8-12-2017
Spijsverteringsstelsel
marinde bakker
, Inhoudsopgave
Het spijsverteringsstelsel........................................................................................................................3
De vijf hoofdgroepen van de actviteiten van het spijsverteringsstelsel benoemen..........................3
De hoofdorganen van het spijsverteringskanaal benoemen..............................................................3
De hulporganen van de spijsvertering benoemen..............................................................................3
De ligging van het peritoneum (buikvlies) beschrijven.......................................................................3
De functe van de gladde spieren in de wand van het spijsverteringskanaal beschrijven...................4
De structuren van de mucosa samenvaten.......................................................................................4
Submucosa.....................................................................................................................................4
Mucosa...........................................................................................................................................4
De zenuwvoorziening van het spijsverteringskanaal beschrijven.......................................................4
De structuur en functes van de belangrijkste speekselklieren beschrijven en de rol van het
speeksel bij de spijsvertering uitleggen..............................................................................................5
De structuur van de pharynx (keelholte) en oesophagus (slokdarm) beschrijven..............................5
Het slikmechanisme en de route van de spijsbrok (zachte massa) uitleggen.....................................5
Uitleggen welke factoren de refux van maagzuur naar de oesophagus voorkómen.........................6
De plaats van de maag uitleggen met betrekking tot de omliggende structuren...............................6
Het fysiologische belang van de lagen van de maagwand uitleggen..................................................6
De verteringsfunctes van de maag benoemen..................................................................................6
Het verschil samenvaten tussen de structuur en de functe van het exocriene en het endocriene
pancreas.............................................................................................................................................7
De hormonen die uitgescheiden worden door het endocriene pancreas benoemen........................7
De plaats van de lever in de buikholte beschrijven............................................................................7
De structuur van een leverlobje beschrijven......................................................................................7
De functes van de lever benoemen...................................................................................................8
Samenstelling van gal.........................................................................................................................8
De route van de gal vanuit de lever naar de galblaas en vervolgens naar het duodenum beschrijven
............................................................................................................................................................8
De functe van de galblaas beschrijven...............................................................................................9
De belangrijkste verteringsenzymen, hun substraten en hun producten benoemen + de plaatsen
benoemen waar de belangrijkste groepen voedingsstofen worden opgenomen.............................9
Uitleggen hoe oesophagusvarices zich ontwikkelen en welke gevolgen oesophagusvarices kunnen
hebben.............................................................................................................................................10
Uitleggen waaraan refux van de maaginhoud is gerelateerd en welke gevolgen dit kan hebben...10
De belangrijkste kenmerken van chronische en acute gastrits met elkaar vergelijken....................10
De pathofysiologie van maagzweren uitleggen................................................................................10
1