SV: Dierenwelzijn en ethiek
EXAMEN
- Basisschema WQ kennen!
HOOFDSTUK 1: Denkkaders omtrent dierenwelzijn
- Meerdere denkkaders en definities om dierenwelzijn te omschrijven
o Geen uniform aanvaarde definitie
- Welzijn en integriteit
o Een integer persoon → houd vast aan normen en waarden ook als deze van buitenaf
onder druk staan
▪ Ze zijn betrouwbaar en doen het juiste ook als dat moeilijk is
1.1 De 5 vrijheden
● Brambell Comité
o Dieren moeten kunnen opstaan, liggen, omdraaien, verzorgen en poten strekken
● 5 vrijheden = minimale standaarden
o Vrijheid van dorst, honger en slechte voeding
▪ Voorzie directe toegang tot vers water en een dieet om gezond en levenskrachtig
te zijn
o Vrijheid van ongemak: geschikte omgeving (schuilplaats, rustplaats)
▪ Door een geschikte omgeving te voorzien met schuilplaats en een comfortabele
rustplaats
o Vrijheid van pijn, letsels en ziekte: preventie, snelle diagnose en behandeling
▪ Door preventie of snelle diagnose en behandeling
o Vrijheid om normaal gedrag te vertonen: ruimte, geschikte faciliteiten, soortgenoten
▪ Door voldoende ruimte, geschikte faciliteiten e/h gezelschap van soortgenoten
te voorzien
o Vrijheid van angst en stress
▪ Door te zorgen voor omstandigheden die mentaal lijden vermijden
● Ze zijn praktisch inzetbaar en makkelijk te begrijpen
o Dus sterke verspreiding
o En internationale bekendheid
▪ Want, bevatten meerdere dimensies van dierenwelzijn
● Gedrag
● Gezondheid
● Subjectieve gevoelens
● Ze zijn niet bedoeld als definitie, maar als denkkader over de zwakke en sterke punten van
welzijn in dierenhouderijsysteem
o Vandaar → vrij zijn van = zo vrij mogelijk zijn van
o Recent wetenschappelijk OZ toont aan dat een dier nooit volledig vrij kan zijn van
negatieve ervaringen (honger, dorst, angst,…)
▪ De 5 vrijheden schieten dus tekort
● Verder op in gegaan bij 5 domeinen model
,1.2 De 3 benaderingen
● Mind → subjectieve ervaringen van dieren
● Body → biologische functioneren van dieren
● Nature → de ‘natuur’ van dieren
1.2.1 Welzijn en het biologisch functioneren van dieren
1.2.1.1 Concept
● In 1e benadering wordt dierenwelzijn gedefinieerd in termen van normaal biologisch
functioneren v/d dier
o Welzijn +
▪ Goede groei
▪ Goede voortplanting
▪ Lang leven
▪ Normale functie van fysiologische en gedragsprocessen
▪ Goede productiviteit
● Maar dier kan wel mastitis of osteoporosis (botontkalking) hebben
o Welzijn –
▪ Ziekte
▪ Verwonding
▪ Ondervoeding
▪ Stress
● Waarom deze visie aannemen
o Subjectieve ervaringen zijn belangrijk → maar moeilijk wetenschappelijk te bepalen
▪ Sommige beschouwen de ervaring lijden en plezier als bepalend kenmerk voor
levenskwaliteit
o Daartegen is meten van biologisch functioneren een adequate en geschikte manier om
info te bekomen
o Zowel subjectieve ervaringen als biologisch functioneren zijn van belang
▪ Maar er is hiërarchie
● Broom zegt → dierenwelzijn is de mate waarin een dier in staat is zich aan te passen a/d
omgeving waarin het gehouden wordt
,1.2.1.2 Onderzoeksmethoden
- Brede waaier van methoden
o 1. Via pathologie letsels identificeren
▪ Goede gezondheid → geen wonden, ziekten = goed welzijn
▪ Slechte gezondheid→ wonden en ziekten = ↓ welzijn
•
o 2. Productiviteit (groei en voortplanting) bestuderen
▪ ↓ welzijn → ↓ productiviteit
• Denk aan productiviteitziekten (bv: mastitis, osteoporosis)
o 3. Verandering in endocrien systeem bestuderen
▪ Stress: secretie van cortisol, corticosteron
• Stress is een sterke invloedfactor geweest voor wetenschappers
o Vaak werd de secretie van glucocorticoiden (cortisol) gebruikt in
studies
▪ Moeilijk een grens trekken tussen → ↓ welzijn en
routineaanpassing vh lichaam
• Cortisol en hartslag variëren nog al eens
• Er is een criterium nodig om te beslissen op welk punt
deze metingen geen routinematige
lichaamsaanpassingen meer zijn
o Sommige gebruiken een cut-off waarde
▪ Bv: langdurige toename in cortisolconcentratie van > 40% is
een risico voor het welzijn
o 4. Abnormaal gedrag bestuderen
- Opmerkingen
o Het is makkelijker vast te stellen dat een dier gewond is of slecht gevoed wordt
(biologische parameters) dan honger of lijden (subjectieve ervaringen)
▪ Soms zijn er problemen omdat het verband tussen biologisch functioneren en
het welzijn niet duidelijk is
• Bij grote gezondheidsveranderingen → word aangenomen dat
levenskwaliteit beïnvloed wordt
o Gezondheid
• Bij hoge waarden en ander aspecten van biologisch functioneren is het
verband minder duidelijk
o Vb. Groei, voortplanting
o Vb. is verder toename v/d melkproductie gevolg van betere
levenskwaliteit bij een koe die al veel melk produceert
, 1.2.2 Welzijn en de subjectieve ervaringen van dieren
1.2.2.1 Concept
- Een 2e benadering → definieert dierenwelzijn in termen van de subjectieve ervaring
- Negatieve gevoelens (pijn, frustratie, angst) → welzijn daalt
- Positieve gevoelens → welzijn stijgt
1.2.2.2 Onderzoeksmethoden
- Testen
o Preferentietesten → voorkeuren van dieren bestuderen
▪ Kan zijn dat dier iets prefereert maar eigenlijk niet belangrijk is
o Motivatietesten → sterkte van voorkeuren bestuderen
▪ Dier moeite te laten doen om iets te krijgen
- Veronderstelling → het dier kiest wat het aangenaamste is voor hen en wat het minst pijn,
angst, … oplevert
- Signalen
o Voorkomen van abnormaal gedrag → vaak geïnterpreteerd als symptoom v/e negatieve
gevoelstoestand
▪ Vb. stereotiep gedrag → indicatie voor honger, frustratie, verveling,…
o Communicatieve signalen → kunnen info geven over subjectieve ervaring van dieren
▪ Vb. emergency calls bij biggen
• Isolatie
• Big onder zeug
• Castratie
• → hoe hoger de nood/gevaar
o Hoe groter het aantal, volume, frequentie
▪
- Moeilijkheid
o Subjectieve ervaringen zijn moeilijk te meten
o Indirect meten vnl. door gedragsstudie
EXAMEN
- Basisschema WQ kennen!
HOOFDSTUK 1: Denkkaders omtrent dierenwelzijn
- Meerdere denkkaders en definities om dierenwelzijn te omschrijven
o Geen uniform aanvaarde definitie
- Welzijn en integriteit
o Een integer persoon → houd vast aan normen en waarden ook als deze van buitenaf
onder druk staan
▪ Ze zijn betrouwbaar en doen het juiste ook als dat moeilijk is
1.1 De 5 vrijheden
● Brambell Comité
o Dieren moeten kunnen opstaan, liggen, omdraaien, verzorgen en poten strekken
● 5 vrijheden = minimale standaarden
o Vrijheid van dorst, honger en slechte voeding
▪ Voorzie directe toegang tot vers water en een dieet om gezond en levenskrachtig
te zijn
o Vrijheid van ongemak: geschikte omgeving (schuilplaats, rustplaats)
▪ Door een geschikte omgeving te voorzien met schuilplaats en een comfortabele
rustplaats
o Vrijheid van pijn, letsels en ziekte: preventie, snelle diagnose en behandeling
▪ Door preventie of snelle diagnose en behandeling
o Vrijheid om normaal gedrag te vertonen: ruimte, geschikte faciliteiten, soortgenoten
▪ Door voldoende ruimte, geschikte faciliteiten e/h gezelschap van soortgenoten
te voorzien
o Vrijheid van angst en stress
▪ Door te zorgen voor omstandigheden die mentaal lijden vermijden
● Ze zijn praktisch inzetbaar en makkelijk te begrijpen
o Dus sterke verspreiding
o En internationale bekendheid
▪ Want, bevatten meerdere dimensies van dierenwelzijn
● Gedrag
● Gezondheid
● Subjectieve gevoelens
● Ze zijn niet bedoeld als definitie, maar als denkkader over de zwakke en sterke punten van
welzijn in dierenhouderijsysteem
o Vandaar → vrij zijn van = zo vrij mogelijk zijn van
o Recent wetenschappelijk OZ toont aan dat een dier nooit volledig vrij kan zijn van
negatieve ervaringen (honger, dorst, angst,…)
▪ De 5 vrijheden schieten dus tekort
● Verder op in gegaan bij 5 domeinen model
,1.2 De 3 benaderingen
● Mind → subjectieve ervaringen van dieren
● Body → biologische functioneren van dieren
● Nature → de ‘natuur’ van dieren
1.2.1 Welzijn en het biologisch functioneren van dieren
1.2.1.1 Concept
● In 1e benadering wordt dierenwelzijn gedefinieerd in termen van normaal biologisch
functioneren v/d dier
o Welzijn +
▪ Goede groei
▪ Goede voortplanting
▪ Lang leven
▪ Normale functie van fysiologische en gedragsprocessen
▪ Goede productiviteit
● Maar dier kan wel mastitis of osteoporosis (botontkalking) hebben
o Welzijn –
▪ Ziekte
▪ Verwonding
▪ Ondervoeding
▪ Stress
● Waarom deze visie aannemen
o Subjectieve ervaringen zijn belangrijk → maar moeilijk wetenschappelijk te bepalen
▪ Sommige beschouwen de ervaring lijden en plezier als bepalend kenmerk voor
levenskwaliteit
o Daartegen is meten van biologisch functioneren een adequate en geschikte manier om
info te bekomen
o Zowel subjectieve ervaringen als biologisch functioneren zijn van belang
▪ Maar er is hiërarchie
● Broom zegt → dierenwelzijn is de mate waarin een dier in staat is zich aan te passen a/d
omgeving waarin het gehouden wordt
,1.2.1.2 Onderzoeksmethoden
- Brede waaier van methoden
o 1. Via pathologie letsels identificeren
▪ Goede gezondheid → geen wonden, ziekten = goed welzijn
▪ Slechte gezondheid→ wonden en ziekten = ↓ welzijn
•
o 2. Productiviteit (groei en voortplanting) bestuderen
▪ ↓ welzijn → ↓ productiviteit
• Denk aan productiviteitziekten (bv: mastitis, osteoporosis)
o 3. Verandering in endocrien systeem bestuderen
▪ Stress: secretie van cortisol, corticosteron
• Stress is een sterke invloedfactor geweest voor wetenschappers
o Vaak werd de secretie van glucocorticoiden (cortisol) gebruikt in
studies
▪ Moeilijk een grens trekken tussen → ↓ welzijn en
routineaanpassing vh lichaam
• Cortisol en hartslag variëren nog al eens
• Er is een criterium nodig om te beslissen op welk punt
deze metingen geen routinematige
lichaamsaanpassingen meer zijn
o Sommige gebruiken een cut-off waarde
▪ Bv: langdurige toename in cortisolconcentratie van > 40% is
een risico voor het welzijn
o 4. Abnormaal gedrag bestuderen
- Opmerkingen
o Het is makkelijker vast te stellen dat een dier gewond is of slecht gevoed wordt
(biologische parameters) dan honger of lijden (subjectieve ervaringen)
▪ Soms zijn er problemen omdat het verband tussen biologisch functioneren en
het welzijn niet duidelijk is
• Bij grote gezondheidsveranderingen → word aangenomen dat
levenskwaliteit beïnvloed wordt
o Gezondheid
• Bij hoge waarden en ander aspecten van biologisch functioneren is het
verband minder duidelijk
o Vb. Groei, voortplanting
o Vb. is verder toename v/d melkproductie gevolg van betere
levenskwaliteit bij een koe die al veel melk produceert
, 1.2.2 Welzijn en de subjectieve ervaringen van dieren
1.2.2.1 Concept
- Een 2e benadering → definieert dierenwelzijn in termen van de subjectieve ervaring
- Negatieve gevoelens (pijn, frustratie, angst) → welzijn daalt
- Positieve gevoelens → welzijn stijgt
1.2.2.2 Onderzoeksmethoden
- Testen
o Preferentietesten → voorkeuren van dieren bestuderen
▪ Kan zijn dat dier iets prefereert maar eigenlijk niet belangrijk is
o Motivatietesten → sterkte van voorkeuren bestuderen
▪ Dier moeite te laten doen om iets te krijgen
- Veronderstelling → het dier kiest wat het aangenaamste is voor hen en wat het minst pijn,
angst, … oplevert
- Signalen
o Voorkomen van abnormaal gedrag → vaak geïnterpreteerd als symptoom v/e negatieve
gevoelstoestand
▪ Vb. stereotiep gedrag → indicatie voor honger, frustratie, verveling,…
o Communicatieve signalen → kunnen info geven over subjectieve ervaring van dieren
▪ Vb. emergency calls bij biggen
• Isolatie
• Big onder zeug
• Castratie
• → hoe hoger de nood/gevaar
o Hoe groter het aantal, volume, frequentie
▪
- Moeilijkheid
o Subjectieve ervaringen zijn moeilijk te meten
o Indirect meten vnl. door gedragsstudie