termen histologie en histopathologie van de orgaanstelsels
graafse follikel = ovariële follikel/mature follikel, betreft de gehele eicel en de
omliggende cellagen die zorgen voor de aanvoer van voedingsstoffen
(laatste stadium in de eicelvorming)
barrett slokdarm complicatie van langdurige reflux, distale plaveiselepitheel wordt
vervangen door metaplastisch intestinaal epitheel
varices “spataders”, kan bv voorkomen in de slokdarm, uitgezette en
gekronkelde aders met slecht/niet werkende kleppen
hashimoto aandoening waarbij het immuunsysteem de schildklier aanvalt, wat
leidt tot een trage schildklierwerking (oorzaak van hypothyreoïdie)
CD4 cluster van glycoproteïnen die wordt geproduceerd door Th cellen,
F: in het immuunantwoord (MHCII)
cellen van Ruyter bevinden zich in het juxtaglomerulair apparaat, behoren tot de vas
afferens
F: renineproductie
cellen van Cayal intestinale cellen in de GI tractus
F: neurotransmissie
fibrose BW vorming
cirrose combinatie tussen fibrose en regeneratie
herkenningspunten; geelzucht, spider naevi, moeheid, …
omzetting naar littekenweefsel
polycythemie te hoog gehalte aan RBC
hyperplasie vergroting v/e weefsel, orgaan → vaak gepaard met vorming van meer
cellen
pinealocyt in bepaalde hemisferen van de hersenen, produceren melatonine
CD8 cluster van glycoproteïnen die wordt geproduceerd door cytotoxische
T cellen,
F: in het immuunantwoord (MHCI)
graafse follikel = ovariële follikel/mature follikel, betreft de gehele eicel en de
omliggende cellagen die zorgen voor de aanvoer van voedingsstoffen
(laatste stadium in de eicelvorming)
barrett slokdarm complicatie van langdurige reflux, distale plaveiselepitheel wordt
vervangen door metaplastisch intestinaal epitheel
varices “spataders”, kan bv voorkomen in de slokdarm, uitgezette en
gekronkelde aders met slecht/niet werkende kleppen
hashimoto aandoening waarbij het immuunsysteem de schildklier aanvalt, wat
leidt tot een trage schildklierwerking (oorzaak van hypothyreoïdie)
CD4 cluster van glycoproteïnen die wordt geproduceerd door Th cellen,
F: in het immuunantwoord (MHCII)
cellen van Ruyter bevinden zich in het juxtaglomerulair apparaat, behoren tot de vas
afferens
F: renineproductie
cellen van Cayal intestinale cellen in de GI tractus
F: neurotransmissie
fibrose BW vorming
cirrose combinatie tussen fibrose en regeneratie
herkenningspunten; geelzucht, spider naevi, moeheid, …
omzetting naar littekenweefsel
polycythemie te hoog gehalte aan RBC
hyperplasie vergroting v/e weefsel, orgaan → vaak gepaard met vorming van meer
cellen
pinealocyt in bepaalde hemisferen van de hersenen, produceren melatonine
CD8 cluster van glycoproteïnen die wordt geproduceerd door cytotoxische
T cellen,
F: in het immuunantwoord (MHCI)