Aantekeningen
𝒐𝒎𝒛𝒆𝒕 𝒎𝒆𝒓𝒌
Marktaandeel: x 100%
𝒐𝒎𝒛𝒆𝒕 𝒎𝒂𝒓𝒌𝒕
Parfitt & Collins-analyse
Cumulatieve penetratie x herhalingsaankopen x verbruiksintensiteitsindex
40 x 50 x 2
40% kocht ooit ons product
50% blijft het kopen
Onze klanten kopen 2 keer zoveel in vergelijking met het gemiddelde
𝒐𝒏𝒛𝒆 𝒌𝒍𝒂𝒏𝒕 (𝟖 𝒑𝒆𝒓 𝒋𝒂𝒂𝒓)
Verbruiksindex: 𝒈𝒆𝒎𝒊𝒅𝒅𝒆𝒍𝒅𝒆 𝒄𝒐𝒏𝒔𝒖𝒎𝒆𝒏𝒕 (𝟒 𝒑𝒆𝒓 𝒋𝒂𝒂𝒓) = 2
Markt: initiële markt + vervangingsmarkt + additionele markt
Nieuw – oud / oud x 100%
Samenvatting
Primaire vraag: Vraag naar de productsoort
Marktomvang: Strategische analyse & Portfoliomatrix
Actuele vraag: Effectieve vraag & Marktomvang
Marktpotentieel: Effectieve vraag + Potentiele vraag
Potentiele vraag: De nog niet manifeste vraag van afnemers die interesse tonen in een bepaald
product.
Potentiele markt marktpotentieel
Penetratiegraad: Marktverzadiging
Penetratiegraad verbruiksgoederen:
𝑨𝒂𝒏𝒕𝒂𝒍 𝒂𝒇𝒏𝒆𝒎𝒆𝒓𝒔 𝒅𝒂𝒕 𝒅𝒊𝒕 𝒈𝒐𝒆𝒅 𝒊𝒏 𝒆𝒆𝒏 𝒃𝒆𝒑𝒂𝒂𝒍𝒅𝒆 𝒑𝒆𝒓𝒊𝒐𝒅𝒆 𝒕𝒆𝒏𝒎𝒊𝒏𝒔𝒕𝒆 𝟏𝒙 𝒉𝒆𝒆𝒇𝒕 𝒈𝒆𝒌𝒐𝒄𝒉𝒕
𝑯𝒆𝒕 𝒕𝒐𝒕𝒂𝒍𝒆 𝒂𝒂𝒏𝒕𝒂𝒍 𝒎𝒐𝒈𝒆𝒍𝒊𝒋𝒌𝒆 𝒂𝒇𝒏𝒆𝒎𝒆𝒓𝒔
Penetratiegraad gebruiksgoederen/bezitsgraad:
𝑯𝒆𝒕 𝒇𝒆𝒊𝒕𝒆𝒍𝒊𝒋𝒌𝒆 𝒂𝒂𝒏𝒕𝒂𝒍 𝒆𝒊𝒈𝒆𝒏𝒂𝒓𝒆𝒏
𝑯𝒆𝒕 𝒂𝒂𝒏𝒕𝒂𝒍 𝒑𝒐𝒕𝒆𝒏𝒕𝒊𝒆𝒍𝒆 𝒆𝒊𝒈𝒆𝒏𝒂𝒓𝒆𝒏
Initiële vraag: Indicatie van de fase in de productlevenscyclus van het product.
Additionele vraag: De penetratie kan alleen hoger worden door de initiële vraag.
Cumulatieve penetratie: (Verbruiksgoed) Iedereen die het product minstens 1 keer heeft gekocht blijft
meetellen.
, C4-index: Het gezamenlijke marktaandeel van de 4 (betreffende het marktaandeel) grootste
aanbieders in de markt.
Secundaire vraag: De vraag in eenheden naar een bepaald merk in een bepaalde periode.
Selectieve vraag: (Specifieke vraag) De relatieve vraag naar een bepaald merk in een bepaalde periode.
Verbruiksintensiteit boven gebruiksintensiteit
Percentage probeeraankopen Cumulatieve penetratie
Percentage herhalingsaankopen trial-to-repeat ratio
Relatief marktaandeel, verbruiksintensiteit en selectie-indicator geen procentteken
BCG-Matrix: (Boston Consulting Group) Relatief marktaandeel vs. Marktgroei. Binnen deze matrix
worden vier cellen onderscheiden, op basis van relatief marktaandeel enerzijds en marktgroei
anderzijds. Bij het relatief marktaandeel ligt de grens tussen ‘meer dan 1’ en ‘minder dan 1’. Bij de
marktgroei wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘hoge groei’ en ‘lage groei’. In het algemeen wordt
hierbij als omslagpunt 10% genomen.
- Stars: Hoge marktgroei, relatief marktaandeel > 1
- Question marks/ Problem child: Hoge marktgroei, relatief marktaandeel < 1
- Cash cows: Lage marktgroei, relatief marktaandeel > 1
- Dogs: Lage marktgroei, relatief marktaandeel < 1
Inkomenselasticiteit van de vraag:
𝑫𝒆 𝒓𝒆𝒍𝒂𝒕𝒊𝒆𝒗𝒆 𝒗𝒆𝒓𝒂𝒏𝒅𝒆𝒓𝒊𝒏𝒈 𝒗𝒂𝒏 𝒅𝒆 𝒈𝒆𝒗𝒓𝒂𝒂𝒈𝒅𝒆 𝒉𝒐𝒆𝒗𝒆𝒆𝒍𝒉𝒆𝒊𝒅 𝒗𝒂𝒏 𝒆𝒆𝒏 𝒃𝒆𝒑𝒂𝒂𝒍𝒅 𝒈𝒐𝒆𝒅
𝑫𝒆 𝒓𝒆𝒍𝒂𝒕𝒊𝒆𝒗𝒆 𝒗𝒆𝒓𝒂𝒏𝒅𝒆𝒓𝒊𝒏𝒈 𝒗𝒂𝒏 𝒉𝒆𝒕 𝒊𝒏𝒌𝒐𝒎𝒆𝒏 (𝒗𝒂𝒏 𝒅𝒆 𝒗𝒓𝒂𝒈𝒆𝒓)
Elasticiteit: Geen procentteken en is een verhoudingsgetal
>1 = Luxe goederen
>0 & <1 = Noodzakelijke goederen
<0 = Inferieure goederen