Deel II Belgische Staatsstructuur
1. Kenmerken v/d Belgische Staat
Rechtsstaat
→ Liberale rechtsfilosofie:
Taak overheid persoonlijke rechten van burgers RESPECTEREN & BESCHERMEN
Beschermen:
- tegen agressie buitenland
- tegen aantasting rechten door medeburgers
- Structuren voorzien om veiligheid te bewaren
→ Politie,...
Respecteren:
- GW: vrijheid van onderwijs, eredienst,...
rechtsstaat wordt wetstaat → overheid bemoeit zich te veel
(te veel reguleren van gedrag → GAS-boetes,...)
Democratie
→ Deelname burgers in staatsbestuur
Demo = kiesstelsel
Cratein = Stemplicht
Wij kiezen de mensen die ons gaan vertegenwoordigen
Scheiding der machten
-Trias politica
Wetgevende macht (koning + parlement —> KVV+Se)
= Recht formuleren in klare wetteksten + bijhorende sancties
Uitvoerende macht (koning + regering —> ministers + St)
= Bestuur overheidsadministratie
Rechterlijke macht (hoven + rechtbanken)
= recht interpreteren en toepassen op concrete situaties
Parlement = Kamer van Volksvertegenwoordigers + Senaat
Regering = ministers + staatssecretarissen
-Scheiding der machten = relatief:
→ Niet helemaal doorgevoerd
- Wetgever voor alles bevoegd
- Uitvoerende macht = afhankelijk WM
→ Regering belangrijk geworden voor WM => Steunt op parlement
, Deel II Belgische Staatsstructuur
Eenheidsstaat en federalisering
= VROEGER:
Centraal gezag + gemeenten macht
Culturele en politieke Elite = Franstalig → Belgisch gezag = verfransende politiek
Vlaamse beweging niet blij → eiste voor vernederlandsing in Vlaanderen
Resultaat: Vlaamse instelling
Reactie Wallonië + Brussel: Ook eigen instellingen
Grondwetsherzieningen:
1970: cultuur- en gewestraden opgericht
1980: bevoegdheid cultuurraden uitgebreid + gewestraden geïnstalleerd
1988 - 1989: bevoegdheden gemeenschaps- en gewestraden uitgebreid
1993: België = federale staat (officieel in GW opgenomen)
→ Bevoegdheden gemeenschappen en gewesten uitgebreid
→ Regionale raden krijgen de naam parlementen
→ België groeit uit tot volwaardige federale staat
2012: splitsing kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde
2014:
→ federale legislatuur 5j (ipv 4j
→ Senaat hervormd
→ Bevoegdheden meer naar de deelstaten
Monarchie
Koning = staatshoofd
- Lid wetgevende macht
- Hoofd uitvoerende macht
→ Weinig/geen politieke macht
= Politiek onbekwaam/onverantwoordelijk
- Elke akte die van hem uitgaat MOET eerst ondertekend worden door ministers
- De ministers dragen de volledige verantwoordelijkheid
→ Symbolische en representatieve functie:
- Symbool van eenheid en instandhouding natie
- Vertegenwoordigt natie => binnen- en buitenland belangrijk voor politiek
→ Hij is koninklijk onschendbaar
= kan niet voor RB komen, veroordeeld worden!
→ Civiele lijst
= hoeveel geld koning jaarlijks zal ontvangen
- administrateur civiele lijst wel schendbaar (in naam v/d koning)
(Neemt het op voor de koning)
1. Kenmerken v/d Belgische Staat
Rechtsstaat
→ Liberale rechtsfilosofie:
Taak overheid persoonlijke rechten van burgers RESPECTEREN & BESCHERMEN
Beschermen:
- tegen agressie buitenland
- tegen aantasting rechten door medeburgers
- Structuren voorzien om veiligheid te bewaren
→ Politie,...
Respecteren:
- GW: vrijheid van onderwijs, eredienst,...
rechtsstaat wordt wetstaat → overheid bemoeit zich te veel
(te veel reguleren van gedrag → GAS-boetes,...)
Democratie
→ Deelname burgers in staatsbestuur
Demo = kiesstelsel
Cratein = Stemplicht
Wij kiezen de mensen die ons gaan vertegenwoordigen
Scheiding der machten
-Trias politica
Wetgevende macht (koning + parlement —> KVV+Se)
= Recht formuleren in klare wetteksten + bijhorende sancties
Uitvoerende macht (koning + regering —> ministers + St)
= Bestuur overheidsadministratie
Rechterlijke macht (hoven + rechtbanken)
= recht interpreteren en toepassen op concrete situaties
Parlement = Kamer van Volksvertegenwoordigers + Senaat
Regering = ministers + staatssecretarissen
-Scheiding der machten = relatief:
→ Niet helemaal doorgevoerd
- Wetgever voor alles bevoegd
- Uitvoerende macht = afhankelijk WM
→ Regering belangrijk geworden voor WM => Steunt op parlement
, Deel II Belgische Staatsstructuur
Eenheidsstaat en federalisering
= VROEGER:
Centraal gezag + gemeenten macht
Culturele en politieke Elite = Franstalig → Belgisch gezag = verfransende politiek
Vlaamse beweging niet blij → eiste voor vernederlandsing in Vlaanderen
Resultaat: Vlaamse instelling
Reactie Wallonië + Brussel: Ook eigen instellingen
Grondwetsherzieningen:
1970: cultuur- en gewestraden opgericht
1980: bevoegdheid cultuurraden uitgebreid + gewestraden geïnstalleerd
1988 - 1989: bevoegdheden gemeenschaps- en gewestraden uitgebreid
1993: België = federale staat (officieel in GW opgenomen)
→ Bevoegdheden gemeenschappen en gewesten uitgebreid
→ Regionale raden krijgen de naam parlementen
→ België groeit uit tot volwaardige federale staat
2012: splitsing kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde
2014:
→ federale legislatuur 5j (ipv 4j
→ Senaat hervormd
→ Bevoegdheden meer naar de deelstaten
Monarchie
Koning = staatshoofd
- Lid wetgevende macht
- Hoofd uitvoerende macht
→ Weinig/geen politieke macht
= Politiek onbekwaam/onverantwoordelijk
- Elke akte die van hem uitgaat MOET eerst ondertekend worden door ministers
- De ministers dragen de volledige verantwoordelijkheid
→ Symbolische en representatieve functie:
- Symbool van eenheid en instandhouding natie
- Vertegenwoordigt natie => binnen- en buitenland belangrijk voor politiek
→ Hij is koninklijk onschendbaar
= kan niet voor RB komen, veroordeeld worden!
→ Civiele lijst
= hoeveel geld koning jaarlijks zal ontvangen
- administrateur civiele lijst wel schendbaar (in naam v/d koning)
(Neemt het op voor de koning)