De actorenbenadering
De actorbenadering: Richt zich op de onderliggende patronen in een probleemsituatie en de
relatie tussen de betrokken actoren.
Actor: Een persoon of organisatie die invloed kan uitoefenen op een besluit.
Voordelen van actorbenadering:
-Bijdrage leveren aan de kwaliteit van de besluitvorming
-Gemeenschappelijk beeld over probleemsituatie creëren
-Bijdrage aan draagvlak voor uitvoering van beleid
-Participatie van alle betrokkenen> legitimiteit versterken
-Bijdrage aan ontwikkelen van strategieën voor het oplossen of aanpakken van problemen.
Organisaties maken deel uit van een maatschappelijke context.
-Maatschappelijke context> omgeving waarin organisaties opereren.
-Omgeving> Datgene wat niet tot de organisatie gerekend wordt. Deze bestaat uit actoren en
factoren.
-Actor> een betrokken partij die als belanghebbende kan optreden. Vormt een knooppunt in een
netwerk.
-Factor> Indirect actie-element, zoals economische groei, technologische ontwikkeling, enz.
Beleid
Beleid: Alle voornemens, keuzes en acties van min of meer bestuurlijke instanties gericht op de
sturing van een bepaalde maatschappelijke ontwikkeling.
(Poging tot het uitoefenen van invloed, daarbij kan actorbenadering van dienst zijn.)
Totstandkoming van Beleid
In het beleidsprocesmodel worden besluiten genomen in een reeks
opeenvolgende stappen:
-Analyseren van probleem of vraagstuk op de beleidsagenda,
via het ontwikkelen en vaststellen van beleid, tot en met de
invoering van concrete maatregelen om het probleem op te
lossen.
In de beleidsvorming is ook sprake van strijd om beleid. Hierbij speelt
de invloed van belangengroepen op het beleid een belangrijke rol.
-Machtsstructuren zijn bepalend voor de politieke besluitvorming.
-Actoren, belangen, draagvlak en machtsposities zijn kernelementen van de politieke
besluitvorming.
Draagvlak
Voor het inschatten van de (politieke) haalbaarheid van beleid kan je kijken naar het draagvlak
voor dat beleid.
Vanuit de actorenbenadering betekent ‘Draagvalk creëren’ dat je bij personen of instanties steun
zoekt voor een voorgenomen besluit.
-Draagvlak creëren:
1. Participatie bij voorbereiding van een besluit
2. Beroep doen op eigen belang
3. Overbruggen en temperen van tegenstellingen
, De actorenbenadering
Beleidsnetwerk> netwerk waarin diverse actoren trachten de koers op een bepaalde beleidsveld te
beïnvloeden, zonder dat een van die actoren kan optreden als een centrale actor waarvan alle
andere partijen afhankelijk zijn. (Niet 1 partij de absolute baas)
In een beleidsnetwerk treedt altijd een zekere spanning op tussen:
relatievorming (samenwerken) en autonomie (geheel zelfstandig blijven).
Er is in een beleidsnetwerk sprake van:
-Meerduidigheid> verschillende perspectieven op het aan te pakken probleem
-Wederzijdse afhankelijkheid/interdependentie> verschillende actoren die met elkaar dienen
samen te werken om het probleem zo goed mogelijk aan te pakken.
-Afhankelijkheid> Actoren zijn op elkaar aangewezen om middelen te verkrijgen die zij met oog op
realisatie van hun doeleinden nodig hebben. (Ze hebben elkaar nodig!)
-Belangrijk kenmerk: de inhoud van een probleem verschuift, probleempercepties veranderen vaak
gaandeweg.
-Consortium> Tijdelijk samenwerkingsverband van ten minste 2 actoren die hun krachten
bundelen in een gemeenschappelijk project.
Verantwoording afleggen over beleid
De overheid legt over haar doen en laten verantwoording af aan organen die bestaan uit
vertegenwoordigers van het volk. (Zoals Tweede Kamer en gemeenteraad)
Er is geen democratisch orgaan waar beleidsnetwerken verantwoording aan afleggen. (Horizontale
verantwoording.)
Veiligheidsbeleid moet worden afgestemd tussen:
-Bestuurslagen
-Hulpdiensten
-Burgers
-Bedrijven
-Andere particuliere instellingen
Beleid en overheid
Publieke sector
-Het “algemeen belang” dienen
-Naast doeltreffendheid (effectiviteit) en doelmatigheid (efficiency) is er ook aandacht
voor:
-Legitimiteit (democratische waarden)
-Legaliteit (staatsrechtelijke waarden)
Private sector
-Winst primaire doel voor het voortbestaan van de organisatie
-Vooral gericht op doeltreffendheid (effectiviteit) en doelmatigheid (efficiency)