MINOR BEDRIJFSRECHT
Fiscaal Recht
Samenvatting van het vak ‘’Fiscaal Recht’’ dat wordt gegeven tijdens de minor Bedrijfsrecht
,Inhoudsopgave
Week 1......................................................................................................................................................................2
Introductie............................................................................................................................................................2
Formeel belastingrecht........................................................................................................................................3
Week 2 t/m 5............................................................................................................................................................6
Inkomstenbelasting...............................................................................................................................................6
Week 6....................................................................................................................................................................14
Vennootschapsbelasting.....................................................................................................................................14
Week 7....................................................................................................................................................................16
Omzetbelasting...................................................................................................................................................16
1
, Week 1
Introductie
Er wordt belasting geheven om de volgende redenen:
Financiering van oorlogen en bescherming
Handhaving van de openbare orde
Regulering verkeer, waterstaat en handel
Het financieren van de verzorgingsstaat
Ten behoeve van ontwikkeling (onderwijs)
De beginselen in het belastingrecht:
Het draagkrachtbeginsel: iedere Nederlander moet bijdragen aan het bekostigen
van de overheidsuitgaven. Iemand met een hoog inkomen kan verhoudingsgewijs
meer bijdragen dan iemand met een laag inkomen (de sterkste schouders dragen de
zwaarste lasten). Om deze reden kent de inkomstenbelasting een oplopend
(progressief) tarief.
Het profijtbeginsel: iedere Nederlander heeft profijt van de zaken die de overheid
voor haar rekening neemt (de gebruiker betaalt in beginsel).
Voorbeeld: het organiseren van onderwijs en de aanleg van wegen.
Het beginsel van de bevoorrechte verkrijging: wanneer je een prijs in een loterij
wint of een erfenis ontvangt moet hierover eenmalig belasting worden betaald, omdat
je een financiële meevaller hebt ontvangen (weinig inspanning).
Welvaartsbeginsel: heeft betrekking op de schade die belastingheffing voor de
groei kan betekenen (externe effecten/heffingen, subsidies).
Uitvoeringsbeginselen:
Het beginsel van de minste pijn: er wordt belasting geheven zonder dat de
belastingplichtige dit merkt (weinig inspanning).
Voorbeeld: loonbelasting dat de werkgever inhoudt op het brutoloon.
Het beginsel van de maximale realisatie: de beginselen worden nooit helemaal
gerealiseerd, maar dienen wel optimaal gerealiseerd te worden.
De bronnen van het belastingrecht:
Belastingwetgeving
Uitvoeringsregelingen/beschikkingen en -besluiten/AmvB
Richtlijnen (EU)
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (vertrouwen/gelijkheid)
Jurisprudentie
Resoluties (extra uitleg wetsartikel)
Vertrouwensbeginsel: een burger mag, onder bepaalde voorwaarden, kunnen
vertrouwen op uitlatingen van een bestuursorgaan waarin dingen (specifiek) worden
toegezegd maar die later niet nagekomen (kunnen) worden door het bestuursorgaan.
Wel kan een toezegging achterhaald worden door nieuwe wetgeving en/of jurisprudentie.
Aan inlichtingen is de Belastingdienst niet snel gebonden. Bij een echte (‘kennelijke’)
fout, bijvoorbeeld een typefout, is een beroep op dit beginsel niet mogelijk.
2
Fiscaal Recht
Samenvatting van het vak ‘’Fiscaal Recht’’ dat wordt gegeven tijdens de minor Bedrijfsrecht
,Inhoudsopgave
Week 1......................................................................................................................................................................2
Introductie............................................................................................................................................................2
Formeel belastingrecht........................................................................................................................................3
Week 2 t/m 5............................................................................................................................................................6
Inkomstenbelasting...............................................................................................................................................6
Week 6....................................................................................................................................................................14
Vennootschapsbelasting.....................................................................................................................................14
Week 7....................................................................................................................................................................16
Omzetbelasting...................................................................................................................................................16
1
, Week 1
Introductie
Er wordt belasting geheven om de volgende redenen:
Financiering van oorlogen en bescherming
Handhaving van de openbare orde
Regulering verkeer, waterstaat en handel
Het financieren van de verzorgingsstaat
Ten behoeve van ontwikkeling (onderwijs)
De beginselen in het belastingrecht:
Het draagkrachtbeginsel: iedere Nederlander moet bijdragen aan het bekostigen
van de overheidsuitgaven. Iemand met een hoog inkomen kan verhoudingsgewijs
meer bijdragen dan iemand met een laag inkomen (de sterkste schouders dragen de
zwaarste lasten). Om deze reden kent de inkomstenbelasting een oplopend
(progressief) tarief.
Het profijtbeginsel: iedere Nederlander heeft profijt van de zaken die de overheid
voor haar rekening neemt (de gebruiker betaalt in beginsel).
Voorbeeld: het organiseren van onderwijs en de aanleg van wegen.
Het beginsel van de bevoorrechte verkrijging: wanneer je een prijs in een loterij
wint of een erfenis ontvangt moet hierover eenmalig belasting worden betaald, omdat
je een financiële meevaller hebt ontvangen (weinig inspanning).
Welvaartsbeginsel: heeft betrekking op de schade die belastingheffing voor de
groei kan betekenen (externe effecten/heffingen, subsidies).
Uitvoeringsbeginselen:
Het beginsel van de minste pijn: er wordt belasting geheven zonder dat de
belastingplichtige dit merkt (weinig inspanning).
Voorbeeld: loonbelasting dat de werkgever inhoudt op het brutoloon.
Het beginsel van de maximale realisatie: de beginselen worden nooit helemaal
gerealiseerd, maar dienen wel optimaal gerealiseerd te worden.
De bronnen van het belastingrecht:
Belastingwetgeving
Uitvoeringsregelingen/beschikkingen en -besluiten/AmvB
Richtlijnen (EU)
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (vertrouwen/gelijkheid)
Jurisprudentie
Resoluties (extra uitleg wetsartikel)
Vertrouwensbeginsel: een burger mag, onder bepaalde voorwaarden, kunnen
vertrouwen op uitlatingen van een bestuursorgaan waarin dingen (specifiek) worden
toegezegd maar die later niet nagekomen (kunnen) worden door het bestuursorgaan.
Wel kan een toezegging achterhaald worden door nieuwe wetgeving en/of jurisprudentie.
Aan inlichtingen is de Belastingdienst niet snel gebonden. Bij een echte (‘kennelijke’)
fout, bijvoorbeeld een typefout, is een beroep op dit beginsel niet mogelijk.
2