Module 1.3 Ethiek en Filosofie
1-6-2023 | |
1
, Inhoudsopgave
Voorwoord .............................................................................................................................................. 3
Vraag 1: Beschrijf een eigen moreel dilemma in relatie tot het begrip ‘helpen’ en SW......................... 4
Vraag 2: Citeer vanuit de actualiteit een filosofische vraag met betrekking tot sociaal werk en
armoede. Beschrijf wat de achterliggende filosofische thematiek is. .................................................... 5
Vraag 3: Bespreek een casus met de 3 normatieve theorieën en je eigen levensbeschouwing. ........... 6
Vraag 4: Beschrijf de drie verschillende typen normatieve theorie in relatie tot de begrippen geluk,
zorg en moed........................................................................................................................................... 7
Vraag 5: Beschrijf je levensbeschouwing (socialisatie en religieus) in een 10-tal zinnen en verbindt
deze met je rol als Social Worker en het begrip verwondering. ............................................................. 8
Vraag 6: Beschrijf de rol van filosofie in relatie tot de hulpverlening met gebruik van de termen:
waarnemen, paradigma, aandacht, empathie en compassie. ................................................................ 9
Vraag 7: Beschrijf een eigen voorbeeld uit haar SW praktijk rond ‘scheppende verantwoordelijkheid’
en legitimeert haar actie m.b.v. een de 3 normatieve ethieken........................................................... 10
Vraag 8: Beschrijf in 10 zinnen de verantwoordelijkheid bij Levinas en geeft een aantal kritische
noties bij deze toepassing. .................................................................................................................... 11
Vraag 9: Beschrijft aan de hand van een eigen casus hoe je omgaat met de morele waarden positieve
en negatieve vrijheid. ............................................................................................................................ 12
Vraag 10: Schrijf een afsluitend betoog over de denker uit deze module die je, met het oog op de
hulpverlening, het meest aanspreekt. .................................................................................................. 13
Referenties ............................................................................................................................................ 14
2
1-6-2023 | |
1
, Inhoudsopgave
Voorwoord .............................................................................................................................................. 3
Vraag 1: Beschrijf een eigen moreel dilemma in relatie tot het begrip ‘helpen’ en SW......................... 4
Vraag 2: Citeer vanuit de actualiteit een filosofische vraag met betrekking tot sociaal werk en
armoede. Beschrijf wat de achterliggende filosofische thematiek is. .................................................... 5
Vraag 3: Bespreek een casus met de 3 normatieve theorieën en je eigen levensbeschouwing. ........... 6
Vraag 4: Beschrijf de drie verschillende typen normatieve theorie in relatie tot de begrippen geluk,
zorg en moed........................................................................................................................................... 7
Vraag 5: Beschrijf je levensbeschouwing (socialisatie en religieus) in een 10-tal zinnen en verbindt
deze met je rol als Social Worker en het begrip verwondering. ............................................................. 8
Vraag 6: Beschrijf de rol van filosofie in relatie tot de hulpverlening met gebruik van de termen:
waarnemen, paradigma, aandacht, empathie en compassie. ................................................................ 9
Vraag 7: Beschrijf een eigen voorbeeld uit haar SW praktijk rond ‘scheppende verantwoordelijkheid’
en legitimeert haar actie m.b.v. een de 3 normatieve ethieken........................................................... 10
Vraag 8: Beschrijf in 10 zinnen de verantwoordelijkheid bij Levinas en geeft een aantal kritische
noties bij deze toepassing. .................................................................................................................... 11
Vraag 9: Beschrijft aan de hand van een eigen casus hoe je omgaat met de morele waarden positieve
en negatieve vrijheid. ............................................................................................................................ 12
Vraag 10: Schrijf een afsluitend betoog over de denker uit deze module die je, met het oog op de
hulpverlening, het meest aanspreekt. .................................................................................................. 13
Referenties ............................................................................................................................................ 14
2