Week 1. Contrastontwikkeling/fonologische ontwikkeling
Inhoud college
1. Articulatorische fonetiek (herhaling jaar 1)
2. Verwervingsvolgorde spraakklanken (contrastontwikkeling) (Beers, 1995)
3. Fonologische processen
1. Articulatorische fonetiek (jaar 1)
Distinctieve kenmerken van klanken
Vocaal vs Consonant
1. Stem stemhebbend vs stemloos
2. Wijze obstruent vs sonorant
- Obstruent: obstructie gedeeltelijk of geheel
• Explosief (bijv. P)
• Fricatief (bijv. F)
- Sonorant: geen obstructie maar ‘open’
• Nasaal
• Liquidae (lateraal/ rhotisch)
• Semivocalen/ halfklinkers/ glijklanken
3. Plaats
- Labiaal (labiodentaal, bilabialen)
- Coronaal (alveolair/ palataal)
- Dorsaal (velaren/ uvulair)
- Laryngeaal (glottaal)
Verwervingsvolgorde:
- Consonanten: van voor naar achter
- Vocalen: van achter naar voor
2. Contrastontwikkeling
- Fonologische ontwikkeling
- Spraakklankverwerving
Wat is fonologie?
- Verwerving en eigenschappen van fonemen (fonetiek)
- Klankleer van een bepaalde taal (maken van woorden; klanken in een bepaalde volgorde of
betekenisonderscheidende functie)
Voorbeeld:
- Mbob
- Paard/baard
- B-oe-k
,Processen betrokken bij taal en spraak
Taal- en spraakproductiemodel van Levelt (1989)
Articulator = fonetiek (motorisch), zoals slissen
Formulator = fonologie, (regels van de taal)
De boodschap (dat wat de ander wil zeggen) wordt
geïnitieerd vanuit ‘conceptualizer’, verantwoordelijk
voor de nodige mentale activiteiten. Het resultaat
hiervan is de preverbale boodschap wat het (nog niet
uitgesproken) idee van de spreker weerspiegelt. De
preverbale boodschap vormt de input voor de
‘formulator’ die zorgt voor de linguïstische structuur
(grammatica, fonologie). Resultaat van dit alles is een
fonologisch plan dat omgezet wordt in een fonetisch
articulatorisch plan.
Overgegaan kan nu worden naar de zogenaamde
‘articulator’ waarbij het fonetisch plan
geconcretiseerd wordt zodat vanaf nu gesproken kan
worden van articuleren.
Conceptualizer: nagegaan wordt of dat wat men als
spreker wil zeggen wel gezegd kan worden
Formulator: nagegaan wordt of grammaticaal en
fonologisch alles correct gecodeerd is
Articulator: de articulatie wordt gecontroleerd
,Wanneer start de fonologische ontwikkeling?
Verwerving
Voor het 3e levensjaar hebben kinderen alle klanken van de taal verworven (initiaal, finaal, mediaal)
Verwervingsvolgorde van Nederlandse consonanten
, Verwervingsvolgorde volgens Beers
- Nederlands
- Spontane spraak
- Initiale consonanten
- Verwerving van contrasten contrastontwikkeling
- Verwerving van distinctieve kenmerken
- Kinderen verwerven geen individuele klanken
Contrastgraden (Boek ‘Taaltherapie voor kinderen’’)
- Basiscontrast [consonantisch explosief]
Contrastgraad 1: leeftijd 1;03 – 1;08 jaar
- Contrast: labiaal tegenover coronaal, vb. p – t of
- Contrast: obstruent tegenover sonorant vb t – n
Onder Manier (wijze van articulatie) verwerft het kind het contrastkenmerk [sonorant]. Vroeg
verworven sonoranten zijn /m/, /n/ en /j/. Het kind verwerft het contrast tussen deze sonorante
klanken en niet-sonorante klanken, zoals /p/ en /t/.
Onder Plaats (van articulatie) verwerft het kind het contrast [labiaal] – [coronaal]. Labiale klanken zijn
/m/ en /p/. Coronale klanken zijn /t/ en /n/.
Contrastgraad 2: 1;09 – 1;11 jaar
- Contrast: labiaal of coronaal tegenover dorsaal, vb. p – k
Onder Plaats verwerft het kind het contrastkenmerk [dorsaal]. Een dorsale klank is /k/. Een dorsale
klank contrasteert met de labiale en coronale klanken /p/ en /t/.
Contrastgraad 3: 2;0 – 2;2 jaar
- Continuant wordt verworven als contrasterend kenmerk binnen de groep obstruenten.
Continuante klanken (fricatieven) contrasteren met de niet-continuante plosieven p/t/k.
- Contrast: explosief tegenover fricatief, vb. t – s
Onder Manier verwerft het kind [continuant] als contrasterend kenmerk binnen de groep niet-
sonorante klanken (obstruenten). Continuante klanken (fricatieven) zoals /s/, /x/ en /h/ contrasteren
met de niet-continuante plosieven zoals /p/, /t/ en /k/.