STRARECHTELIJKE
AANSPRAKELIJKHEID -
JURISPRUDENTIE S1
Instelling: Tilburg University (TiU)
Vak: Strafrechtelijke aansprakelijkheid
Leerjaar: Pre-master Rechtsgeleerdheid
Semester: S1
, SRA INDIVIDUELE SCHRIJFOPDRACHT 2324
Inleiding
De zaak van de Hoge Raad – daterende uit 21 juni 2023 – betrof de volgende juridische vraagstelling: ‘In welke
mate kunnen zoekresultaten op het internet die de verdachte heeft opgezocht, meewegen bij de beoordeling
van het primair ten laste gelegde feit?’. In deze schrijfopdracht zal nader worden ingegaan op eerder
genoemde vraagstelling.
Uiteenzetting
Juridische leerstuk strafrechtelijk begrip ‘culpa’
Er is sprake van culpa wanneer er sprake is van schuld als bestanddeel. Indien culpa als bestanddeel betreft,
dient dit bewezen te worden. Er kan gesproken worden over de bewijsvraag. De culpoze delicten kennen een
zeer ruime delictsomschrijving, ter illustratie kan gedacht worden aan art. 307 Wetboek van Strafrecht (hierna:
Sr). Om aan dit begrip houvast te geven, is er in de rechtspraak duidelijke hoofdlijnen gegeven. In de
jurisprudentie wordt er namelijk gesproken over ‘een min of meer grove of aanmerkelijke schuld.’1 Om te
beoordelen of er sprake is van dergelijke schuld in de zin van art. 307 Sr, dient er nader te worden bepaald
door de manier waarop de in de tenlastelegging opgenomen schuld nader is geconcretiseerd en is afhankelijk
van het geheel van de gedraging, de aard en de ernst en de overige omstandigheden van het geval. 2
Relevante feiten
1
J. de Hullu, Materieel strafrecht. Over algemene leerstukken van strafrechtelijke aansprakelijkheid naar
Nederlands recht, Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 250.
2
J. de Hullu, Materieel strafrecht. Over algemene leerstukken van strafrechtelijke aansprakelijkheid naar
Nederlands recht, Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 256.