1. Wat weet je er al van?
Wat is een gen? Wat is een chromosoom? Wat is DNA?
Ieder mens is opgebouwd uit cellen. Iedere cel bevat 46 chromosomen. Chromosomen zijn soort
strengen, ze bestaan uit een stof wat we DNA noemen. In het DNA zit een soort code waarin al onze
erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd.
Op de chromosomen zitten de genen. Een gen is een stukje DNA. Elk gen beschrijft de code van een
kenmerk, die (mee) bepaald hoe je er uit ziet, hoe je lichaam werkt of hoe je ben.
Is autisme erfelijk? JA. Schizofrenie? JA, waarschijnlijk wel. Depressie? Verschillende factoren spelen
een rol, waaronder ook erfelijkheid.
2. Waarom is het belangrijk dat een hulpverlener iets van erfelijkheid weet?
Van veel aandoeningen, ook psychische, is aangetoond dat erfelijke aanleg een rol speelt in
het ontstaan ervan. Als gezegd wordt "Het is erfelijk", moet je een globaal idee hebben van
wat dat betekent en wat dat niet betekent, ook al heeft dat niet direct consequenties voor je
dagelijks handelen met je cliënten. (Uit leertaak.)
3. Wat moet je doen?
Par. 2.1.2 uit boek van Zimbardo bestuderen.
Samenvatting:
De manier waarop je genen moleculaire informatie coderen die kan worden omgezet in fysieke
kenmerken is te vergelijken met de manier waarop de microscopische putjes in een cd informatie
coderen die kan worden omgezet in afbeeldingen of muziek.
Genotype: Kenmerken van een organisme zoals die genetisch zijn vastgelegd. Dus: het genetische
patroon waarin je van alle andere mensen op aarde verschilt.