Samenvatting / aantekeningen MOB
Samenvatting Organisatiekunde
Inhoudsopgave
H1 Individu en organisatie............................................................................................................................. 2
§1.1 Gedrag en motivatie............................................................................................................................... 2
§1.1.1 Motivatie door interne krachten (aangeboren)....................................................................................2
Theorie van Maslow.............................................................................................................................................2
Kritiek op Maslow;................................................................................................................................................2
ERG-theorie van Alderfer;....................................................................................................................................3
§1.1.2 Motivatie door externe krachten (de situatie)......................................................................................3
§1.1.3 Motivatie door betekenisgeving aan situatie en behoeften..................................................................3
§1.1.4 Intrinsieke en extrinsieke motivatie..................................................................................................... 5
§1.2 Capaciteiten en competenties................................................................................................................ 5
§1.3 Persoonlijkheid...................................................................................................................................... 6
§1.4 Attitudes................................................................................................................................................ 6
§1.5 De relatie tussen individu en organisatie................................................................................................7
§1.6 Betrokkenheid........................................................................................................................................ 8
§1.7 Arbeidssatisfactie................................................................................................................................... 8
§1.8 Billijkheid............................................................................................................................................... 8
§1.9 Veranderende verhoudingen.................................................................................................................. 9
, Samenvatting / aantekeningen MOB
H1 Individu en organisatie
§1.1 Gedrag en motivatie
Bij gedrag gaat het om waarneembare handelingen van mensen. Bij mentale processen gaat
het om processen in de hersenen, het denken en herinneren, het waarnemen en zo meer.
Bij het bestuderen van gedrag gaat het naast het verklaren van dat gedrag ook om het
voorspellen van gedrag en het beïnvloeden van gedrag.
De motivatie is het totaal van beweegredenen of motieven dat op een bepaald ogenblik
werkzaam is binnen een individu. Motieven kunnen leiden tot de bereidheid om bepaalde
inspanningen te verrichten. Motivatie wordt bepaald door: interne krachten, externe
krachten en betekenisgeving aan situatie en behoeften.
§1.1.1 Motivatie door interne krachten (aangeboren)
“Hoe komt het dat we ons op een bepaalde manier gedragen?” Deze interne krachten ofwel
driften zijn aangeboren, hebben een lichamelijke oorsprong. Zij zijn de drijfveren voor het
handelen.
Theorie van Maslow
Volgens Maslow ligt aan het gedrag van alle mensen een vijftal behoeften ten grondslag.
1. Fysiologische behoeften: de behoefte aan zaken die nodig zijn om in leven te blijven.
2. Veiligheidsbehoeften: de behoefte aan veiligheid, zekerheid en bescherming.
3. Sociale behoeften: de behoefte aan sociaal contact, vriendschap, liefde en ergens bij
horen.
4. Erkenningsbehoeften: de behoefte aan waardering en respect door anderen, aan
achting en status.
5. Zelfactualiseringsbehoeften: de behoefte aan kennis, waarheid en wijsheid om tot
zelfontplooiing of persoonlijke groei te komen (niet
vervuld vanuit deprivatie, maar door de wens zich te
ontplooien tot het meest optimale mens zijn).
Twee uitgangspunten;
1. Deprivatie (tekort) van behoeften leidt tot activatie.
Wanneer er sprake is van een onbevredigde behoefte,
zal de mens in beweging komen.
2. Behoeften zijn hiërarchisch geordend. Er zit een vaste
ordening in behoeften (Maslow). Van onder naar
boven worden de behoeften vervuld.
Kritiek op Maslow;
- Verschillende soorten van behoeften zouden ook tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn.
- Kunnen de behoeften niet anders gegroepeerd of ingedeeld worden?
- Uit onderzoek, geen duidelijke steun voor de door Maslow gehanteerde classificatie.
- Zelfactualisatie is een vaag begrijp en daardoor moeilijk te meten.
De door mensen opgesomde behoeften zijn beter in te delen naarmate het
classificatieschema eenvoudiger is.
Samenvatting Organisatiekunde
Inhoudsopgave
H1 Individu en organisatie............................................................................................................................. 2
§1.1 Gedrag en motivatie............................................................................................................................... 2
§1.1.1 Motivatie door interne krachten (aangeboren)....................................................................................2
Theorie van Maslow.............................................................................................................................................2
Kritiek op Maslow;................................................................................................................................................2
ERG-theorie van Alderfer;....................................................................................................................................3
§1.1.2 Motivatie door externe krachten (de situatie)......................................................................................3
§1.1.3 Motivatie door betekenisgeving aan situatie en behoeften..................................................................3
§1.1.4 Intrinsieke en extrinsieke motivatie..................................................................................................... 5
§1.2 Capaciteiten en competenties................................................................................................................ 5
§1.3 Persoonlijkheid...................................................................................................................................... 6
§1.4 Attitudes................................................................................................................................................ 6
§1.5 De relatie tussen individu en organisatie................................................................................................7
§1.6 Betrokkenheid........................................................................................................................................ 8
§1.7 Arbeidssatisfactie................................................................................................................................... 8
§1.8 Billijkheid............................................................................................................................................... 8
§1.9 Veranderende verhoudingen.................................................................................................................. 9
, Samenvatting / aantekeningen MOB
H1 Individu en organisatie
§1.1 Gedrag en motivatie
Bij gedrag gaat het om waarneembare handelingen van mensen. Bij mentale processen gaat
het om processen in de hersenen, het denken en herinneren, het waarnemen en zo meer.
Bij het bestuderen van gedrag gaat het naast het verklaren van dat gedrag ook om het
voorspellen van gedrag en het beïnvloeden van gedrag.
De motivatie is het totaal van beweegredenen of motieven dat op een bepaald ogenblik
werkzaam is binnen een individu. Motieven kunnen leiden tot de bereidheid om bepaalde
inspanningen te verrichten. Motivatie wordt bepaald door: interne krachten, externe
krachten en betekenisgeving aan situatie en behoeften.
§1.1.1 Motivatie door interne krachten (aangeboren)
“Hoe komt het dat we ons op een bepaalde manier gedragen?” Deze interne krachten ofwel
driften zijn aangeboren, hebben een lichamelijke oorsprong. Zij zijn de drijfveren voor het
handelen.
Theorie van Maslow
Volgens Maslow ligt aan het gedrag van alle mensen een vijftal behoeften ten grondslag.
1. Fysiologische behoeften: de behoefte aan zaken die nodig zijn om in leven te blijven.
2. Veiligheidsbehoeften: de behoefte aan veiligheid, zekerheid en bescherming.
3. Sociale behoeften: de behoefte aan sociaal contact, vriendschap, liefde en ergens bij
horen.
4. Erkenningsbehoeften: de behoefte aan waardering en respect door anderen, aan
achting en status.
5. Zelfactualiseringsbehoeften: de behoefte aan kennis, waarheid en wijsheid om tot
zelfontplooiing of persoonlijke groei te komen (niet
vervuld vanuit deprivatie, maar door de wens zich te
ontplooien tot het meest optimale mens zijn).
Twee uitgangspunten;
1. Deprivatie (tekort) van behoeften leidt tot activatie.
Wanneer er sprake is van een onbevredigde behoefte,
zal de mens in beweging komen.
2. Behoeften zijn hiërarchisch geordend. Er zit een vaste
ordening in behoeften (Maslow). Van onder naar
boven worden de behoeften vervuld.
Kritiek op Maslow;
- Verschillende soorten van behoeften zouden ook tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn.
- Kunnen de behoeften niet anders gegroepeerd of ingedeeld worden?
- Uit onderzoek, geen duidelijke steun voor de door Maslow gehanteerde classificatie.
- Zelfactualisatie is een vaag begrijp en daardoor moeilijk te meten.
De door mensen opgesomde behoeften zijn beter in te delen naarmate het
classificatieschema eenvoudiger is.