depressie.
III. Ghreline wordt hoofdzakelijk uitgescheiden door vetweefsel.
9. Met welke methodes kun je lichaamsvet direct meten?
(Meerdere antwoorden zijn juist)
A. Huidplooidiktei
B. Dexa-scan
C. Hydro densitometrie
D. Ghrelinemeter
E. Bio impedantiemeter
F. Luchtverplaatsing Plethysmografie
10. Obesitas komt meer voor bij kinderen in … ( kies hieronder het goede antwoord)
A. Ontwikkelde landen
B. Ontwikkelingslanden