Basis van psychodiagnostiek
1. Normering
1.1. Beschrijving van de ruwe scores van een normgroep
Stap 1: De normgroep moet representatief zijn.
- Goede afspiegeling populatie
Vb. van Algemene normen: de Vlaamse populatie.
Vb. van Specifieke normen: Vlaamse werkende bevolking van 18-25 jaar.
Vb. van Lokale normen: Daikin Oostende…
…+ voldoende groot.
- N= 10-tallen tot 100-tallen (idealiter 1000-tallen).
- Voor representativiteit, maar ook voor betrouwbaarheid.
Stap 2: Scoreverdeling van die normgroep
- Vb. N= 48*:
N= 48: uiteraard veeeel te
klein als normgroep!
1
,Stap 3: Frequentieverdeling en eerste analyses
Eventueel: grafiek opmaken.
- Histogram.
= staafdiagram.
- Frequentiepolygoon.
= ‘verdeling’.
Lijngrafiek
De vorm van die verdeling kan scheef zijn of normaal-verdeeld.
- SCHEVE VERDELINGEN.
Negatief scheef: staart strekt zich uit in richting van de laagste scores.
Positief scheef: staart strekt zich uit in richting van de hoogste scores.
2
, - NORMALE VERDELINGEN: KLOKVORM
Meervoud: er is meer dan één ‘normale curve’!
Maar alle normale verdelingen hebben een aantal gemeenschappelijke karakteristieken:
- Elke normaalverdeling is symmetrisch.
Gemiddelde= mediaan= modus
- Elke normaalverdeling heeft één enkele piek in het midden.
- Elke normaalverdeling volgt de klokvorm.
Hoe groter ( en dus ook hoe representatiever) een steekproef, des te meer de vorm van de
verdeling naar een klokcurve neigt.
3
, De klokvorm wordt aangetroffen in een grote verscheidenheid van zowel lichamelijke als
psychologische eigenschappen, en wordt daarom aangeduid als de ‘normaalcurve’.
- We mogen er dus vanuit gaan dat de meeste variabelen ‘normaal verdeeld’ zijn.
Er wordt aangenomen dat – wanneer je een bepaalde eigenschap bij alle mogelijke eenheden van
een populatie zou kunnen meten (100% van de mensen) – de waarden dan een perfecte klokvorm
zouden vertonen.
- = standaard-normale verdeling.
STANDAARD-NORMALE VERDELING
- Theoretische aanname: 100% van de mensen.
Stap 4: analyses:
1.2. Berekenen van de centrale tendentie
Geven aan waar de waarneming van een bepaalde variabele zich bevinden.
- Nominale variabelen.
= modus.
- Ordinale variabelen:
Modus
Mediaan (+ andere percentielen)
- Variabelen op intervalniveau en rationiveau:
Modus
Mediaan
Gemiddelde
1.2.1. Modus
=Modale klasse
= de klasse met de hoogste frequentie bij klassen van gelijke breedte.
Soms meerdere modi.
4
1. Normering
1.1. Beschrijving van de ruwe scores van een normgroep
Stap 1: De normgroep moet representatief zijn.
- Goede afspiegeling populatie
Vb. van Algemene normen: de Vlaamse populatie.
Vb. van Specifieke normen: Vlaamse werkende bevolking van 18-25 jaar.
Vb. van Lokale normen: Daikin Oostende…
…+ voldoende groot.
- N= 10-tallen tot 100-tallen (idealiter 1000-tallen).
- Voor representativiteit, maar ook voor betrouwbaarheid.
Stap 2: Scoreverdeling van die normgroep
- Vb. N= 48*:
N= 48: uiteraard veeeel te
klein als normgroep!
1
,Stap 3: Frequentieverdeling en eerste analyses
Eventueel: grafiek opmaken.
- Histogram.
= staafdiagram.
- Frequentiepolygoon.
= ‘verdeling’.
Lijngrafiek
De vorm van die verdeling kan scheef zijn of normaal-verdeeld.
- SCHEVE VERDELINGEN.
Negatief scheef: staart strekt zich uit in richting van de laagste scores.
Positief scheef: staart strekt zich uit in richting van de hoogste scores.
2
, - NORMALE VERDELINGEN: KLOKVORM
Meervoud: er is meer dan één ‘normale curve’!
Maar alle normale verdelingen hebben een aantal gemeenschappelijke karakteristieken:
- Elke normaalverdeling is symmetrisch.
Gemiddelde= mediaan= modus
- Elke normaalverdeling heeft één enkele piek in het midden.
- Elke normaalverdeling volgt de klokvorm.
Hoe groter ( en dus ook hoe representatiever) een steekproef, des te meer de vorm van de
verdeling naar een klokcurve neigt.
3
, De klokvorm wordt aangetroffen in een grote verscheidenheid van zowel lichamelijke als
psychologische eigenschappen, en wordt daarom aangeduid als de ‘normaalcurve’.
- We mogen er dus vanuit gaan dat de meeste variabelen ‘normaal verdeeld’ zijn.
Er wordt aangenomen dat – wanneer je een bepaalde eigenschap bij alle mogelijke eenheden van
een populatie zou kunnen meten (100% van de mensen) – de waarden dan een perfecte klokvorm
zouden vertonen.
- = standaard-normale verdeling.
STANDAARD-NORMALE VERDELING
- Theoretische aanname: 100% van de mensen.
Stap 4: analyses:
1.2. Berekenen van de centrale tendentie
Geven aan waar de waarneming van een bepaalde variabele zich bevinden.
- Nominale variabelen.
= modus.
- Ordinale variabelen:
Modus
Mediaan (+ andere percentielen)
- Variabelen op intervalniveau en rationiveau:
Modus
Mediaan
Gemiddelde
1.2.1. Modus
=Modale klasse
= de klasse met de hoogste frequentie bij klassen van gelijke breedte.
Soms meerdere modi.
4