Kenmerkende aspecten tijdvak 6: tijd
van regenten en vorsten (1600 – 1700)
KA23: Het streven van vorsten naar absolute macht
Vorsten willen staat verder centraliseren: streven naar absolute (= onbeperkte)
macht. Om dit te rechtvaardigen, droit divin/goddelijk recht (= een vorst is alleen
verantwoordelijkheid verschuldigd aan God en niemand anders). Hiervoor moet
macht edelen verder ingeperkt worden. Frankrijk centraliseert o.l.v. Lodewijk XIV. Na
een machtsstrijd wordt Engeland een constitutionele monarchie.
KA24: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch
en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek
De Republiek naar buiten toe eenheid, maar ieder gewest regeert zichzelf (=
behouden van privileges; zie KA22). Door grotendeelse afwezigheid feodale stelsel
en adel: rijke burgers (regenten) besturen gewesten. In Staten-Generaal: besluiten
over een aantal centrale onderwerpen. Stadhouder: benoeming regenten en
opperbevelhebber leger. Raadpensionaris: contacten buitenland. Staten-Generaal
beslist alle buitenlandse politiek. Amsterdam groeide met dank aan de val van
Antwerpen en de gewetensvrijheid (= vrijheid van meningsuiting) die heerste. In
combinatie met (buiten-)Europese handel: veel welvaart
KA25: Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie
1602: oprichting VOC -> krijgt handelsmonopolie in Azië. Specerijen vervoerd naar
Amsterdam om daar verkocht te worden. Hierdoor ontstaat het handelskapitalisme:
zoveel mogelijk winst maken d.m.v. handel. In Amerika en Afrika WIC voor kolonies:
verhandeling van Afrikanen (tot slaaf gemaakten) voor geld.
KA26: De wetenschappelijke revolutie
Door ontstaan wetenschappelijke methode werden veel begin 1600 veel
ontdekkingen gedaan = wetenschappelijke revolutie. Verandering werkwijze: ratio,
eigen waarnemingen, observatie en experimenten. Gevolgen: betere kennis over het
heelal, hulpmiddelen voor wetenschappelijk onderzoek (microscoop etc.), ontstaan
verlichting (uitleg van natuurverschijnselen mogelijk zonder God -> bestaat God
wel?)
van regenten en vorsten (1600 – 1700)
KA23: Het streven van vorsten naar absolute macht
Vorsten willen staat verder centraliseren: streven naar absolute (= onbeperkte)
macht. Om dit te rechtvaardigen, droit divin/goddelijk recht (= een vorst is alleen
verantwoordelijkheid verschuldigd aan God en niemand anders). Hiervoor moet
macht edelen verder ingeperkt worden. Frankrijk centraliseert o.l.v. Lodewijk XIV. Na
een machtsstrijd wordt Engeland een constitutionele monarchie.
KA24: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch
en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek
De Republiek naar buiten toe eenheid, maar ieder gewest regeert zichzelf (=
behouden van privileges; zie KA22). Door grotendeelse afwezigheid feodale stelsel
en adel: rijke burgers (regenten) besturen gewesten. In Staten-Generaal: besluiten
over een aantal centrale onderwerpen. Stadhouder: benoeming regenten en
opperbevelhebber leger. Raadpensionaris: contacten buitenland. Staten-Generaal
beslist alle buitenlandse politiek. Amsterdam groeide met dank aan de val van
Antwerpen en de gewetensvrijheid (= vrijheid van meningsuiting) die heerste. In
combinatie met (buiten-)Europese handel: veel welvaart
KA25: Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie
1602: oprichting VOC -> krijgt handelsmonopolie in Azië. Specerijen vervoerd naar
Amsterdam om daar verkocht te worden. Hierdoor ontstaat het handelskapitalisme:
zoveel mogelijk winst maken d.m.v. handel. In Amerika en Afrika WIC voor kolonies:
verhandeling van Afrikanen (tot slaaf gemaakten) voor geld.
KA26: De wetenschappelijke revolutie
Door ontstaan wetenschappelijke methode werden veel begin 1600 veel
ontdekkingen gedaan = wetenschappelijke revolutie. Verandering werkwijze: ratio,
eigen waarnemingen, observatie en experimenten. Gevolgen: betere kennis over het
heelal, hulpmiddelen voor wetenschappelijk onderzoek (microscoop etc.), ontstaan
verlichting (uitleg van natuurverschijnselen mogelijk zonder God -> bestaat God
wel?)