Nieren
Zuiveren bloed en filteren dagelijks 200L vocht uit de bloedcirculatie. Functies van de nieren:
1. Filteren en afvoeren afvalstoffen
2. Reguleren van bloedvolume (door handhaven balans tussen water en zouten)
3. Reguleren zuur-base-evenwicht
4. Reguleren bloeddruk door enzym renine
5. Aanmaak rode bloedcellen in beenmerg stimuleren door afgifte hormoon erytropoëtine
6. Vitamine D in haar actieve vorm omzetten
Locatie en structuur
In het midden van de nier zit een inkeping, met de nierhilus (nierpoort) waarin de urineleider,
bloedvaten en zenuwen lopen. Met een dwarsdoorsnede zijn van buiten naar binnen zichtbaar:
1. Nierschors (cortex)
2. Niermerg (medulla) waarin nierpiramides zitten. De punt (apex) wijst naar nierkelken.
Gescheiden van elkaar door nierkolommen.
3. Nierbekken (pyelum) trechtervormige buis waar urine wordt verzameld om via de ureter
naar urethra te vervoeren. Vertakkingen van nierbekken zijn nierkelken (calices renales).
Iedere nier heeft 3 nierkelken
Bloedtoevoer door de nierslagader (arteria renalis) vanuit de aorta.
Nefronen
Nefronen zijn de functionele eenheden van nieren, ook wel nierfilters. Elke nefron bestaat uit:
1. Nierlichaampje (lichaampje van Malpighi) bestaat uit het kapsel van Bowman en de
glomerulus (zeeflichaampje). Kapsel van bowman zit om glomerulus heen en bevat
openingen waar vocht en opgeloste stoffen door kunnen stromen.
2. Nierbuisje (tubulus) tot een haarspelbocht, de Lis van Henle
3. Verzamelbuizen, na de Lis van Henle kronkelt het nierbuisje door naar de verzamelbuizen
waar urine wordt verzameld.
Glomerulus wordt voorzien van bloed door de aanvoerende, afferente arteriole. De afvoerende,
efferente, arteriole krijgt het bloed daarna weer. De hoge druk van de afferente arteriole perst
vloeistof en kleine opgeloste stoffen uit het bloed. Dat is filtraat.
Vorming en kenmerken urine
Urine wordt gevormd in 3 stappen:
1. Filtratie door glomeruli
In de glomeruli wordt vocht uit het bloed geperst. Wat overblijft zijn eiwitten en bloedcellen,
dat is filtraat. Lijkt op plasma.
a. Oligurie = urineproductie tussen de 100-400 ml per dag
b. Anurie = urineproductie van minder dan 100 ml per dag
Kan door te lage bloeddruk in glomeruli of door acute ontsteking.
2. Heropname door de cellen van het nierbuisje (99%)
filtraat bevat veel nuttige stoffen zoals water, glucose en aminozuren welke de nieren weer