Leerdoel 1
Ik kan uitleggen met welke factoren ik rekening moet houden bij de
behandeling.
Probeer te kijken waar de patiënten in het dagelijkse leven problemen mee hebben
en daar de krachttraining op aan kunnen passen.
Factoren COPD Patiënt:
Pathologische gevolgen: Kortademigheid, hoesten, piepen, sputumproductie,
longwaardes, herhaaldelijke infecties = Specifiek gebonden COPD.
Systematische gevolgen: Deconditionering, Spierzwakte, Gewichtsverlies,
ondervoeding = Algemeen, Neveklachten
Psychosociale gevolgen: Depressie, angst, sociaal isolement, eenzaam voelen
= Algemeen, Neveklachten
Samen dragen deze factoren bij aan de gezondheidstoestand van een
patiënt en vormen belangrijke aangrijpingspunten voor de behandeling.
Informatie die gezocht wordt tijdens de anamnese moet je ook rekening mee
houden in de behandeling:
- Verloop in de tijd van symptomen en huidige toestand van de patiënt.
- Tekens afgenomen inspanningscapaciteit
- Verminderde fysieke activiteit
- Tekens gestoord mucustransport
- Symptomen vermoeidheid en kortademigheid bij inspanning
- Terugkerende respiratoire infecties met mucusretentie
- Kwaliteit van leven
- Ervaren gezondheidstoestand
- Motivatie, vertrouwen om te slagen
- Gedragsveranderingen
,Tevens heb je ook Factoren die betrekking hebben op de opbouw van je training bij
een behandeling:
- Intensiteit van de training:
o Er is geen optimale aanpak van intensiteit. Een hogere intensiteit resulteert in
een hogere fysiologische effect.
o Duurtraining op hoge intensiteit kan alleen bij patiënten die dit kunnen verdragen
en behoor jij als therapeut ook in te kunnen schatten, ook kan dit in een
intervaltraining om een beter effect op de aerobe & anaerobe capaciteit te
krijgen.
o Een trainingssessie moet minimaal 20 minuten duren om een gewenst resultaat
te behalen, de belasting bouw je dan stapsgewijs op in het trainingsprogramma.
o Borgscores voor kortademigheid en vermoeidheid worden gebruikt voor
trainingsintensiteit aan te passen.
o Uithoudingsvermogen 40-60% van max-hf. Kracht: 60-80% van 1RM.
- Frequentie van de training:
o Een trainingsfrequentie van 3 tot 5 keer per week wordt aanbevolen bij patiënten
met COPD bij duur- en intervaltrainingen. Van 2 tot 3 keer per week voor
weerstandstraining volgens de richtlijn van het ACSM.
o Wanneer de specifieke trainingsdoelstellingen bereikt zijn, kunnen de
trainingseffecten worden onderhouden door het uitvoeren van minstens 1 en het
liefst 2 trainingen per week met onveranderde trainingsintensiteit.
- Duur van het oefenprogramma
o Zowel korte (4-7weken) als lange (>12 weken) trainingsprogramma’s resulteren
in een klinisch relevante vooruitgang.
o Momenteel is het onmogelijk om een optmale trainingsduur aan te bevelen.
o Voor het afwegen van optmale duur van het oefenprogramma houdt je
rekening met:
Karakteristeken van de patinten
Individuele trainingsdoelstellingen
Kosteneffectviteit
- Supervisie van de training:
o Inspanningstraining moet onder gedeeltelijke of volledige supervisie voor
optmale fysiologische effecten.
o De aanpak kan helpen bij verhogen van de hoeveelheid fysieke actviteit in adl.
, Leerdoel 2
Ik benoem de behandelmogelijkheden voor een COPD patiënt
(ademhalingstraining, conditietraining, spierkrachttraining).
- Duurtraining ter verbetering van de cardiorespiratoire fitheid:
o Hoofddoel duurtraining: Verbeteren van Aerobe inspanningsvermogen om ADL
op te pakken.
o Duurtraining worden in alle stadia van COPD aanbevolen, die inspannings
beperkingen van participatie of ADL-activiteiten ervaren.
- Intervaltraining:
o Aanbevolen als alternatief van duurtraining bij patiënten die geen continue
inspanning met voldoende intensiteit kunnen leveren.
o Effecten vergelijkbaar met duurtraining als totale trainingshoeveelheid
(trainingsduur) vergelijkbaar is.
o Inspanningsduur: 30-60 seconden op 90-100% van piekbelasting die bereikt
wordt tijdens max fietstest/2-3 minuten op 70% piekbelasting.
o Trainingsintensiteit wekelijks beoordelen om intensiteit hoog te houden.
- Weerstandstraining:
o Weerstandstraining als toegevoegde training aan duur- of interval.