Bouwfysisch ontwerpen
WEEK 2
Warmtebalans => Qin = Quit
Qin = zon, interne warmte (apparaten, licht), installatie (verwarming)
Quit = transmissie (door gebouwschil), ventilatie (door kieren, ramen & deuren,
verversen van lucht)
Qin = Qzon + Qinterne warmte + Qinstallatie
Quit = Qtransmissie + Qventilatie
Warmtebehoefte woning = wat je installatie moet ‘leveren’
Trias energetica = 3-stappenplan om tot een energiebewust ontwerp te komen (1.
Energievraag beperken 2. Duurzamen bronnen 3. Efficiente energieaanvulling)
WEEK 3
Transmissie = warmteverlies door; schil, dak, glas, vloer
Warmteoverdrachtsprincipes = geleiding (via materiaal zelf), straling (stroomt lucht langs materiaal), convectie
(elektromagnetische golven)
Spouwmuur = laagje stilstaande lucht tussen 2 muren, dit geleidt slecht (R-waarde= 0,18 m2K/W)
1 𝑊
q = warmtestroomdichtheid, x (Tbi-Tbu) =
𝑅 𝑚2
𝑑 𝑚2 𝐾
R = warmteweerstand, = (afhankelijk van dikte materiaal en warmtegeleidingscoëfficient λ)
𝜆 𝑊
Rtot = Rsi + Rmateriaal + Rse
Rconstructie = R1 + Rmateriaal + R2
1 𝑊
U = warmtedoorgangscoëfficient, =
𝑅𝑡𝑜𝑡 𝑚2 𝐾
Warmtestroom in glas = warmtestroom door 3 lagen zijn gelijk, dus
1 𝛥𝑇 𝑊
Dus per deel/laag; q = x (Tbi-Tbu) = =
𝑅𝑡𝑜𝑡 𝑅𝑡𝑜𝑡 𝑚2
WEEK 4 (vocht)
Relatieve luchtvochtigheid= % hoeveelheid vocht in de lucht ten opzichte van de maximale hoeveelheid
waterdamp dat de lucht kan bevatten
Inwendige condensatie= vocht in de constructie
Oppervlaktecondensatie= veroorzaakt: vervuiling, schimmelvorming, bevriezing, belemmert het doorzicht op
ramen
Temperatuurfactor= voor het voorkomen van oppervlaktecondensatie en schimmelproblemen geldt de eis bij
woningen van 0,65. Tbu= 0°C en Tbi= 20°C komt geen lagere temperatuur voor dan (0,65x20=) 13°C.
Vochttransport door constructies= water kan door zwaartekracht naar beneden zakken, water kan zich
verplaatsen door aantrekkingskracht tussen water en kanaalwand (opzuiging bodemvocht bijv),
luchtdrukverschil en waterdampspanning
, Bouwfysisch ontwerpen
Berekenen of er condensatie optreedt in een constructie=
1. Bepaal het temperatuurverloop in de constructie
1. Vul λ en d in en bereken R
𝑅𝑛
2. Bereken ΔTn door x ΔTtotaal
𝑅𝑡𝑜𝑡
3. Tel de ΔTn op bij de buitentemperatuur
4. Teken het temperatuursverloop door de constructie
2. Maximale dampspanning Pmax berekenen per temperatuur
1. Zoek op per temperatuur welke dampspanning erbij hoort
2. Teken het dampspanningsverloop door de constructie
3. Pwerkelijk bepalen, wanneer Pwerk > Pmax treedt er condensatie op
µ𝑑
1. Zoek µ op en bereken µd door x ΔP (ΔP = (RV x Ps(binnen)) – (RV x Ps(buiten))
µ𝑑𝑡𝑜𝑡𝑎𝑎𝑙
2. Tel de ΔPn op bij de RV x Ps (buiten)
WEEK 5
WEEK 2
Warmtebalans => Qin = Quit
Qin = zon, interne warmte (apparaten, licht), installatie (verwarming)
Quit = transmissie (door gebouwschil), ventilatie (door kieren, ramen & deuren,
verversen van lucht)
Qin = Qzon + Qinterne warmte + Qinstallatie
Quit = Qtransmissie + Qventilatie
Warmtebehoefte woning = wat je installatie moet ‘leveren’
Trias energetica = 3-stappenplan om tot een energiebewust ontwerp te komen (1.
Energievraag beperken 2. Duurzamen bronnen 3. Efficiente energieaanvulling)
WEEK 3
Transmissie = warmteverlies door; schil, dak, glas, vloer
Warmteoverdrachtsprincipes = geleiding (via materiaal zelf), straling (stroomt lucht langs materiaal), convectie
(elektromagnetische golven)
Spouwmuur = laagje stilstaande lucht tussen 2 muren, dit geleidt slecht (R-waarde= 0,18 m2K/W)
1 𝑊
q = warmtestroomdichtheid, x (Tbi-Tbu) =
𝑅 𝑚2
𝑑 𝑚2 𝐾
R = warmteweerstand, = (afhankelijk van dikte materiaal en warmtegeleidingscoëfficient λ)
𝜆 𝑊
Rtot = Rsi + Rmateriaal + Rse
Rconstructie = R1 + Rmateriaal + R2
1 𝑊
U = warmtedoorgangscoëfficient, =
𝑅𝑡𝑜𝑡 𝑚2 𝐾
Warmtestroom in glas = warmtestroom door 3 lagen zijn gelijk, dus
1 𝛥𝑇 𝑊
Dus per deel/laag; q = x (Tbi-Tbu) = =
𝑅𝑡𝑜𝑡 𝑅𝑡𝑜𝑡 𝑚2
WEEK 4 (vocht)
Relatieve luchtvochtigheid= % hoeveelheid vocht in de lucht ten opzichte van de maximale hoeveelheid
waterdamp dat de lucht kan bevatten
Inwendige condensatie= vocht in de constructie
Oppervlaktecondensatie= veroorzaakt: vervuiling, schimmelvorming, bevriezing, belemmert het doorzicht op
ramen
Temperatuurfactor= voor het voorkomen van oppervlaktecondensatie en schimmelproblemen geldt de eis bij
woningen van 0,65. Tbu= 0°C en Tbi= 20°C komt geen lagere temperatuur voor dan (0,65x20=) 13°C.
Vochttransport door constructies= water kan door zwaartekracht naar beneden zakken, water kan zich
verplaatsen door aantrekkingskracht tussen water en kanaalwand (opzuiging bodemvocht bijv),
luchtdrukverschil en waterdampspanning
, Bouwfysisch ontwerpen
Berekenen of er condensatie optreedt in een constructie=
1. Bepaal het temperatuurverloop in de constructie
1. Vul λ en d in en bereken R
𝑅𝑛
2. Bereken ΔTn door x ΔTtotaal
𝑅𝑡𝑜𝑡
3. Tel de ΔTn op bij de buitentemperatuur
4. Teken het temperatuursverloop door de constructie
2. Maximale dampspanning Pmax berekenen per temperatuur
1. Zoek op per temperatuur welke dampspanning erbij hoort
2. Teken het dampspanningsverloop door de constructie
3. Pwerkelijk bepalen, wanneer Pwerk > Pmax treedt er condensatie op
µ𝑑
1. Zoek µ op en bereken µd door x ΔP (ΔP = (RV x Ps(binnen)) – (RV x Ps(buiten))
µ𝑑𝑡𝑜𝑡𝑎𝑎𝑙
2. Tel de ΔPn op bij de RV x Ps (buiten)
WEEK 5