marketing
blok
3
–
Julie
van
Leeuwen
Week
1
(7
februari)
Inleiding
marketingcommunicatie
en
customer
journey
60%
multiple
choice
en
40%
open
vragen.
Leren
voor
tentamen:
-‐ Colleges
-‐ Communicatieplanner
Marketingsfacts,
nog
bestellen:
http://marketingfactsjaarboek.nl/home/5-‐marketingfacts-‐jaarboek-‐
2017-‐2018-‐9789078972044.html
code
MFHVA voor korting
Communicatieplanner
(H1
t/m
4
belangrijk)
-‐ Basis
communicatieplan
(H1)
-‐ Intern
communicatieplan
(H2)
-‐ Corporate
communicatieplan
(H3)
-‐ Marketingcommunicatieplan
(H4)
Stap
1:
Probleemstelling
-‐ Waar
zit
het
knelpunt?
-‐ Afgeleid
van
onderneming-‐
en
marketingstrategie
-‐ Probleemeigenaar
(wie
heeft
er
last
van
en
wie
ga
ik
helpen)
Stap
2&3:
MMM-‐analyse
&
SWOT
-‐ Micro:
visie,
missie,
strategie,
kernwaarden,
structuur,
cultuur
-‐ Meso:
afnemers
en
concurrenten,
5-‐krachten
model
-‐ Macro:
DESTEP
-‐ SWOT
-‐
vooral
gericht
op
communicatie
dit
keer
Stap
4:
Doelgroepen
Communicatiedoelgroep
en
marketingdoelgroep
zijn
niet
altijd
hetzelfde.
Als
je
iets
voor
70+
verkoopt,
communiceer
het
dan
voor
50+
want
mensen
voelen
zich
jonger.
Bij
kinderen:
kinderen
zijn
de
communicatiedoelgroep,
ouders
zijn
de
marketingdoelgroep.
-‐ Influentials,
intermediairs
(intermediairs
zijn
officieler
bijvoorbeeld
dokter
die
zegt:
ga
sporten)
-‐ Segmentatie:
• Relatie
met
het
merk
• Mediagebruik
• Mate
van
betrokkenheid
Stap
5:
doelstellingen
Je
moet
een
doel
hebben.
Je
gaat
ook
niet
in
je
tomtom
random
een
bestemming
invoeren
-‐ 10%
hogere
winst
=
ondernemingsdoelstillen
-‐ 15%
meer
marktaandeel
=
marketingdoelstelling
-‐ 2%
spontane
merkbekendheid
=
communicatiedoelstelling
,Deze
verschillen
weten
voor
tentamen.
Ook
gecombineerd
met
cognitief,
conatief,
affectief)
Spontane
en
geholpen
merkbekendheid.
Spontane
is
noem
eens
een
paar
automerken
op.
Geholpen
is
een
lijst
geven
met
automerken
en
aanstrepen
welke
je
kent.
A. Cognitief:
1.
Naamsbekendheid
(je
kent
het
merk)
2.
Merkkenis
(kennis
over
het
merk)
B. Affectief:
3.
Merkvoorkeur
C. Conatief:
4.
Aankoop
5.
Merktrouw
Doelstellingen
moeten
ook
SMART
zijn.
Volgens
Matthijs
SMARTER,
E
=
effect,
R
=
resources
(wat
heb
ik
nodig
voor
mijn
doelstellingen).
Formuleer
een
communicatiedoelstellingen
voor
Valentijnsdag
40%
van
mijn
vrouwelijke
collega’s
moet
na
14
februari
weten
dat
ik
weer
vrijgezel
ben
en
opensta
voor
een
nieuwe
relatie,
zodat
ik
mij
weer
geborgen
kan
voelen.
(Deze
mist
alleen
resources)
Mijn
geheime
liefde
moet
vanaf
14
februari
weten
dat
ik
alleen
nog
maar
aan
haar
denk,
zodat
ze
met
me
uit
eten
ga
en
ik
me
niet
meer
alleen
voel.
-‐ Wie
(doelgroep)
-‐ Wat
(eindsituatie)
-‐ Welke
(boodschap)
-‐ Wanneer
(tijdsbestek)
Information
overload
Gemiddelde
duur
van
een
reclamecontact
-‐ Advertentie
in
tijdschrift:
1,7
seconden
-‐ Advertentie
banner:
1,5
seconde
-‐ Poster
aan
de
stoel:
1,5
seconde
-‐ Banner
aan
de
weg:
1
seconde
-‐ (E)mailing:
2
seconde
Stap
6:
Boodschap/propositie
-‐ Een
krachtige,
compacte
kernboodschap
die
blijft
hangen
-‐ Onderscheidend
-‐ Begrijpelijk
-‐ Herkenbaar
Propositie
=
belofte:
wij
bedienen
(doelgroep)
met
(oplossing/product/dienst)
in
hun
(behoefte)
zodat
zij
(resultaat)
, Stap
7:
communicatiestrategie
Strategie
=
keuzes
maken:
-‐ WIE
wil
je
bereiken?
-‐ WAT
ga
je
communiceren?
-‐ HOE
wil
je
communiceren?
-‐ WANNEER
ga
je
wat
communiceren?
Strategie
bepalen
=
keuzes
maken:
-‐ Korte
campagne
!"
langdurige
campagne
-‐ Homogeen
!"
heterogeen
-‐ Rechtstreek
!"
intermediairs
-‐ Eerst
intern
!"
intern
en
extern
samen
-‐ Adverteren
!"
free
publicity
-‐ Actiegericht
!"
themagericht
-‐ Online
!"
offline
-‐ Een
kanaal
!"
multimediaal
Stap
8:
marketingcommunicatiemix
-‐ Bereik
je
de
doelgroep?
-‐ Haal
je
de
doelstelling?
-‐ Past
het
binnen
de
strategie?
-‐ Hoog
rendement
en
lage
kosten?
-‐ Touchpoints
in
de
customer
journey…
Elk
kanaal
heeft
zijn
voordeel
en
zijn
nadeel.
Stap
9-‐12:
Planning,
budget,
uitvoering
en
evaluatie