Oefentoets psychodiagnostiek
1. Wat is een kenmerk van gestandaardiseerde procedures in psychodiagnostiek?
a. Ze variëren voor elke patiënt
b. Ze omvatten alleen instructies geven
c. Ze zijn consistent voor alle patiënten
d. Ze zijn subjectief
2. Welke term wordt gebruikt om scores te vergelijken met het gemiddelde en wordt mogelijk
toegepast bij een norm-referenced test?
a. Variabele scores
b. Criterion-referenced scores
c. Normen
d. Voorspellingsscores
3. Wat is een toepassing van psychodiagnostische tests die betrekking heeft op het
identificeren van mogelijke speciale behoeften of kenmerken?
a. Certificering
b. Selectie
c. Classificatie
d. Screening
4. Wat is een kritiek punt ( wat je niet moet doen) bij het gebruik van screeningtests?
a. Wachten tot het probleem observeerbaar is
b. Het negeren van resultaten
c. Het gebruik van geschikte tests
d. Het hebben van de juiste uitgangspunten
5. Welke test meet academische intelligentie en hanteert het begrip 'mentale leeftijd'?
a. Galen's Humoren Test
b. Binet's Intelligentietest
, c. Naglieri en Das PASS-test
d. Cattell-Horn-Carroll (CHC) Test
6. Welke theorie stelt dat intelligentie bestaat uit algemene en specifieke factoren, zoals
begrijpen van ervaring en relatieonderwijs?
a. Gardner's Meervoudige Intelligenties
b. Spearman's Theorie
c. Thurstone's Theorie
d. Guilford's SOI-model
7. Wat is een kenmerk van Wernicke's afasie?
a. Expressieve taal is aangetast
b. Taalbegrip is aangetast
c. Schade in de linkerhersenhelft
d. Korte zinnen in telegramstijl
8. Welk type geheugen heeft betrekking op herinneringen die worden opgeroepen vanwege
hun associatie met signalen?
a. Declaratief geheugen
b. Episodisch geheugen
c. Associatief geheugen
d. Procedureel geheugen
9. Wat is een voorbeeld van een defensief mechanisme volgens de psychoanalytische theorie?
a. Apathie
b. Intellectualisatie
c. Passief-agressief gedrag
d. externaliserend gedrag
1. Wat is een kenmerk van gestandaardiseerde procedures in psychodiagnostiek?
a. Ze variëren voor elke patiënt
b. Ze omvatten alleen instructies geven
c. Ze zijn consistent voor alle patiënten
d. Ze zijn subjectief
2. Welke term wordt gebruikt om scores te vergelijken met het gemiddelde en wordt mogelijk
toegepast bij een norm-referenced test?
a. Variabele scores
b. Criterion-referenced scores
c. Normen
d. Voorspellingsscores
3. Wat is een toepassing van psychodiagnostische tests die betrekking heeft op het
identificeren van mogelijke speciale behoeften of kenmerken?
a. Certificering
b. Selectie
c. Classificatie
d. Screening
4. Wat is een kritiek punt ( wat je niet moet doen) bij het gebruik van screeningtests?
a. Wachten tot het probleem observeerbaar is
b. Het negeren van resultaten
c. Het gebruik van geschikte tests
d. Het hebben van de juiste uitgangspunten
5. Welke test meet academische intelligentie en hanteert het begrip 'mentale leeftijd'?
a. Galen's Humoren Test
b. Binet's Intelligentietest
, c. Naglieri en Das PASS-test
d. Cattell-Horn-Carroll (CHC) Test
6. Welke theorie stelt dat intelligentie bestaat uit algemene en specifieke factoren, zoals
begrijpen van ervaring en relatieonderwijs?
a. Gardner's Meervoudige Intelligenties
b. Spearman's Theorie
c. Thurstone's Theorie
d. Guilford's SOI-model
7. Wat is een kenmerk van Wernicke's afasie?
a. Expressieve taal is aangetast
b. Taalbegrip is aangetast
c. Schade in de linkerhersenhelft
d. Korte zinnen in telegramstijl
8. Welk type geheugen heeft betrekking op herinneringen die worden opgeroepen vanwege
hun associatie met signalen?
a. Declaratief geheugen
b. Episodisch geheugen
c. Associatief geheugen
d. Procedureel geheugen
9. Wat is een voorbeeld van een defensief mechanisme volgens de psychoanalytische theorie?
a. Apathie
b. Intellectualisatie
c. Passief-agressief gedrag
d. externaliserend gedrag