Medische beeldvorming
SPECTRUM VAN PATHOLOGIËN
Wat kunnen we zien op medische beeldvorming
- Trauma
- Ontwikkelingsstoornis/ Degeneratief/ Artrose
- Infectie
- Tumor/ tumor simulerend
- Inflammatie/ Artritis
- Congenitaal (= aandoening vanaf de geboorte)
- Metabool (= stofwisseling)/ Endocrien
BEELDVORMINGSTECHNIEKEN
RADIOGRAFIE
= 1ste beeld zonder filter
1ste keuzeonderzoek voor evaluatie van beenderen & gewrichten
- Fraktuur, luxatie
- Statieafwijkingen
- Vormafwijkingen, misvormingen: artrose
- Degeneratie: infectie, bottumor
- Metabole afwijkingen: stofwisseling
In röntgenbuis zit een gloeidraad (= kathode) waardoor
er stoom loopt Elektroden uit kathode (= negatief)
gaan naar anode (= positief) = röntgenstralen
Röntgenstralen (= fotonen) gaan naar het object tot op
röntgenfilm/ detector = beeld van object
- Deel van de stralen wordt geabsorbeerd,
andere gaan door de patiënt
- Snelheid = 100.000V bepaald door de
spanning
- 1% energie wordt omgezet in röntgenstralen
99% is warmte
Hoe meer stralen, hoe meer contract
Geel = Röntgenbuis = vacuum
Groen = Kathode (-) die elektronen afgeven
Blauw = Spanningsverschil = snelheid van elektronen (kV)
Rood = Draaiende anode (+)
Collimatie = omhulling die voor de röntgenbundels worden
geschoven om overbodige stralen tegen te houden
, Medische beeldvorming
Om onderscheid te kunnen maken tussen links & recht 2 opnames nodig
- Schuine ¾ opname + Boven/ onder opname
- Patiënt kijkt naar jou: R-patiënt = L + L-patiënt = R
Van 3D beelden naar 2D
Absorptie is bepaald door de samenstelling en
de dikte van weefsels
1. Lever & hart: zelfde atoomgetal, maar
lever heeft een dikkere laag = witter
Cortex = compact bot
Medulle = trabeculair bot / beenmerg
1. Stress opname
= radioloog oefent externe kracht uit op gewricht om deze in een uiterste
positie te brengen
Testen van ligamenten & gewrichtsbanden
2. Dynamische opname
= patiënten beweegt zelf gewricht met eigen spierkracht tot uiterste positie
3. Scanometrie
= lengte bepalen van femur & tibia door meetlat onder het been te leggen
Beenlengte verschil bepalen
4. Full-spine & full leg opname
= staande opname van de totale wervelzuil & volledige onderste ledematen
Bepalen van scheefstande: scoliose
5. Arthrografie
= inspuiten van een intra articulair contractvloeistof in de gewrichtspleet
kraakbeen beter zichtbaar
- Kraakbeen/ Gewrichtsmuizen/ Synovium, kapsel/ Ligamenten/
Meniscus
Onregelmatige aflijning v/d taluskop door inversietrauma Distale deel tibia
komt tegen talus terecht
SPECTRUM VAN PATHOLOGIËN
Wat kunnen we zien op medische beeldvorming
- Trauma
- Ontwikkelingsstoornis/ Degeneratief/ Artrose
- Infectie
- Tumor/ tumor simulerend
- Inflammatie/ Artritis
- Congenitaal (= aandoening vanaf de geboorte)
- Metabool (= stofwisseling)/ Endocrien
BEELDVORMINGSTECHNIEKEN
RADIOGRAFIE
= 1ste beeld zonder filter
1ste keuzeonderzoek voor evaluatie van beenderen & gewrichten
- Fraktuur, luxatie
- Statieafwijkingen
- Vormafwijkingen, misvormingen: artrose
- Degeneratie: infectie, bottumor
- Metabole afwijkingen: stofwisseling
In röntgenbuis zit een gloeidraad (= kathode) waardoor
er stoom loopt Elektroden uit kathode (= negatief)
gaan naar anode (= positief) = röntgenstralen
Röntgenstralen (= fotonen) gaan naar het object tot op
röntgenfilm/ detector = beeld van object
- Deel van de stralen wordt geabsorbeerd,
andere gaan door de patiënt
- Snelheid = 100.000V bepaald door de
spanning
- 1% energie wordt omgezet in röntgenstralen
99% is warmte
Hoe meer stralen, hoe meer contract
Geel = Röntgenbuis = vacuum
Groen = Kathode (-) die elektronen afgeven
Blauw = Spanningsverschil = snelheid van elektronen (kV)
Rood = Draaiende anode (+)
Collimatie = omhulling die voor de röntgenbundels worden
geschoven om overbodige stralen tegen te houden
, Medische beeldvorming
Om onderscheid te kunnen maken tussen links & recht 2 opnames nodig
- Schuine ¾ opname + Boven/ onder opname
- Patiënt kijkt naar jou: R-patiënt = L + L-patiënt = R
Van 3D beelden naar 2D
Absorptie is bepaald door de samenstelling en
de dikte van weefsels
1. Lever & hart: zelfde atoomgetal, maar
lever heeft een dikkere laag = witter
Cortex = compact bot
Medulle = trabeculair bot / beenmerg
1. Stress opname
= radioloog oefent externe kracht uit op gewricht om deze in een uiterste
positie te brengen
Testen van ligamenten & gewrichtsbanden
2. Dynamische opname
= patiënten beweegt zelf gewricht met eigen spierkracht tot uiterste positie
3. Scanometrie
= lengte bepalen van femur & tibia door meetlat onder het been te leggen
Beenlengte verschil bepalen
4. Full-spine & full leg opname
= staande opname van de totale wervelzuil & volledige onderste ledematen
Bepalen van scheefstande: scoliose
5. Arthrografie
= inspuiten van een intra articulair contractvloeistof in de gewrichtspleet
kraakbeen beter zichtbaar
- Kraakbeen/ Gewrichtsmuizen/ Synovium, kapsel/ Ligamenten/
Meniscus
Onregelmatige aflijning v/d taluskop door inversietrauma Distale deel tibia
komt tegen talus terecht