Een markt met veel concurrentie en toch een monopolie?
OV2 Monopolistische concurrentie
1. Een markt met veel concurrentie en toch monopolie?
- Veel aanbieders
- Heterogeen product
- Open markt
- Geen transparante markt
- Sommige merken zijn beter vanwege kwaliteit en imago
- Je moet je product verschillend en uniek maken (fysiek, verpakking, service…) in de
ogen van de consument
- Automerken verkopen veel auto’s omdat hun product gedifferentieerd waardoor ze een
monopolie zijn voor hun deelmarkt
Bv. de automarkt is een monopolistische concurrentie
- Veel producenten concurrentie
- Producent probeert goede service aan te bieden door
- Reclame
- Merknaam
- Kwaliteit
- Verpakking
- …
- Op die manier heeft hij een eigen deelmarkt met klantenbinding
- Die productdifferentiatie (om zich te onderscheiden) geeft de ondernemer de
mogelijkheid om een hogere prijs te vragen.
- Verschil aanbrengen in ogen van de klanten waardoor je monopolist op een
deelmarkt wordt.
- Bij prijsverhoging lopen sommige klanten over naar de concurrentie
- Bij een prijsverlaging stijgt de afzet niet spectaculair omdat er sprake is van
klantenbinding.
- Elke producent heeft dus een beperkte macht tot de prijszetting op zijn deelmarkt
door het bestaan van substitutiegoederen.
- Een producent op een markt met monopolistische concurrentie, is monopolist op
zijn deelmarkt bv. Rolls Roys
- Prijszettingszone: grenzen bij de vrije prijszetting
- Minimumprijs: lager kan niet om kostredenen
- Maximumprijs: consumenten zijn niet bereid om meer te betalen
, 2. Op zoek naar het verschil met monopolie
Vergelijking Monopolie Monopolistische concurrentie
Helling V-curve Groter Kleiner
Prijselasticiteit van de Vraag Kleiner Groter
Winst Hoger Lager
Prijs Hoger Lager
Gemiddelde kosten Lager Hoger
- Waarom verloop de vraagcurve bij monopolistische concurrentie vlakker dan bij
monopolie?
o Er is meer concurrentie dus het is elastischer
- Waarom heeft een monopolist meer winst?
o 1. V-curve verloopt inelastisch
o 2. Als enige aanbieder geniet je van schaal voordelen Gk is laag
o 3. Verschil M en MC wordt op lange termijn duidelijker. De
winstmogelijkheden trekken nieuwe aanbieders aan op de markt van
monopolistische concurrentie en dat heeft invloed op het model:
1. De V-curve zal naar links verschuiven. Bij elke prijs zal de
ondernemer minder kunne afzetten. (GRAFISCH)
2. De vraag voor elke aanbieder wordt door de toegenomen
concurrentie nog prijselastischer, V-curve wordt vlak (GRAFISCH +
OP TERMIJN)
3. De Gk stijgen omdat iedere producent op kleinere schaal produceert
gevolg: winst van elke onderneming bij de marktvorm
monopolistische concurrentie steeds kleiner wordt.
Monopolistische concurrentie Monopolie
Geeft slecht de vraag naar eigen markt Geeft de totale marktvraag weer
weer (TERMIJN) (TERMIJN)
Prijselastische reactie Prijsinelastische reactie