Economie indexcijfers
Reëel inkomen en indexcijfers
• Als je inkomen in geld hoger wordt, kun je – denk je – ook meer kopen
• Maar alles wordt ook steeds duurder want de prijzen stijgen ook
• Dus moet je alleen naar de stijging van je inkomen kijken, maar naar de koopkracht ervan
• Koopkracht = hoeveel producten je van je (gestegen) inkomen kunt kopen
• De nominale stijging van je inkomen is de stijging in euro’s
• Corrigeren we die voor de prijsstijgingen, dan krijgen we de koopkracht: het reële inkomen
• Het reële inkomensstijging is dus de koopkracht van je inkomen
• Ofwel: RIC = NIC / PIC x 100
Voorbeeld nominaal en reëel Lars en zijn weekendbaan
Opdracht 1
A. Bereken de nominale stijging van Lars’ jaarinkomen in euro’s
B. Bereken de nominale stijging van Lars’ jaarinkomen in procenten
Antwoord
A. De nominale stijging van Lars’ jaarinkomen
Oude inkomen: 12 x € 120 + 52 x € 5 = € 1.700
Nieuwe inkomen: 12 x 1,08 x € 120 + 52 x € 5 = € 1.815,20
Nominale stijging: € 115,20
A. Bereken de nominale stijging van Lars’ jaarinkomen in procenten
(€ 1.815,20 - € 1.700) / € 1.700 x 100% = 6,8%
Opdracht 2
Een gemiddeld product dat Lars koopt voor de prijsstijging kost € 100
A. Bereken Lars’ koopkracht voor de loon- en prijsstijgingen
B. Bereken Lars’ koopkracht na de loon- en prijsstijgingen
C. Bereken de reële stijging van Lars’ inkomen in procenten
Reëel inkomen en indexcijfers
• Als je inkomen in geld hoger wordt, kun je – denk je – ook meer kopen
• Maar alles wordt ook steeds duurder want de prijzen stijgen ook
• Dus moet je alleen naar de stijging van je inkomen kijken, maar naar de koopkracht ervan
• Koopkracht = hoeveel producten je van je (gestegen) inkomen kunt kopen
• De nominale stijging van je inkomen is de stijging in euro’s
• Corrigeren we die voor de prijsstijgingen, dan krijgen we de koopkracht: het reële inkomen
• Het reële inkomensstijging is dus de koopkracht van je inkomen
• Ofwel: RIC = NIC / PIC x 100
Voorbeeld nominaal en reëel Lars en zijn weekendbaan
Opdracht 1
A. Bereken de nominale stijging van Lars’ jaarinkomen in euro’s
B. Bereken de nominale stijging van Lars’ jaarinkomen in procenten
Antwoord
A. De nominale stijging van Lars’ jaarinkomen
Oude inkomen: 12 x € 120 + 52 x € 5 = € 1.700
Nieuwe inkomen: 12 x 1,08 x € 120 + 52 x € 5 = € 1.815,20
Nominale stijging: € 115,20
A. Bereken de nominale stijging van Lars’ jaarinkomen in procenten
(€ 1.815,20 - € 1.700) / € 1.700 x 100% = 6,8%
Opdracht 2
Een gemiddeld product dat Lars koopt voor de prijsstijging kost € 100
A. Bereken Lars’ koopkracht voor de loon- en prijsstijgingen
B. Bereken Lars’ koopkracht na de loon- en prijsstijgingen
C. Bereken de reële stijging van Lars’ inkomen in procenten