Metng van de ltoeddr met de syygmomanometer
Syygmomanometer = bloeddrukmeter
Systotische ltoeddr /lovendr = maximale druk door de samentrekking van de ventrikels.
Diastotische ltoeddr /onderdr = de laagste bloeddruk in het vat, net vóór de volgende
contracte van het hart.
Potsdr = verschil tussen systolische en diastolische bloeddruk.
Korte termijnregulate bloeddruk door baroreceptoren
Middellange en lange termijnregulate
bloeddruk (uren/dagen) gebeurt door
vasoacteve stofen die vasodilatate oo
vasoconstricte kunnen veroorzaken door
beïnvloeding van het vasculaire gladde
spierweeosel.
Andere (niet-vasoacteve) stofen zoals
aldosteron beïnvloeden het efecteo
circulerende volume door modulering van het
volume van het extracellulaire vocht.
Bloeddrukmetng a. brachialis
Geheel open vat oo geheel gesloten vat: niks
te horen. Gedeeltelijk gecomprimeerd vat
heef enige low, wisselend in de
bloeddrukoasen en hierbij is er turbulente
vaatonen hoorbaar: de orot ov-tonen.
De systolische druk correspondeert met het
eerste kloppende geluid. De diastolische druk
correspondeert met het verdwijnen van de
tonen.
Korotkov-tonen 5 oasen:
- Fase 1: het zachte, kloppende begin van de tonen, waarbij de systolische bloeddruk wordt
aogelezen.
- Fase 2: een blazend oo suizend luider geluid
- Fase 3: een luider en kloppend (bonzend) geluid
- Fase 4: een zachter, doo kloppen
- Fase 5: de tonen verdwijnen en de diastolische bloeddruk wordt aogelezen
Techniek bloeddrukmetng:
- Patiënt eerst enkele minuten rustg gezeten oo gelegen, gehele bovenarm is ontbloot, patiënt
zit op stoel oo bed met rug gesteund, arm patiënt ontspannen, bovenarm op harthoogte.
- Eerst palpate van de a. radialis terwijl je de bloeddrukmanchet oppompt. Wanneer je geen
bloeddruk meer voelt, weet je dat je bij de goede waarde bent, dan kun je de
, bloeddrukmanchet weer leeg laten lopen. Nu weet je tot hoever je moet oppompen als je
voor het echt gaat meten. (= grove bepaling systolische bloeddruk)
- De stethoscoopmembraan wordt geplaatst op de a. brachialis ter hoogte van de
elleboogplooi.
- De bloeddrukmanchet wordt vlot opgepompt. Tijdens het pompen wordt de a. radialis
gepalpeerd oo de a. brachialis geausculteerd om te voelen oo te horen wanneer de bloeddruk
wegvalt en het vat dus volledig wordt dichtgedrukt voor de manchet.
- Dan nog 20-30 mmHg bijpompen.
- Voorzichtg ventel openen om manchet langzaam met 2-3 mmHg/sec te laten leeglopen. Bij
een lage hartreeuente moet de druk in de manchet geleidelijker zakken.
- Direct bij het horen van de eerste tonen (oase 1) wordt de systolische bloeddruk aogelezen.
- Bij het verdwijnen van het geluid (oase 5) wordt de diastolische druk aogelezen.
- Metng 3 keer achter elkaar meten. (vind ik overdreven)