In dit hoofdstuk:
Het subject = wie is belastingplichtig voor Wet Vpb?
Het tarief = hoeveel belasting moet er worden betaald?
Het object = waarover moet het tarief worden berekend?
Een natuurlijk persoon die zijn onderneming drijft in de vorm van een
eenmanszaak, wordt belast tegen maximaal 52% inkomstenbelasting (zie
hoofdstuk 3 en 4).
De ondernemer die zijn onderneming in de vorm van een bv drijft, wordt belast
tegen maximaal 43,75%:
- 25% vennootschapsbelasting;
- Gecombineerd met 25% inkomstenbelasting over de winst die na hefng
van Vpb wordt uitgekeerd.
Wet Vpb lijkt gunstiger dan de IB-hefng, maar dit is niet helemaal waar:
- De inkomstenbelasting begint met een veel lager tarief dan 52%;
- De wet IB kent de ondernemersaftrek (markeren: art. 3.47 Wet IB) en de
zogenoemde mkb-winstvrijstelling (markeren: art. 3.79a Wet IB);
- Vpb pakt gunstiger uit naarmate de winst hoger wordt.
Subjectieve belastingplicht = Wie?
Onderscheid tussen:
1. Binnenlandse belastingplichtigen -> wordt belast voor zijn winst uit de
gehele wereld;
2. Buitenlandse belastingplichtigen -> wordt belast over zijn winst afkomstig
uit Nederland.
Binnenlandse belastingplicht:
Een lichaam is binnenlands belastingplichtig als het:
a. In Nederland gevestigd is; én
b. Genoemd staat in art. 2 lid 1 Wet Vpb (markeren: letter a t/m g).
Ad. A: In Nederland gevestigd: wordt volgens art. 4 AWR naar de
omstandigheden beoordeeld (feitelijke vestigingsplaats). Uitzondering: fctieve
vestigingsplaats (markeren: art. 2 lid 4 Vpb).
Ad. B: lichamen die belastingplichtig zijn als zij in Nederland zijn gevestigd:
1. Nv, bv, open cv en andere vennootschappen waarvan het kapitaal in
aandelen is verdeeld (letter a);
2. Coöperaties en verenigingen op coöperatieve grondslag (letter b);
3. Onderlinge waarborgmaatschappijen en verenigingen die op onderlinge
grondslag als verzekeraar of kredietinstelling optreden (letter c);
4. Verenigingen en stichtingen die op voet van Woningwet zijn toegelaten als
instellingen die in het belang van de volkshuisvesting werkzaam zijn
(woningcorporaties) (letter d);
Alle onder punt 1 t/m 4 genoemde lichamen worden geacht met hun gehele
vermogen een onderneming te drijven (markeren: art. 2 lid 5 Vpb)